Wat Lubbers zei over Brinkman

De pers had hem volledig verkeerd begrepen. Hoe kwamen ze erbij dat hij, Ruud Lubbers, zijn opvolger Elco Brinkman had laten vallen? En dat alleen maar door zijn opmerking, afgelopen vrijdag voor de NOS-televisie, dat de CDA-lijsttrekker niet automatisch de kandidaat-premier is.

“Dit behoort toch tot het politieke A,B,C,”, zei een geïrriteerde Lubbers gisteren tegen het dagblad Trouw. Hoe komt iedereen dan toch bij dat idee dat Lubbers Brinkman als zijn opvolger voor 'het Torentje' heeft aangewezen? Wellicht door Lubbers zelf. Een paar citaten:

Op 23 december 1989 in Elsevier: “Uit oogpunt van gezondheid en democratie moet ik er toch ooit mee ophouden. Dat kan door me te zijner tijd niet meer als lijsttrekker van het CDA beschikbaar te stellen.”

- Dan moet u wel een kroonprins gaan voorbereiden.

“Maar die is er in beginsel toch al? In onze traditie is de fractievoorzitter, nu dus Brinkman, de eerste opvolger.”

Op 20 mei 1992 in het televisie-programma Reporter over de toekomst van Brinkman: “Die jaren als fractievoorzitter zullen later een goede investering blijken te zijn. Ik heb dat zelf vijf jaar gedaan voordat ik minister-president werd. Ik denk dat deze periode Brinkman als fractievoorzitter, tezamen met zijn periode daarvoor als minister eigenlijk een ideale lijn naar de toekomst heeft.”

Op 20 maart 1993 in de CDA-krant: “Ik had in 1989 bepaald niet de indruk dat Elco Brinkman genoeg had van het ministerschap. Hij zou nu een periode fractievoorzitter in de Tweede Kamer zijn en wellicht zou hij daarna naar de andere kant kunnen terugkeren, waarbij het logisch is dat er dan een minister-presidentschap in zit.”

Op 18 april 1994 (gisteren) in Trouw: “Het idee dat je iemand als premier zou kunnen aanwijzen, alsof daar niet bijhoort het boeken van goede verkiezingsresultaten”. (MK)