Eenzame vrouw in voor buurman en lichte bondage

De flat. Regie: Ben Verbong. Met: Renée Soutendijk, Victor Löw, Jaimy Siebel, Hans Hoes. In 35 theaters.

De film was nog niet eens in de bioscopen te zien of de Filmkrant, een gratis in filmhuizen verspreid tijdschrift, rook materiaal voor haar roddelrubriek: de Nederlandse film De flat leek 'wel erg veel' op de Amerikaanse film Sliver. De scenarist van De flat toonde trouwhartig met vermelding van plaatsen en jaartallen aan dat de overeenkomsten op toeval moesten berusten. Wat toeval? Niks toeval. Alleen mag hier niemand van plagiaat beschuldigd worden. Een eenzame vrouw, een groot, onpersoonlijk flatgebouw, een aantrekkelijke buurman met seksuele fantasie, onopgeloste moorden op eveneens alleenstaande buurvrouwen, een masturbatiescene in het bad, gefrutsel van handen en dijen vrij onder een restauranttafel - het is allemaal bekend. Die zogenaamd frappante gelijkenissen tussen Sliver en De flat komen in het overgrote deel van alle films voor die een 'erotische thriller' willen zijn, en waarbij de makers niet de moeite namen om iets eigens van verhaal en vorm te maken.

De flat, geschreven door Jean van de Velde en geregisseerd door Ben Verbong, vertelt een voorspelbaar, gemakkelijk te doorzien kletsverhaaltje over een pas gescheiden vrouw die het aanlegt met een man. Al heel snel is het iedereen behalve haar duidelijk dat hij de moordenaar moet zijn. Om toch wat spanning te creëren verlaat men zich in De flat op muzikale cliché's, maar uiteindelijk gaat het de makers niet om de oplossing van die moorden.

Van de Velde en Verbong concentreren zich dermate fanatiek op de vrouw, dat gevreesd moet worden dat zij een psychologisch beeld hoopten te geven van de onzekerheden en angsten van iemand in haar situatie. Het resultaat is schokkend grof. Deze vrouw is in geen enkel opzicht opgewassen tegen grote mensen-verantwoordelijkheid (die nam haar ex-man blijkbaar altijd op zich), maar wel denkt ze te kunnen debuteren als huisarts. Vooral is ze uit op seks en zelfs, na een saai huwelijk met een verstikkend toegewijde man, blozend in voor wat lichte bondage. Dan is er ook nog sprake van een hittegolf, dus tel uit je winst. Ziehier de simpele visie van Van de Velde en Verbong op zo'n vrouwtje alleen.

Renée Soutendijk, ook nog gekleed in kinderachtige wikkeljurkjes of laag uitgesneden bloesjes, wringt zich in de raarste bochten om deze monstruositeit geloofwaardig gestalte te geven. Dat haar dat op geen stukken na lukt, valt haar niet te verwijten. Ze moet al sensueel tegen de buurman doen voor er iets kan bestaan tussen hen, moederlijk zijn met dialogen die haar vooral haar zoontje laten afbekken, en als huisarts zien we haar zich uitsluitend onprofessioneel gedragen. Moet ze vrijen dan zit ze, om Verbong en zijn pretentieuze, erotisch (?) geïnteresseerde camera terwille te zijn, vast aan een vaak weinig flatteuze choreografie. Zegt haar loodzwaar aangezette personage eindelijk iets grappigs dan durf je niet eens meer te lachen, zo vaak heb je al een giechel op een onbedoeld geestig moment onderdrukt.

Soutendijks tegenspeler Victor Löw brengt het er beter af: hij zag af van subtiliteiten en zette een van meet af aan recht door zee onbetrouwbare engerd neer. Waarom zou hij iets opbouwen? Verbong deed dat ook in geen enkel opzicht: zelfs de sfeer van staal, beton en teveel glas in de flat - kat in 't bakkie voor een thriller zou je zeggen - wist hij niet eens gaandeweg beklemmend te maken.

    • Joyce Roodnat