Aziatische bank voert strenger leningenbeleid

ROTTERDAM, 20 APRIL. De ontwikkelingsbank voor Azië, ADB (Asian Development Bank) zal het leningbeleid verstrakken nadat, Amerikaanse aandeelhouders verzet boden tegen kapitaalvergroting. De bank zegt in het vandaag gepubliceerde jaarrapport met “gepaste diversificatie” de concentratie van leningen bij een kleine groep afnemers te verminderen. Vorig jaar leende de ADB 5,3 miljard dollar uit, tegen 5,1 miljard in 1992.

De ABD zal in de toekomst de landen die in aanmerking willen komen voor leningen strenger te selecteren. Bovendien zal de bank een harder optreden als de afbetalingstermijn van een lening wordt overschreden. Wanneer die termijn met 60 dagen wordt overschreden, worden geen nieuwe leningen verstrekt aan instellingen uit dat land. Als de afbetaling nog eens 30 dagen op zich laat wachten, zal de ABD alle uitgaven aan dat land stopzetten.

Het strengere beleid is het gevolg van een aantal gesprekken over de kapitaalvraag van de ABD en Amerikaanse banken, zo meldt de Financial Times vandaag.

Volgens de ABD is tot het jaar 2000 circa 1000 miljard dollar nodig voor de verbetering van de infrastructuur in Azië, nu veel kleine economiën in die regio een snelle groei doormaken. Verdere privatisering van vooral telecommunicatiebedrijven in Azië, zou volgens de ADB stimulerend werken bij de ontwikkeling van de infrastructuur.

De bank leende het afgelopen jaar geld uit aan vrijwel alle landen van Azië, behalve Japan en Noord-Korea. Tegen het eind van 1993 heeft de ABD 20,6 miljard dollar (circa 40 miljard gulden) uitgekeerd voor de financiering van 435 infrastructurele projecten in Azië. Van dit bedrag staat 33,6 uit bij Indonesië, dat hiermee de grootste crediteur van de ADB is. India, de Filipijnen, China en Pakistan waren samen goed voor 54 procent van de uitstaande leningen. Een vijfde deel van dit geld is besteed aan energieprojecten, en een bijna net zo groot deel aan communicatieprojecten.