Buthelezi geeft zich over aan democratie

JOHANNESBURG, 20 APRIL. Het verzet van Mangosuthu Buthelezi dateert al vanaf het begin van de meer-partijenonderhandelingen. Als enige politieke leider was hij afwezig bij de opening van de Conventie voor een Democratisch Zuid-Afrika (Codesa) op 20 december 1991. De eerste man van Inkatha en premier van KwaZulu bleef gepikeerd thuis in Ulundi, omdat het ANC en de regering de koning der Zoeloes niet hadden toegestaan met een eigen delegatie de conventie bij te wonen. Nu, een week voor de verkiezingen, heeft een akkoord over de positie van de koning Buthelezi eindelijk overgehaald.

In de Codesa-onderhandelingen openbaarden zich al gauw de verschillen in positie tussen het ANC en Inkatha. Het ANC wilde dat een grondwetgevende vergadering na de verkiezingen de nieuwe grondwet zou opstellen. Inkatha, toen nog gesteund door de regering-De Klerk, keerde zich tegen dit “twee-fasenproces”. De nieuwe grondwet moest volgens Buthelezi worden geschreven in de meerpartijenonderhandelingen tussen alle partijen en in een referendum worden voorgelegd aan het volk. Pas daarna konden verkiezingen volgen.

Dit geschil hing nog steeds boven de markt, toen Codesa in juni 1992 definitief vastliep. Het ANC trok zich terug uit de onderhandelingen na het bloedbad in het krottenkamp Boipatong, waarbij 48 mensen om het leven kwamen. Het zag de hand van politie en regering in het geweld. Er volgde een periode van acties en stakingen, en onderhandelingen achter de schermen. Het resulteerde eind september 1992 in een cruciale overeenkomst tussen de regering en het ANC, waarin De Klerk Buthelezi als mogelijke bondgenoot liet vallen. De regering ging akkoord met het twee-fasenproces, en besloot met het ANC de hostels (arbeiderspensions) door de politie te laten afgrendelen. De meeste hostels zijn Inkatha-terrein.

Met de toenadering tussen de regering en het ANC - een doorslaggevende verschuiving in de machtsverhoudingen - begon de verzetscampagne van Buthelezi pas echt. Hij voelde zich verraden. Met de leiders van de thuislanden Bophuthatswana en Ciskei, de blanke Konservatieve Partij en de Afrikaner Volksunie richtte hij de Groep van Bezorgde Zuidafrikanen op, als een coalitie van ontevreden buitenstaanders die meer en meer de etnische kaart begonnen te spelen.

Tegelijk liet Buthelezi zijn parlement van KwaZulu een grondwet aannemen, die het toekomstige gebied een hoge graad van federale autonomie zou geven. Hij dreigde de grondwet in een referendum voor te leggen aan de bevolking en bij een positieve uitkomst uit te roepen tot wet van de provincie “wat de onderhandelingen op centraal niveau ook mogen opleveren”. Het is een van de talloze dreigementen van Buthelezi die nooit zijn uitgekomen.

Inkatha schoof weer aan toen de meer-partijenonderhandelingen op 1 april vorig jaar werden heropend, maar de verschillen bleven bestaan. Op 2 juli 1993 besloot de meerderheid van de partijen, aangevoerd door het ANC en de regering, 27 april 1994 uit te roepen tot de datum van de eerste algemene verkiezingen. Inkatha en de Konservatieve Partij stapten uit protest uit het overleg, later gevolgd door de thuislanden Bophuthatswana en Ciskei. De bezorgde Zuidafrikanen doopten zich om tot de Vrijheidsalliantie.

Zonder Inkatha denderde de trein voort. Op 18 november bezegelden de partijen in het onderhandelingsform maanden van besprekingen met een nieuwe interim-grondwet. Het parlement nam de grondwet eind december aan. Op de achtergrond had een eindeloze rij gesprekken plaats tussen de regering, het ANC en de Vrijheidsalliantie. Het leverde geen overeenstemming op, zelfs niet toen het ANC de eisen van Inkatha en de zijnen tegemoetkwam met veranderingen aan de grondwet die de positie van de provincies versterkten. Steeds luider riepen leden van de Vrijheidsalliantie dat een gewapend conflict zou volgen.

Maar de druk op de losse verzameling kleine partijen werd te groot. De leiders van Bophuthatswana en Ciskei bezweken in maart onder opstanden van hun bevolking die wilde stemmen. De rechtse blanke schijneenheid van het Afrikaner Volksfront brokkelde af, toen generaal Constand Viljoen besloot alsnog onder de naam Vrijheidsfront deel te nemen aan de verkiezingen. Buthelezi bleef alleen achter. De druk binnen zijn partij om na twee-en-een-half jaar het verzet op te geven, groeide met de dag. Gisteren gaf ook hij zich over aan de democratie.

    • Peter ter Horst