Hoe harder Serviërs optreden, hoe meer ze krijgen

Het heeft er soms de schijn van dat de Bosnische Serviërs meesters zijn in het ingooien van hun eigen ruiten. Ze zetten een offensief in tegen een enclave die weliswaar strategisch belangrijk is, maar die hun in het vredesoverleg vrijwel zeker toch zou worden toegewezen; ze zetten dat offensief voort ook nadat ze een van hun prioriteiten - de vernedering van de internationale gemeenschap - hebben bereikt; ze jagen zelfs hun Russische beschermheren tegen zich in het harnas en ze verkleinen ook nog eens de kans dat de wereld de sancties tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro) geheel of gedeeltelijk afschaft. De Amerikaanse president, Clinton, heeft gisteren zelfs geroepen dat de sancties nog zouden moeten worden aangescherpt. Dat zou in theorie kunnen betekenen dat ook internationale telefoon- en postverbindingen met ex-Joegoslavië worden verbroken.

Het offensief bij Gorazde en de willekeurige beschietingen van burgerdoelen lijken, gezien vanuit het standpunt van de Serviërs, contraproduktief. Toch hebben de Serviërs - nog steeds: gezien vanuit hun standpunt - een aantal goede redenen voor hun gedrag.

De Serviërs hebben zich de afgelopen weken flink in het nauw gedreven gevoeld. De moslims en de Bosnische Kroaten hebben na hun federatie-akkoord vrede gesloten; de moslims kunnen zich sindsdien militair concentreren op de strijd tegen de Serviërs. De moslims hebben de reorganisatie van hun strijdkrachten voltooid. Ze beschikken over 120.000 tot 140.000 soldaten en 60.000 tot 80.000 reservisten, wier moreel beter is dan dat van de moegevochten 60.000 tot 80.000 Servische soldaten. De moslims hebben inmiddels ook veertig tanks. Een aanvullend nadeel is dat de Serviërs een voor hun troepensterkte veel te lange frontlijn (van honderden kilometers) moeten bemannen; niet voor niets zijn ze al in januari begonnen recruten te werven in Montenegro en onder de vluchtelingen. In dat opzicht kwam het bestand bij Sarajevo de Serviërs goed uit omdat dat wapens en manschappen beschikbaar stelde voor andere fronten.

De moslims zijn er bovendien in geslaagd in hun gebied een bloeiende wapenindustrie op poten te zetten. Voor de desintegratie van het oude Joegoslavië bevond 55 procent van de Joegoslavische defensie-industrie zich in Bosnië; een groot deel daarvan is in handen van de Serviërs gevallen, maar de moslims hebben inmiddels enkele verwoeste fabrieken weer in gebruik genomen en zijn in andere fabrieken militair materiaal gaan maken. Volgens het gezaghebbende militaire tijdschrift Jane's Intelligence Review van deze maand produceren ze, gebruikmakend van de niet geringe expertise van moslims die vroeger in de defensie-industrie hebben gewerkt, in Novi Travnik houwitzers en mortieren, in Bugojno antitankmijnen, in Tuzla en Sarajevo explosieven en in Konjic - in een fabriek die zich geheel ondergronds bevindt - munitie.

Het is geen wonder dat de moslims zich de afgelopen weken vooral tegen een staakt-het-vuren in heel Bosnië hebben verzet - met het argument dat een bestand de huidige frontlijnen zou bestendigen. De moslims zien kansen om verloren gebied te heroveren. De pogingen van de Serviërs (en de internationale bemiddelaars) om een staakt-het-vuren in heel Bosnië te bereiken, zijn op die moslim-bezwaren afgeketst.

Na het moslim-Kroatische akkoord moeten de Serviërs bovendien vrezen dat wapens in Kroatisch bezit tegen hen worden ingezet. EU-onderhandelaar Lord Owen zei gisteren dat de Serviërs zich vorige week naar aanleiding van het federatieverdrag tussen de moslims en de Kroaten in het vredesoverleg “ongelooflijk paranoïde” waren gaan gedragen. Ze zien de ontwikkeling als een grote coalitie van de moslims, de Kroaten, de VS, de VN en de EU tegen hen, de Serviërs, aldus Owen.

Die ontwikkeling kan de Serviërs ertoe gebracht hebben de strategisch belangrijke rechteroever van de Drina bij Gorazde te veroveren voordat er VN-troepen zouden worden gelegerd en voordat de moslims sterk genoeg zouden zijn om terug te slaan.

Daar komt bij dat de Serviërs op dit moment nog - dat wil zeggen: voordat de moslims militair werkelijk kunnen toeslaan - alle troeven in handen hebben. Ze kennen de grenzen die de internationale gemeenschap zichzelf heeft opgelegd. Het Westen is niet bereid grondtroepen te sturen: die prijs is te hoog. Dat betekent dat het de vrede alleen met luchtacties kan afdwingen, en dat alleen in beperkte mate - gezien de vorige week nog eens onderstreepte risico's voor het VN-personeel op de grond. Maar zowel de Serviërs als die internationale gemeenschap weten óók dat een Servisch offensief met luchtacties alleen niet is tegen te houden.

De Serviërs kennen met de grenzen van de internationale gemeenschap ook de frustraties van die internationale gemeenschap. Ze weten hoe gefrustreerd het Westen zich over het doorgaande bloedvergieten voelt. Elk nieuw humanitair drama in Bosnië vergroot in het Westen de machteloosheid en de wanhoop en vermindert de eigen geloofwaardigheid.

En ze weten bovendien nog iets anders: hoe groter die frustraties, hoe liever het Westen vrede wil - en hoe lager de prijs wordt die het van de Serviërs in ruil voor die vrede eist. Het is een paradox: naarmate de Serviërs zich brutaler en meedogenlozer gedragen, daalt de prijs die ze voor hun wangedrag moeten betalen.

De beste illustratie van die paradox vormt het debat over de sancties tegen Joegoslavië (Servië en Montenegro), die het land inmiddels 45 miljard dollar schade hebben toegebracht. Tot dusverre heeft het Westen steeds gezegd dat de sancties worden opgeheven bij een vredesregeling in Bosnië. De afgelopen weken is echter een verschuiving in dat standpunt te zien geweest. Steeds vaker wordt gezegd dat de sancties geleidelijk kunnen worden opgeheven naarmate het vredesproces in Bosnië voortgang boekt. Met andere woorden: ze worden gekoppeld niet aan een vredesregeling maar aan het onderhandelingsproces zelf - een zeer grote concessie aan de Serviërs, en het beste bewijs dat wangedrag door de vingers wordt gezien en zelfs met concessies wordt beloond als de tegenstander maar wanhopig en machteloos genoeg is.

Dat uiteindelijk zelfs de Russen, hun enige vriend en beschermer, uit hun slof schieten, is een tijdelijk probleem voor de Serviërs: ze weten maar al te goed dat de Russen zich morgen, of overmorgen, of de dag daarop, net als de Owens en de Stoltenbergs, de Akashi's en de Redmans, weer haastig aan de onderhandelingstafel zullen scharen als de Serviërs zich bereid tonen het bloedvergieten te staken. De internationale gemeenschap wil vrede - tot elke prijs. En de Serviërs weten dat.

    • Peter Michielsen