Brinkman daalt, Deetman stijgt

Het gaat goed met Wim Deetman. Naarmate het slechter gaat met Elco Brinkman, schittert de ster van de Kamervoorzitter feller. Hij zou straks misschien fractievoorzitter van het CDA worden, mogelijk zelfs in het Catshuis belanden, zo willen Haagse geruchten.

Tot voor kort beantwoordde Deetman zulke speculaties met liefdesverklaringen aan zijn huidige functie: het Kamervoorzitterschap. Twee weken voor de verkiezingen is dat veranderd. Dit weekeinde liet hij weten “niet voor mijn verantwoordelijkheid weg te lopen” als de partij op hem een beroep zou doen voor het fractievoorzitterschap. En in Vrij Nederland van deze week schrikt hij zelfs niet terug voor het hoge ambt van het premierschap. Als een goed CDA-man stelt hij dat ondermeer afhankelijk van overleg met vrouw en kinderen, oftewel het “thuisfront”.

Het kan verkeren met Wim Deetman. Het is nog maar een half jaar geleden dat over één van de belangrijkste gebeurtenissen uit zijn ministerschap - de invoering van de studiefinanciering - een hard oordeel werd geveld. In een jublieumboek voor het ministerie van Onderwijs dat de huidige minister van onderwijs, J. Ritzen ,oktober 1993 kreeg aangeboden, werd de invoering van stelsel van studiefinanciering in 1986 en 1987 “een van de grootste debâcles in de geschiedenis van het departement” genoemd. De verhouding tussen minister Deetman en de top van het departement was na het drama “volledig verstoord”, Deetman maakte een “gekwelde, aangeslagen indruk”, aldus de auteurs, de sociaal-geograaf H. Knippenberg en de journalist W. van der Ham. Zij kwamen tot hun oordeel na gesprekken met de betrokken ambtenaren en onder begeleiding van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen. Deetman heeft er nooit openlijk op willen reageren.

Het kan verkeren met Wim Deetman. Het is minder dan drie jaar geleden dat de Algemene Rekenkamer een vlijmscherp rapport uitbracht over een ander belangrijk project van de oud-minister: de invoering van een nieuw financieringsstelsel voor het basisonderwijs (Londo). De Rekenkamer verweet hem en andere verantwoordelijke bewindslieden de Tweede kamer “niet tijdig en adequaat” te hebben ingelicht over de moeilijkheden met de invoering van het stelsel. Even waren er twijfels of een Kamervoorzitter wel Kamervoorzitter kan blijven na zulke scherpe kritiek, maar die twijfel smolt snel weg. De Tweede Kamer nam de conclusies van de Rekenkamer niet over en Deetmans reputatie bleef wat die tot op de dag van vandaag is: die van een gerespecteerd Kamervoorzitter.(KV)

    • Kees Versteegh