Straatsburgse charade

EEN DELEGATIE PARLEMENTARIËRS van de Raad van Europa keerde eind vorige maand somber terug uit Roemenië. Dit land is een half jaar geleden toegelaten als tweeëndertigste lid van deze organisatie, die zich vooral inzet voor democratie en mensenrechten. Er waren toen sterke twijfels of Roemenië - waar de beruchte Securitate nog steeds actief is - aan de minimumvoorwaarden voldeed. De doorslag gaf de gedachte dat de Raad van Europa beter in staat zou zijn verbeteringen van Roemenië te verkrijgen als dit land lid zou zijn van de organisatie. Dat valt tegen. “Het kost tijd”, zei de delegatieleider, “maar dat is geen excuus niets te doen.”

Als het in Roemenië al zo moeizaam gaat, hoe moet het dan met Rusland? Deze bange vraag dringt zich op na het bezoek dat een Russische parlementaire delegatie vorige week aan Straatsburg, zetel van de Raad van Europa, bracht. Het is de bedoeling dat de grootmacht uit het Oosten uiterlijk volgend jaar toetreedt. Het lijkt wel alsof de Russische Federatie er een prestigepunt van maakt: “We hebben nu een grondwet en een parlementair systeem, dus wie doet ons wat?” Dat belooft weinig goeds voor de toekomstige verhoudingen binnen de Raad van Europa. En hoe denkt men dat het met de Raad nauw verbonden Europese Hof voor de mensenrechten vanuit Straatsburg tot achter de Oeral kan reiken?

NEDERLAND HEEFT ZICH terecht op het standpunt gesteld “dat de toetreding van nieuwe lidstaten niet mag leiden tot een verwatering van de normen en idealen welke sinds 1949 in de Raad van Europa zijn gekoesterd en uitgewerkt”. Vandaar dat steeds is aangedrongen op “handhaving van strikte toepassing van de toetredingscriteria”. De toetreding van Rusland wordt echter om politieke motieven geforceerd. De Raad van Europa moet dienen als een substituut voor substantiële economische of militaire banden die het Westen te riskant vindt. Dit verklaart het opmerkelijke enthousiasme van de Europese Unie voor de toetreding van Rusland tot de Raad. Als de EU zelf maar niet hoeft.

De landen van Centraal-Europa en de Baltische staten die reeds lid zijn geworden tonen zich om begrijpelijke redenen minder enthousiast de grote Russische broer in Straatsburg binnen te halen. Ze werden vorige week op hun wenken bediend door de extreme nationalist Zjirinovski, die deel uitmaakte van de Russische delegatie. Deze misbruikte niet alleen zijn vrijgeleide om met bloempotten te gooien naar demonstranten, maar herhaalde ook nog eens dat de beoogde Baltische medeleden van de Raad van Europa dienen terug te keren naar Rusland. Zjirinovski is dan ook tegen het Russische lidmaatschap. Hij geeft de voorkeur aan de vorming van een eigen “Oosteuropese raad”.

Het effect van de Straatsburgse charade van Zjirinovski is naar valt te vrezen alleen dat hij de toetreding in de hand werkt.