Corrupte politie Napels opgepakt na hulp Amsterdam

AMSTERDAM, 20 APRIL. Twee rechercheurs van het Amsterdamse politiebureau Lijnbaansgracht hebben een belangrijke rol gespeeld bij de arrestatie en schorsing, gisteren, van een groot deel van de huidige en de voormalige top van de Napolitaanse politie. De Italiaanse politiechefs worden beschuldigd van onder andere corruptie, verduistering en samenwerking met de Napolitaanse mafia, de camorra.

Vier jaar lang heeft de Napolitaanse politie informatie over een belangrijke drugs- en wapenlijn van de camorra in Nederland in de doofpot gestopt. Het onderzoek werd gesaboteerd om de banden tussen een topman van de camorra in Amsterdam en de toenmalige Italiaanse minister van binnenlandse zaken Antonio Gava te verdoezelen. Tegen de ex-bewindsman loopt op dit moment een onderzoek wegens banden met de mafia.

De informatie werd geleverd door een zogeheten 'pentito', een spijtoptant uit de mafia. De 35-jarige overloper, Francesco Russo, werd in april 1990 in het centrum van Amsterdam gearresteerd wegens verboden wapenbezit. Het waren de twee Amsterdamse rechercheurs die de camorrist aan het praten kregen. Aan hen onthulde Russo hoe de camorra in Amsterdam een nieuwe basis had gevestigd. Sleutelfiguur daarbij zou de drugs- en wapenhandelaar Salvatore Cosma zijn. Volgens de 'pentito' was dit tevens de man die in Napels verantwoordelijk was voor het ronselen van de stemmen voor de christendemocratische minister Gava.

Onmiddellijk speelden de Amsterdamse rechercheurs deze informatie door aan hun collega's in Napels. Maar vier jaar lang kregen ze in Italië geen voet aan de grond. Zowel het huidige hoofd van de Napolitaanse recherche als zijn voorganger, als ook de nummer twee van de dienst hebben er al deze jaren bewust voor gezorgd dat de verklaringen van de Amsterdamse arrestant buiten het bereik van de anti-mafiarechters van Napels bleven.

Volgens de arrestatiebevelen die deze rechters gisteren hebben uitgevaardigd, zou de corrupte Napolitaanse politietop opdracht hebben gegeven de verklaringen van Russo uit de rapporten te schrappen. Ook deden zij er alles aan om te voorkomen dat hij aan Italië zou worden uitgeleverd. Ze verzuimden bijvoorbeeld de naam van Russo door te geven aan Interpol. Alleen via deze instantie kan het tot een internationale uitlevering komen en zouden de verhalen van de 'pentito' gevolgen krijgen voor de machtige Italiaanse politicus.

Maar ook daarvoor werd al een vreemd spel gespeeld rond de werkelijke naam van de arrestant, zo blijkt uit de arrestatiebevelen.

Pag.10: Italiaanse politie hield gegevens achter over identiteit informant

Na een vergelijkend onderzoek van de vingerafdrukken wisten de Napolitanen na twee maanden dat de Amsterdamse politie de felgezochte camorrist Francesco Russo in handen hadden. De Amsterdammers dachten toen nog van doen te hebben met ene Francesco Esposito, zoals de 'pentito' zichzelf noemde. Pas na lang aandringen door de Nederlandse rechercheurs werd hen in april 1991 verteld dat Francesco Russo de werkelijke naam is van de informant die op dat moment al een jaar met hen samenwerkte, tien maanden nadat de Italianen het wisten.

Uit de arrestatiebevelen blijkt hoe uiteindelijk door de vasthoudendheid van de twee Amsterdamse rechercheurs de bal in Napels aan het rollen is gebracht. Telkens is er sprake van telefoontjes en ook van bezoeken aan Italie waarin het tweetal zijn “verbazing uitspreekt over inertie van de Italiaanse autoriteiten”, zo valt in de arrestatiebevelen te lezen.

Op dit moment zit Amsterdam echter nog steeds met een belangrijke Italiaanse 'pentito'. Bijna twee jaar nadat Russo door de twee rechercheurs was gearresteerd, besloot Nederland hem uit te wijzen. In Italië was de uitleveringsprocedure immers nog steeds niet op gang gekomen. Bronnen bij het Amsterdamse openbaar ministerie vertellen dat Russo in die periode naar Italië ging “om zijn bewijsmateriaal rond te krijgen”. Doodsbang klopte hij een paar weken later weer bij de Amsterdamse rechercheurs aan. Een aantal van zijn vrienden zou zijn vermoord, en meer nog dan eerst had de informant het vermoeden dat de top van Napolitaanse politie door zijn vroegere mafiavrienden was geïnfiltreerd.

In juni vorig jaar liet Russo zich opnieuw arresteren. In een Amsterdams warenhuis stal hij daartoe een paar sokken. Eerdere pogingen om zich op de Zeedijk voor drugshandel te laten arresteren waren mislukt. Russo wilde nog maar een ding: beschermd worden door de Nederlandse politie. Zelfs in Amsterdam waande hij zich niet meer veilig voor de samenzwering tussen camorra en de Napolitaanse autoriteiten, die zijn verklaringen maar niet serieus wilden nemen.

Zo had de 'pentito' van het begin af aan gevraagd om een gesprek met een van de anti-mafia rechters van Napels. Hij wilde onder geen enkele voorwaarde meer met de politie praten. Zijn eerste gesprek met de Napolitaanse agenten in Amsterdam had plaats gehad achter een scherm dat zijn gezicht verborg.

Na drie jaar, op 28 april 1993, was het zover. Twee Napolitaanse rechters landden op Schiphol. Ze gingen naar de geheime plek waar de ontmoeting met Russo zou plaatsvinden. Maar inmiddels was deze ook opnieuw benaderd door de corrupte Napolitaanse recherche en daardoor zo bang geworden dat hij de rechters weigerde te vertellen wie hij in werkelijkheid was. Onverrichterzake keerden ze terug naar Italië. Woedend op de 'pentito', maar ook op de Amsterdamse rechercheurs en het openbaar ministerie die Francesco Russo hadden gesteund in zijn weigering. “Je weet op een gegeven niet meer welke Italiaan je nog wel en welke je niet meer kunt vertrouwen”, zegt de bron bij het Openbaar Ministerie.

Onduidelijk is op dit moment wat er verder met de spijtoptant gaat gebeuren. Hij zit ergens op een geheime plaats in Nederland verborgen.

    • Marjon van Royen