Document van gefilmde oorlogsjournaals

Vrij en onverveerd. Scenario: Hans Barnstijn en Robert Kiek. Produktie: G.T. Cummins. Uitgebracht op video door Video Sales Network.

Het publiek keek zich de ogen uit, toen de film Vrij en onverveerd in het najaar van 1945 in de bioscopen kwam. Alles wat hier werd vertoond, was nog niet eerder te zien geweest. Het was, volgens de filmmedewerker van het blad Op Wacht, alsof “hier in één vertoning als het ware een samenvatting wordt gegeven van vijf jaren journaals, die wij zo node misten en die ons het gevoel geven weer uit de stopfles met de Duitse kurk, waarin we tijdens de bezetting op filmgebied moesten leven, te zijn gekomen.”

Nu, bijna vijftig jaar later, zijn heel wat van de beelden die destijds zo de aandacht trokken, uit den treure bekend. Koningin Wilhelmina met de Engelandvaarders in Londen, de geallieerde leiders in Jalta, de zeeslagen, de Parijse intocht van De Gaulle, enfin, ze zijn sindsdien honderden malen gebruikt in honderden oorlogsdocumentaires. Alleen de film waarin ze voor het eerst aan het Nederlandse publiek werden vertoond, is vergeten.

Vrij en onverveerd, nu op video uitgebracht in de oorspronkelijke, bijna twee uur durende versie, was blijkens de openingstitels “opgedragen aan het Nederlandse volk, dat door zijn taai verzet tegen de vijand de bewondering van de wereld heeft opgewekt”. De film ontstond in 1944 op initiatief van de Rijksvoorlichtingsdienst in Londen en werd samengesteld door Hans Barnstijn en Robert Kiek, twee medewerkers van Radio Oranje. Kiek, een bekend oorlogscorrespondent uit die dagen, spreekt ook de begeleidende tekst uit - inclusief alle naamvallen die toen nog werden gehanteerd. De produktie werd opgedragen aan G.T. Cummins van het bioscoopjournaalbedrijf British Paramount News, dat immers over alle beelden beschikte.

Wat de RVD er toen precies mee wilde, is niet meer te achterhalen. Wel is bekend dat Vrij en onverveerd hier in alle grote steden werd vertoond onder auspiciën van de Nederlandse Bioscoopbond, die het merendeel van de opbrengst bestemde voor de stichting Nederlands Volksherstel. In bijna alle kranten stond de ontvangst in het teken van de innige dankbaarheid voor de recente bevrijding. De enige wanklank klonk op in het progressief-christelijke blad De Nieuwe Eeuw, waarin H.J. erop wees dat enkele scènes zonder bronvermelding waren ontleend aan Capra. Het resultaat was, schreef hij voorts, “niet meer dan een langdradige en nogal chaotische oorlogsdocumentaire, waarin ieder verbindend nationaal motief, zelfs het innerlijk motief van een zinrijke beeldmontage, zoals in de documentaires van Capra, ontbreekt.”

Het is gemakkelijk H.J. alsnog gelijk te geven. Hoewel de samenstellers beloven dat ze vooral aandacht zullen besteden aan de rol van de Nederlandse marine, de Nederlandse koopvaardij en de Nederlandse brigade Prinses Irene in de oorlogsvoering, gaat deze compilatie van gehaast gefilmde oorlogsjournaals niet veel verder dan een samenvatting van het internationale krijgsverloop, met wat extra opnamen van de Nederlandse gemeenschap in Londen, de prinsesjes in Canada (de kleine Beatrix proestend in het zwembad!) en de Koningin op inspectie. Curieus klinkt nu wat Kiek te berde brengt over “de kracht en onverbrekelijke eenheid van het Russische volk” met Stalin als “bezielend leider” en de afwachtende houding van de paus: “Het Vaticaan had gedurende de oorlogsjaren natuurlijk een strikte neutraliteit in acht moeten nemen.”

De montage is fantasieloos en het beeldmateriaal veelal niet van superieure kwaliteit, dat is allemaal waar. Maar de film heeft nu een heel andere betekenis gekregen die in latere - en veel betere oorlogsdocumentaires - niet meer gereconstrueerd kon worden. Dit document weerspiegelt, zo authentiek als het maar kan, de onversneden heldhaftigheid die de Nederlandse bevolking in 1945 deed opzwellen van trots.