Warmbloedige pingelaar rent als lopend vuur

Edgar Davids krijgt morgen in Tilburg tegen Ierland een kans in het Nederlands elftal. Een 21-jarige Ajacied. Een pingelaar met een explosief karakter. Zoals een straatvoetballer betaamt.

“Romario een spits voor Ajax? Die is niet constant. Dat pikt het Ajax-publiek niet. Voor zo'n speler willen de anderen niet werken.” Louis van Gaal liet zijn stem door het spelershome van Ajax galmen. Hij keek om zich heen en zag aan het einde van de bar Edgar Davids zitten. De kleine man had zich over een kop soep gebogen en keek op. “Davids wèl”, zei de trainer. “Hij wil wèl voor Romario werken. Edje is gek van hem.”

De kleine man lachte verlegen, knikte en nam nog een schepje soep. Davids is een bewonderaar van Romario, zo'n fantastsiche voetballer kan op zijn steun rekenen. Dat is Davids, tot alles bereid, als hij maar een bal tegen zijn voeten voelt.

Hij is de agressor van Ajax. Hij heeft gif in zijn korte lijfje. Hij rent en pingelt, hij wil altijd aanvallen en altijd een man passeren. Davids is niet af te remmen. Totdat hij scoort. Dan balt hij zijn vuisten. Dan perst hij alle emotie uit zijn hart en schreeuwt hij net zo lang totdat hij uiteenspat.

Het kost de trainers moeite hem te kalmeren, hem ervan te doordringen dat emotie niet altijd de vrije loop kan krijgen, dat hij af en toe rust in zijn spel moet brengen, zijn medespelers in het spel moet betrekken. Maar Davids wil zo graag de bal hebben en hem houden. Hij wil winnen, hij moet winnen, altijd winnen.

Hij gaat door totdat zijn moeder hem binnenroept. Anders gaat hij door tot de diepe duisternis het voetballen onmogelijk maakt. Laatste doelpunt alles gewonnen, bestaat voor hem niet. Voor hem zijn er nooit doelpunten genoeg. De straatvoetballer bestaat nog. Het jongetje van Schellingwoude, het straatvoetballertje uit Amsterdam-Noord is de aandrijver van het edele Ajax.

Wat op straat mag, mag zelfs niet in de jungle van het beroepsvoetbal. Hij is verschrikkelijk als tegenstander, als een horzel. Hij laat zich niet afschudden. Wie hem raakt, raakt een gespannen veer. Nog niet zo lang geleden sloeg hij weleens terug, dan was hij het vechtersbaasje dat op straat niet tegen zijn verlies kan.

Ze probeerden hem te temmen, de trainers van Ajax. Maar liever hadden ze hem zijn gang laten gaan. Zoveel temperament, zo'n warmbloedige voetballer laat zich bovendien niet stollen.

In een van Ajax' laatste wedstrijden van het vorige seizoen, uit bij Willem II, werd Davids na een overtreding op een Tilburgse aanvaller van het veld gestuurd. Na het door Ajax met 1-0 verloren duel uitte Van Gaal in één zin zijn teleurstelling èn zijn waardering daarover. Hij vond het triest dat juist de speler die als één van de weinigen tot de laatste snik wensten door te vechten, met rood werd bestraft.

Toen hij veertien jaar was, werd hij door Ajax bij de jeugd van Schellingwoude weggeplukt. Op welke positie hij zou spelen, maakte hem niet uit. Hij was linksbenig, linksbuiten dus maar. Dan kon hij lekker pingelen. Want pingelen is het leukste van voetbal. Met zijn snelle linkervoet de bal om zoveel mogelijk tegenstanders heen spelen en dan scoren. Zoals hij op de pleintjes van Amsterdan-Noord gewend was.

Ze probeerden hem in dienst van het team te laten spelen. Van Gaal was als trainer van de Ajax-jeugd idolaat van hem. Davids moest meer kunnen, wist hij. En 'Edje' deed wat de trainer van hem verlangde. Hij speelde de bal ook wel eens naar een medespeler. Niet omdat het moest, maar omdat hij leerde inzien dat het soms effectiever en minder slopend voor hem was. En omdat hij besefte dat Van Gaal hem aanvoelde. Dat gaf hem vertrouwen.

Beenhakker liet hem in september 1991 debuteren in het eerste van Ajax, als linksbuiten tegen RKC. Hij zou de nieuwe linksbuiten van Ajax worden toen twee jaar later Bryan Roy moest vertrekken. Davids is geen Roy. Davids is warmbloediger, altijd aanwezig. Hij werd vergeleken met Roy, ten onrechte, de giftige dribbelaar die wordt vergeleken met de dromerige artiest.

Als linkermiddenvelder bleek Davids tot meer in staat dan als linkerspits. Hij offerde zich op als waren zijn medespelers allen Romario's. Hij holde van voor naar achter en vooral van achter naar voor. Hij kon meedogeloos tackelen, een achterhoede ontwarren en voorzetten op maat geven. En hij kon scoren. Veel scoren, ook met zijn rechtervoet. Hij rende als lopend vuur om te exploderen als een kruitvat.

Hij is pas 21 jaar, geboren in Paramaribo. Hij werkte al zo hard dat zijn spieren en gewrichten overuren maakten. Daarom was hij vaak geblesseerd. Daarom mocht hij van zijn trainer een maand geleden nog niet mee met het Nederlands elftal naar Schotland. Voortdurend bestond de vrees dat Edgar Davids uiteen zal spatten. Net op tijd, voordat het te laat is, staat hij in Oranje. Hopelijk heel lang, hopelijk zonder remmingen.

    • Guus van Holland