BELL

Flap, flap, flap. Hèt geluid van de Vietnam-oorlog. De twee rotorbladen boven mijn hoofd happen naar lucht, de turbine achter het brandschot haalt gierend adem. Wij zijn nu niet op zoek naar guerrillastrijders maar brengen een wanhopig kleine hoeveelheid water naar het door een cycloon getroffen kustgebied van Bangladesh. Meer dan 100.000 doden liggen er hier beneden, wat een getal!

De haveloze Bell heeft zijn beste tijd gehad, hij ratelt en rammelt, de veiligheidsgordels zijn met een ijzerdraadje vastgemaakt. Er hangt een penetrante geur van kerosine in de cabine, onder ons verandert de kleur van het landschap van uitbundig groen naar het vaalgrijs van de moddervlakten waarin geen spoor van leven te zien is. Bij de dood hebben de piloten blijkbaar een waterdichte afspraak, want na een uur schudden en trillen trekt de jongste een gaspitje onder zijn stoel vandaan dat aangestoken wordt met een Zippo. Wat mij het paniekerige gevoel geeft van iemand die ziet dat er met een vlammetje naar het gaslek gezocht wordt. Hier nu sterven, één grote klap op honderd meter boven de modder, hoe komen mijn filmrolletjes dan in Rotterdam? Hij vult een gebutst steelpannetje met water uit een thermosfles, ook een theepotje met kopjes wordt tevoorschijn getoverd en we drinken bedachtzaam thee, het lekkerste kopje dat ik ooit gedronken heb. Ze weten blijkbaar de weg boven deze modderwoestijn, want plotseling liggen er vóór ons een paar omgeslagen vissersboten, een golfplaten schuurtje, en zwaaiende mensen, kinderen, gelukkig veel kinderen. Zij zwaaien met stukken kleding, springen opgetogen door de modder. De rotor blijft flappen als de zakken en jerrycans naar buiten worden gegooid, het ruikt er naar een paardenhoefsmederij. Er is nergens een boom of struik te zien, hoe moeten ze nu die rijst koken? Met het laatste beetje brandstof wordt 's avond de luchthaven gehaald, de oververmoeide piloten in hun verschoten overalls roken op het platform zwijgend een sigaret. In het uitermate luxe hotel waar werkelijk alle soorten voedsel voorradig is, wordt een persconferentie gegeven. Een dikke Amerikaan van een hulporganisatie geeft mij een persoonlijke visie op het drama; jongen, honderdduizend doden, een hoop ja, maar die hebben ze hier zo weer aangevuld hoor. Geen tv, geen video, geen radio en wat doe je dan als het donker wordt? De buik schudt over zijn broekriem.