Geldmarktrente fractioneel lager

AMSTERDAM, 20 APRIL. In reactie op de verlaging door DNB van het beleningstarief met 10 basispunten en van de voorschotrente met 0,25 procentpunt vorige week donderdag, zijn de geldmarkttarieven in de korte sfeer slechts fractioneel teruggelopen. Moest voor 1 maands interbancair geld vorige week maandag nog 5,43 procent worden betaald, afgelopen maandag was dat 5,38 procent. De reden van deze beperkte reactie is dat de markten op de verlaging van de beleningsrente waren vooruitgelopen. In de langer lopende segmenten bleek de daling meer beperkt of zelfs afwezig. Dit hangt samen met het oplopen van de kapitaalmarkttarieven in Duitsland en Nederland in navolging van die in de VS. Zolang de sombere stemming op de obligatiemarkten aanhoudt, zal, wat een mogelijke verdere verlaging van de officiële tarieven betreft, de Bundesbank en daarmee DNB voorzichtig te werk moeten gaan. De oplopende kapitaalmarkttarieven zouden ook deels kunnen duiden op een verminderde geloofwaardigheid van de Bundesbank als inflatiebestrijder. Zij verlaagde immers verscheidene keren de officiële tarieven terwijl de geldgroeicijfers alle records braken. Ook het licht oplopen van de lange rente in Duitsland (en Nederland) vóór de Amerikaanse renteverhoging doch ná de Duitse, geeft hier blijk van. Pas indien duidelijk lagere geldgroei- en inflatiecijfers gepresenteerd kunnen worden, in combinatie met een lagere kapitaalmarktrente, lijkt een volgende verlaging van de rentetarieven van Duitse zijde aanbevelenswaardig. In de zomermaanden zou zulks het geval kunnen zijn. De relatief forse verlaging van het Repotarief hedenochtend met 12 basispunten naar 5,58 procent moet worden gezien als een 'aanpassing' aan het lagere disconto.

De geldmarkt is in de verslagweek verruimd door Rijksbetalingen van bijna 2,7 miljard gulden en door terugkeer van bankbiljetten in omloop ter waarde van 123 miljoen gulden. De verruimende werking werd deels gecompenseerd door verhoging van de verplichte kasreserve met 1,7 miljard. Per saldo werd de geldmarkt verruimd met ruim 1 miljard. In reactie op deze ruimere verhoudingen, verlaagde DNB de omvang van de belening met 1,8 miljard gulden. Een hoger beroep op de voorschotten (574 miljoen gulden) bleek hierdoor noodzakelijk. Het hoger beroep op de voorschotten is gebruikelijk aan het einde van een contingentsperiode; de voorschotrente is immers lager dan het tarief voor de speciale belening. Ook bij het daggeld speelde het naderende einde van de contingentsperiode een rol. De geldmarktpartijen zullen immers proberen de ruimte in hun contingent maximaal te benutten. Maandag jongstleden moest voor daggeld nog 5,375 procent worden betaald, vandaag zakte het tarief naar het niveau van de nieuwe voorschotrente (4,75 procent). De omvang van het nieuwe contingent (looptijd 22/4 - 22/7) bedraagt 4,25 miljard gulden.

Bron: Economisch Bureau ING Bank