Van Thijn: snel tweede gesprek met Nordholt

DEN HAAG, 19 APRIL. Minister Van Thijn (binnenlandse zaken) gaat op korte termijn een tweede gesprek voeren met de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt over diens functioneren in de IRT-zaak.

Na afloop van het gesprek waarschuwde Van Thijn met name de Amsterdamse politie er in krachtige bewoordingen voor niet langer informatie over de opheffing van het IRT naar de pers te laten lekken “voor zover dat in hun macht ligt”. Nordholt zei vanochtend dat het zwijgen over de IRT-affaire hem “zwaar valt”. Gisterochtend spraken Van Thijn en Nordholt op een geheime lokatie enkele uren met elkaar. Over de inhoud van het onderhoud is verder niets bekendgemaakt.

De Amsterdamse politievakbonden hebben laten weten dat zij snel duidelijkheid willen over de positie van Nordholt. Nordholt zou de politiebonden vandaag inlichten over zijn onderhoud met Van Thijn, maar schrapte de bijeenkomst omdat hij de uitkomst van het vervolggesprek wil afwachten.

De chef van het Amsterdamse politiekorps kreeg felle kritiek van de commissie-Wierenga, die enkele weken geleden rapport uitbracht over de de opheffing van het Interregionaal Rechercheteam Noord-Holland/ Utrecht (IRT). In het rapport-Wierenga werden Nordholt en Van Riessen aangewezen als medeverantwoordelijken voor de plotselinge ontbinding van het rechercheteam in december vorig jaar.

Ook de Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck en hoofdofficier van justitie Vrakking werden verantwoordelijk gehouden voor de vertrouwenscrisis tussen het openbaar ministerie en het politiekorps, die volgens het rapport-Wierenga de oorzaak was van de opheffing van het IRT. Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft inmiddels de eerste gesprekken gevoerd met Van Randwijck en Vrakking. Tijdens het Kamerdebat over de IRT-affaire zei Hirsch Ballin dat het debacle “niet zonder gevolgen” voor de Amsterdamse hoofdrolspelers zal kunnen blijven.