Geld alleen kan stroom vluchtelingen niet keren

Klaas Keuning vindt dat financiële hulp niet voldoende is om mensen ertoe te bewegen niet te vluchten of in de eigen regio te blijven. Niet armoede, maar oorlog en geweld doen mensen op de vlucht slaan.

Een keur van politici heeft zich in het spoor van het Kamerlid Bolkestein in de discussie gemengd over de toelating van vluchtelingen in Nederland. Zo ook Felix Rottenberg, een van de voorzitters van de Partij van de Arbeid. In het Veronica-programma 'De keus van de jeugd', uitgezonden op 3 april, deed hij de volgende uitspraken: “Er moeten miljarden naar onderontwikkelde gebieden zodat de vluchtelingen daar blijven. Ontwikkelingssamenwerking en vluchtelingenhulp moeten ertoe leiden dat mensen niet vluchten, maar in hun eigen land blijven”.

Met alle goede bedoelingen die Rottenberg mogelijk heeft willen ventileren - in hetzelfde programma pleitte hij voor een ruimhartig toelatingsbeleid in ons land voor vluchtelingen - gaat hij met bovenstaande uitspraken kennelijk uit van twee veronderstellingen die voorbijgaan aan de werkelijke oorzaken en gevolgen van vluchtelingenstromen in de wereld: mensen zouden vluchten als gevolg van armoede en onderontwikkeling: ontwikkelingshulp zou dit kunnen tegengaan; financiële hulp in de vorm van vele miljarden kan ervoor zorgen dat vluchtelingen in hun eigen regio blijven en niet doorvluchten naar het Westen.

Aldus geformuleerd lijkt het vrij simpel om de vluchtelingenproblemen in de wereld op te lossen en te voorkomen. Helaas is de werkelijkheid gecompliceerder en weerbarstiger.

Uit internationaal onderzoek is overtuigend aangetoond dat economische onderontwikkeling en extreme armoede zelden of nooit hebben geleid tot vluchtelingenstromen, hooguit tot interne migratie binnen het eigen land en een trek van het platteland naar de steden.

De oorzaken voor het ontstaan van vluchtelingenstromen zijn dan ook niet terug te voeren op armoede en onderontwikkeling, maar op onderdrukking en mensenrechtenschendingen door dictatoriale machthebbers, gewelddadige conflicten tussen staten en burgeroorlogen. In dit laatste geval spelen vaak etnische, sociale en religieuze tegenstellingen binnen een staat een belangrijke rol. In meer dan dertig landen is sprake van ernstige vormen van mensenrechtenschendingen danwel regelrechte oorlogssituaties. Deze hebben geleid tot een ongekend hoge uitstroom van bijna twintig miljoen vluchtelingen. Binnen de conflictgebieden is nog ten minste een even groot aantal burgers ontheemd geraakt.

Voor miljoenen mensen die het directe slachtoffer van oorlogen en onderdrukking worden, zijn de gevolgen niet minder dan rampzalig. Om te kunnen overleven moeten zij huis en haard verlaten, hun bezittingen opgeven en in een voor hen vreemd naburig land om bescherming en veiligheid vragen. Families worden uiteengerukt en veel vluchtelingen hebben als gevolg van de onderdrukking en het strijdgewoel familieleden zien sterven. Van de bijna twintig miljoen vluchtelingen wordt ruim negentig procent in naburige landen opgevangen. Vaak zijn de gastlanden zelf arm en niet in staat om de vluchtelingen opvang te bieden. Internationale hulp via de Verenigde Naties en particuliere hulporganisaties dragen er in belangrijke mate aan bij dat vluchtelingen in de eigen regio kunnen worden opgevangen, maar de omstandigheden waarin vluchtelingen daar moeten overleven zijn zelden aangenaam. De beelden van eindeloze grauwe en uitzichtloze vluchtelingenkampen zijn ons allen bekend. Een andere oplossing is onder alle omstandigheden te verkiezen, maar ook hulporganisaties moeten erkennen dat die niet altijd voorhanden is. De levensomstandigheden in landen met een grote vluchtelingenlast als Ethiopië, Kenia, Malawi en Bangladesh zijn voor de lokale bevolking vaak even minimaal en uitzichtloos als voor vluchtelingen: gebrek aan vruchtbare landbouwgronden, minimale openbare voorzieningen en grote werkloosheid. Ook is de veiligheid van vluchtelingen lang niet in alle opvanglanden gewaarborgd.

Er is, zoals Rottenberg ook stelt, zeker behoefte aan internationale hulp op grote schaal om de vluchtelingen en de lokale bevolking in die gebieden - die vaak het weinige dat zij bezitten met vluchtelingen delen - een menswaardig bestaan te bieden. Overigens zij gezegd dat de Nederlandse bijdrage aan internationale vluchtelingenhulp - zowel van overheid als van particuliere hulporganisaties - in vergelijking met andere westerse landen van een behoorlijke omvang is.

Maar zelfs als de internationale vluchtelingenhulp aanmerkelijk verhoogd zou worden, dan nog zal het maar voor een klein deel van de vluchtelingen mogelijk zijn om een zelfstandig en onafhankelijk bestaan op te bouwen.

Er is een groeiende discussie in internationale politieke fora over de vraag hoe het ontstaan van vluchtelingenstromen kan worden voorkomen en hoe eenmaal ontstane vluchtelingenproblemen kunnen worden opgelost.

Diplomatiek overleg en internationale druk, bilateraal of in VN-verband, zijn en blijven belangrijke middelen om het escaleren van conflicten te helpen voorkomen, maar leiden slechts in beperkte mate tot succes. In meer dan dertig landen is sprake van ernstige vormen van onderdrukking danwel regelrechte oorlogssituaties, die ontstaan en gegroeid zijn zonder dat de internationale gemeenschap dit heeft kunnen voorkomen. Recente voorbeelden daarvan zijn Angola en Rwanda.

De internationale gemeenschap, met een na het einde van de Koude Oorlog versterkte rol voor de Verenigde Naties, raakt in toenemende mate betrokken bij interventies om aan gewelddadige conflicten een einde te maken. Een goede zaak en soms lukt het, zoals in het geval van Cambodja, El Salvador, Namibië en Mozambique, maar wel nadat deze conflicten meer dan tien jaar gewoed hadden. Ook bij recente interventies in Somalië en het voormalige Joegoslavië blijkt weer hoe gecompliceerd de problemen liggen en hoe lang het kan duren voordat een permanente vredessituatie kan worden bereikt.

Voor vluchtelingen is terugkeer naar eigen land veruit de meest gewenste oplossing. Er zijn in de afgelopen vijf jaar ook meer dan vijf miljoen vluchtelingen naar eigen land teruggegaan na een verbetering van de politieke situatie aldaar. Voor wie (nog) niet terug kan keren, rest de permanente vestiging in het land van eerste opvang (als dat al wordt toegestaan) of de al dan niet spontane hervestiging in een derde land. De wereldgemeenschap heeft een humanitaire en in internationale verdragen vastgelegde plicht om vluchtelingen bescherming en overlevingskansen te bieden. Dit houdt in zowel financiële hulp voor landen die met grote vluchtelingenstromen te kampen hebben als het bieden van bescherming en opvang voor die vluchtelingen die elders onvoldoende bescherming en opvang hebben gevonden.

Het vluchtelingenvraagstuk in deze wereld kan dan ook niet alleen met geld worden afgekocht.

    • Klaas Keuning