'Taak van regering is te sturen, niet zelf de boot te roeien'

Ook Nederland kan leren van de pogingen van president Bill Clinton om de overheidsbureaucratie te verminderen. Dat zegt Ted Gaebler, een van de adviseurs van vice-president Al Gore en co-auteur van het boek Reinventing Government. “De taak van de regering is om te sturen, niet om zelf de boot te roeien. In de toekomst wordt het effect van overheidsbeleid rechtstreeks bij de burgers afgemeten.”

Op 7 september vorig jaar lanceerde de vice-president van de Verenigde Staten, Al Gore, een rapport getiteld “Van bureaucratie naar resultaten: het creëren van een overheid die beter werkt en minder kost”. In zijn aanbiedingsbrief voor de president, Bill Clinton, schreef Gore: “Dit rapport vertegenwoordigt het begin van wat een lange-termijn overeenkomst voor verandering moet en - met uw leiderschap - zal zijn”. Het rapport, waarop Gore en een staf van hoog gekwalificeerde ambtenaren zes maanden hadden gezwoegd, werd voor het oog van Clinton en het televisiekijkend publiek wervend gepresenteerd. Vernietiging van grote hoeveelheden met vorkheftrucks aangevoerde papieren wetten en regels symboliseerde de verandering.

De nieuwe aanpak van de overheidsbureaucratie kwam niet uit de lucht vallen. Begin 1992 verscheen in de VS het boek Reinventing Government (herschepping van de overheid) van oud-Washington Post medewerker David Osborne en voormalig city manager Ted Gaebler. Met vele praktijkvoorbeelden schetsten Osborne en Gaebler de transformatie van de publieke sector - van school tot ministerie en gemeentehuis tot legerleiding - door introductie van ondernemingszin.

Bill Clinton en Al Gore pikten die draad op en boetseerden er het theoretische fundament voor hun regeringsprogramma van. De invloed van Osborne en Gaeblersboek blijkt uit de titel waaronder het Gore-rapport werd gepubliceerd: 'The Gore report on reinventing government'. Het boek is intussen in zeven talen op de markt gebracht en kreeg veel adepten over de hele wereld. Ook in Nederland werd de nieuwe wind gevoeld. BCG Interim-management en Boer & Croon Management Consultants haalden vorige week een van de auteurs, Ted Gaebler, naar Nederland voor uitleg van de nieuwe ideeën aan politici, bestuurders, managers en medewerkers van overheden en non-profitinstellingen. Voor journalisten heeft Gaebler een bijzonder oog. Door de resultaten van het gevoerde overheidsbeleid kritisch tegen het licht te houden moeten journalisten verandering afdwingen, zo meent Gaebler.

Hoe hebben Osborne en u Reinventing Government op de politieke agenda van Bill Clinton gekregen?

Gaebler: “Dat is een interessant verhaal. Van mijn co-auteur David Osborne kwam in 1988 een boek uit, getiteld 'Laboratories of Democracy'. Daarin werden de successen van zes gouverneurs in de schijnwerpers gezet. Een van hen was Michael Dukakis, de gouverneur van Massachussets. In juni 1988 was hij net genomineerd als democratische kandidaat voor het presidentschap. Daardoor kreeg het boek veel aandacht. Het was het friste, nieuwste journalistieke werk over Michael Dukakis, vond men toen. Wat de mensen vergaten was dat een van de andere hoofdstukken in het boek ging over een obscure gouverneur uit Arkansas, genaamd Bill Clinton. David interviewde Clinton in 1984. Hij kende hem dus al lang voordat er sprake was van een presidentschap. Toen Dukakis door het electoraat gedumpt was en de ster van Clinton begon te rijzen vroeg hij David om een stuk voor hem te schrijven, opdat hij dat zou kunnen gebruiken in zijn campagne. Clinton wist dat wij toen al bezig waren met het schrijven van Reinventing Government. Hij nodigde David verscheidene keren uit naar Little Rock te komen, om te praten over de implementatie van zijn ideeën. En vorig jaar werd hij gevraagd als hoofdauteur van het Gore-rapport.

Zullen de VS na het presidentschap van Clinton veranderd zijn?

Zeker weten. Je ziet nu al verandering. Voor de eerste keer in mijn leven hebben we een president die een deel van zijn energie richt op management. Ik ben 52 jaar, maar ik heb dat nog nooit meegemaakt. Het ging altijd over GATT, NAFTA, criminaliteitsbestrijding, militaire interventie in Bosnië. Beleidszaken dus. Het ging altijd over wat er moet gebeuren. Niet over hoe dat moet gebeuren. Clinton is de eerste president die zich daar wel mee bezighoudt. Bij de prestatiebeoordeling van topambtenaren zal worden meegewogen of ze een andere bedrijfscultuur tot stand hebben gebracht.

De herschepping van de overheid moet dus uitgaan van de politiek?

Het is effectief wanneer het proces start aan de top, maar dat is niet noodzakelijk. Wij schreven ons boek al voor Bill Clinton aan de macht was. Toch is het geen theorieboek. Het staat vol praktijkvoorbeelden.

Uw boek gaat over overheden die resultaatgericht zijn. Hier in Nederland hebben politici het vooral over inspanningsverplichtingen. In de werkelijke resultaten van overheidsbeleid zijn onze politici niet zo geïnteresseerd.

Dat is heel klassiek. De afgelopen honderdvijftig jaar hebben bureaucraten alleen maar geleerd hoe ze hun budgetten moeten verdedigen tegen aanslagen. Ze werden beoordeeld aan de hand van input- en soms activiteitenmaatstaven. Bij dat laatste kun je denken aan het aantal kilometers straat dat wordt geveegd of het aantal politiemensen per duizend inwoners. Geen van de maatstaven heeft echter betrekking op output. Politici noch pers vroegen ooit wat er van al dat beleid terecht kwam, wat het publiek eraan had. Meer dan honderd jaar lang hebben we betekenisloze statistieken gemaakt. Een hoofdcommissaris van politie kijkt ervan op als hem plotseling de vraag wordt gesteld wat voor verschil het maakt dat al drie jaar op rij dertig miljoen dollar in de politie wordt geïnvesteerd. Zijn de burgers daardoor beter af? Hij zal zijn schouders ophalen. 'Geen idee', zal hij antwoorden. Dit is een brandnieuw terrein in het overheidsbeleid: het meten van de uitkomsten van uitgavenbeleid. De overheid als bedrijf is daar wereldwijd niet goed in. De volgende eeuw zal het echter een van de hoofdzaken zijn. Mensen zullen willen weten wat politici en ambtenaren toevoegen, wat ze terugkrijgen voor hun belastingcenten.

“Als politici willen weten hoe hun beleid valt, kijken ze naar hoofdredactionele commentaren en ingezonden brieven in kranten, naar wat de lobbyisten hun vertellen en de mensen die ze op cocktailparties tegen het lijf lopen. Daar heb ik mij altijd over verbaasd. Ze kunnen zich toch ook verlaten op wetenschappelijk marktonderzoek. In deze tijd van interactieve televisie kunnen we in elk huis, in elk gebouw onderzoeken of mensen iets afweten van een bepaald onderwerp, of het hen wat uitmaakt, of ze ervoor willen betalen en wat ze denken van eventuele alternatieven. Politici komen zo te weten of hun beleid effect sorteert. En net als tweehonderd jaar geleden zullen deze outputmaatstaven weer gaan bepalen of politici door de kiezers worden herkozen. In de toekomst wordt het effect van overheidsbeleid rechtstreeks bij de burgers afgemeten.

De burgers hebben alternatieven voor overheidsdiensten...?

Jazeker. Ik hoef voor het transport van mijn poststukken geen gebruik te maken van de diensten van de PTT. Daarvoor kan ik ook Federal Express of DHL inschakelen, of een fax of modem gebruiken. Alternatieven genoeg. Bij steeds meer door de overheid verleende diensten is dat het geval. Steeds meer mensen zeggen tegen de overheid: bedankt voor honderdvijftig jaar dienstverlening van de wieg tot het graf, maar we willen daar niet langer voor betalen. Zelfs als het nationaal inkomen omhoog gaat willen we daar toch niet meer geld aan uitgeven. Overal zie je die herordening van prioriteiten. De afhankelijkheid van de economie van overheidsdiensten is in bij voorbeeld Rusland de afgelopen zeven jaar gedaald van negentig tot zeventig procent van het bruto binnenlands produkt. In Zweden daalde die afhankelijkheid de afgelopen achttien jaar van 72 procent naar 48 procent en in de VS van 38,4 procent in 1976 naar 32 procent nu. Ik heb het dan over de overheid als verstrekker van diensten, van het ophalen van vuilnis tot en met telecommunicatie, niet over de sociale zekerheid.

In Nederland hebben we een grote semi-publieke sector. Het gaat daarbij om diensten die langs collectieve weg worden gefinancierd, maar door de private sector worden verleend.

Ik noem dat de derde sector. Op dat punt kan de VS juist leren van Nederland.

Wat kunnen wij van de VS leren?

Ik denk dat jullie het marktmechanisme een grotere rol kunnen laten spelen bij diensten die nu nog door de overheid worden verleend en dat jullie overheid moet leren wat minder op belastinginkomsten te vertrouwen. Waarom hebben jullie van die onpersoonlijke nummerplaten op jullie auto's? In West-Australië kan je nummerplaten kopen in de kleuren van je favoriete sportclub. Waarom zou je geen Ajax op je nummerplaat kunnen zetten? Mensen zijn bereid daar geld voor neer te tellen. Waarom denken bureaucraten niet zo?

“Het woord regering is afgeleid van het Griekse woord voor sturen. De taak van de regering is om te sturen, niet om zelf de boot te roeien. De overheid hoeft niet alle diensten zelf te verlenen. Ze kan er ook op toezien dat noodzakelijk geachte diensten worden verleend. De verandering moet beginnen met een andere attitude ten opzichte van de overheid.

In uw boek staan veel praktijkgevallen. Over de stad Phoenix bij voorbeeld, die werd opgedeeld in sectoren. Per sector konden publieke en private vuilnisophalers inschrijven op meerjarige contracten. De efficiency van deze dienst is daardoor enorm verbeterd. Hoe komt zo'n verandering tot stand?

“De belangrijkste drijfkracht is steevast economisch. Wanneer geld wordt onthouden aan overheidsorganisaties worden ze gedwongen zich aan te passen. Ik ben echter meer geïnteresseerd in effectiviteit dan in efficiency. Politiecommissarissen en brandweercommandanten gooien je dood met cijfers, maar ik blijf me voortdurend afvragen of de burgers hun dienstverlening ook effectief vinden, of burgers het gevoel hebben dat ze veiliger zijn.

Hier in Nederland maakt de overheid plannen om het aantal ambtenaren met vier procent te verminderen en het resultaat is: meer ambtenaren. We praten dertig jaar over decentralisatie en het resultaat is centralisatie.

Jullie zullen geduld moeten hebben. Ambtenaren zijn er al honderdvijftig jaar op getraind om hun budgetten te bewaken. Daar breek je niet zomaar doorheen. Ook jullie zullen moeten leren anders te denken over dienstverlening door de overheid. Waarom zou dat niet kunnen? Negentig procent van alles wat we weten hebben we sinds de middelbare school geleerd. Sinds ik van de middelbare school kwam zijn er 31 Afrikaanse landen met nieuwe namen bijgekomen en 61 nieuwe landen tot de VN toegetreden. Ruimtewandelingen, satellietschotels en personal computers waren dertig jaar geleden nog onbekend. Burgers hebben andere dingen leren verwachten van hun telefoon. Waarom zouden ze dan niet andere dingen kunnen verwachten van Den Haag?''