Proces tegen ex-gouverneur van de centrale bank symptoom; Spanje raakt in de versukkeling

MADRID, 19 APRIL. Aangeslagen, gefrustreerd en onzeker. Aan de vooravond van het tweedaagse debat over de toestand van de natie dat vandaag in het Spaanse parlement begon, bestond weinig twijfel over de staat waarin het land zich bevindt.

Spanje zit economisch in de put, is in Europa afgezakt tot de tweede rang en intern verscheurd door ruzies met de autonome regio's. Maar verreweg de belangrijkste reden voor Spanjes geschonden trots is de corruptie, die moeilijk te bestrijden ziekte die het staatsbestel van binnenuit aanvreet. Vol spanning wordt uitgekeken naar het optreden van Felipe González: slaagt de Spaanse premier zich overeind te houden in de storm van kritiek, of wordt definitief de doodsklok over het Felipismo geluid?

Heel Spanje was er gisteren getuige van hoe Mariano Rubio, de voormalige gouverneur van de centrale bank, zich meldde bij de hoogste Madrileense onderzoeksrechter. Er moest een klein peleton politie aan te pas komen om de vroegere topman te beschermen tegen een woedende menigte die hem uitmaakte voor dief en oplichter. Tijdens de bijna twee uur bij de onderzoeksrechter hield Rubio zich zorgvuldig op de vlakte over het gesjoemel met een zwart-geldrekening en ongeoorloofde beurstransacties.

Afgelopen vrijdag was de ex-gouverneur reeds verschenen in een rechtstreeks uitgezonden zitting van een parlementscommissie. Het werd een vertoning die door links en rechts als pathetisch werd omschreven. De eens om zijn arrogantie gevreesde Rubio (62), bleek veranderd in een stotterende, zenuwachtige man. Voor het oog van de natie verklaarde de vroegere financiële toezichthouder dat hij zich er “niet van bewust” was een bankrekening met 130 miljoen peseta's (in die tijd ruim twee miljoen gulden) aan zwart geld te hebben gehad.

Op dat soort draaierige praatjes zaten de parlementariërs niet te wachten en de afgevaardigden overtroffen elkaar dan ook in het afbreken van de ex-gouverneur. Het verst ging daarbij de woordvoerder van de sociaal-democratische PSOE, de regeringspartij die Rubio twee jaar geleden nog in bescherming had genomen tegen aantijgingen van gesjoemel. Rubio werd eerst uitgenodigd “zijn laatste restje waardigheid” te verdedigen met een duidelijke verklaring. Toen die achterwege bleef, werd de ex-gouverneur uitgemaakt voor egoïst en lafaard.

De vroegere gouverneur van de bank heeft gekozen voor een publieke vernedering in plaats van het loslaten van informatie. Want corruptiekwesties kennen een ingewikkelde bewijslast en zwijgen is juridisch gesproken dan ook verreweg het verstandigst.

Maar afgezien van zijn persoonlijke verantwoording, fungeert Rubio als een bliksemafleider voor het Spaanse ongenoegen. Vooral voor de onvrede over de lange stroom al dan niet vermeende corruptieschandalen waarmee jaren niets gebeurde. En voor het dieper liggende gevoel dat de Spaanse natie niet in staat is in de hoogste versnelling in Europa mee te draaien.

Nu de geest uit de fles is moeten er ook in de politiek koppen rollen, de vraag is alleen nog van wie. Steeds meer vingers gaan in de richting van de hoogst verantwoordelijke, Felipe González. In de twaalf jaar van zijn premierschap is er uiteindelijk weinig terechtgekomen van zijn economische ambities: één op de vier Spanjaarden is werkloos en Spanje moet het op veel terreinen afleggen op de open Europese markt. In eigen land is er een politiek-ambtelijke monoliet ontstaan, zo is de kritiek. De democratische controle ontbreekt, het apparaat van openbare diensten raakt gevoelig voor corruptie en de sociaal-democraten hebben te lang aangeleund tegen het minder frisse deel van Spanjes financiële elite.

“Het probleem heet niet Rubio, maar Felipe González”, zo is dan ook de gevleugelde uitdrukking bij de rechtse oppositie-partij Partido Popular onder leiding van José Mariá Aznar. De invloedrijke oppositiekrant ABC heeft al geconcludeerd dat González op moet stappen. Ook in eigen kring brokkelt de steun voor de premier af. González heeft na al die jaren de greep op de situatie verloren, zo luidt de kritiek. De nummer één van de PSOE sluit zich op in zijn werkpaleis Moncloa. En achter de façade van zijn innemende publieke optredens schuilt een autistische persoonlijkheid, gedemoraliseerd, eenzaam, zonder veel raadgevers en achtervolgd door de aanhoudende complotten in zijn eigen partij.

Alle kritiek ten spijt verwacht niemand dat González uit eigen beweging opstapt. “Ook ik denk dat ik er niet aan denk af te treden”, zo grapte de premier vorige week zelf al. Vanuit de rechtse en linkse oppositie is de premier al met een motie van wantrouwen bedreigd. Maar de Catalaanse nationalisten onder leiding van Jordi Pujol hebben al laten doorschemeren dat zij de minderheidsregering van González voorlopig in het zadel willen houden. Waarmee de sociaal-democraten meer dan ooit in de greep zitten van het naar een grotere onafhankelijkheid strevende Catalonië.

Mogelijk slachtoffer van de roep om politieke zuivering is Carlos Solchaga, de huidige fractievoorzitter van de PSOE, en als minister van economische zaken en financiën een van de voornaamste pleitbezorgers van de ex-bankgouverneur Rubio. Solchaga verscheen vorige week praktisch huilend voor de camera's om te verklaren dat hij nog nooit zo teleurgesteld in iemand was geweest. En wees vervolgens alle politieke verantwoordelijkheid voor het gesjoemel van zijn ondergeschikte van de hand.

Het is de vraag of het vertrek van één ex-minister voldoende is. Aan het begin van de middag begon González het debat met een lange toespraak voor een onrustig parlement. Het grootste deel daarvan bestond uit een lange opsomming van de economische successen die de regering de laatste tijd heeft behaald: de sterk gedaalde rente, de voorzichtig aantrekkende investeringen en de eerste tekenen dat de almaar stijgende werkloosheid een halt is toegeroepen. In combinatie met een pakket anti-corruptiemaatregelen probeerde de premier op deze wijze het vertrouwen te herstellen. De catharsis die Spanje zoekt, lijkt echter vooralsnog niet gevonden.