Vrij melken

Oké. Je bent een vroege mens. Van al de zielen die voor onze wereld in aanmerking komen, is de jouwe als een van de eerste aan de beurt.

Je leeft op een plekje in de prehistorie. Je neemt het ervan. Je slacht allerlei dieren en gooit de beenderen naar het riviertje dat nostalgisch langs je nederzetting stroomt. Daar worden ze toegedekt door het slib van de tijd.

Vier-, vijfduizend jaar later komen er mensen van wat inmiddels de Universiteit van Amsterdam wordt genoemd. Zij verzamelen deze beenderen alsof het relikwieën zijn. Al gauw hebben ze in de gaten dat jij iemand bent die rundvee hield. Dan vragen ze zich af of je dat rundvee ook gemolken hebt.

Nu bekijken ze de verhouding tussen koeie- en stierebeenderen. Dat geeft een aanwijzing. Ze proberen uit het gebeente wijs te worden op welke leeftijd koeien worden geslacht - een melkkoe hou je toch zeker een jaar of zes aan. En ze willen weten op welke leeftijd de kalveren werden geslacht. Het is namelijk zo dat een koe in het begin alleen maar melk gaf als je haar haar kalf liet zien. Daarom moest je kalfjes niet opruimen voor het eind van de zoogtijd, de zesde maand.

Pas in de middeleeuwen is de exploitatie van koeien zo ver gevorderd dat ze buiten aanwezigheid van een kalf gemolken kunnen worden. Dat noemen we vrij melken. Daaruit kun je opmaken wat wij onder vrijheid verstaan.

    • Koos van Zomeren