Overheid in gebreke bij strijd vogelpest (Vogelpest op drie pluimveebedrijven)

ROTTERDAM, 19 APRIL. De Nederlandse overheid heeft voldoende maatregelen genomen om een uitbraak van klassieke vogelpest te beteugelen. Dat heeft de vergadering van het permanent veterinair comité van de Europese Unie gisteren bepaald. De ziekte werd vorige week vastgesteld op drie lokaties van een bedrijf in Noord-Brabant (Vlijmen en Kaatsheuvel). In het weekeinde werden 150 struisvogelachtige loopvogels (emoes, nandoes en casuarissen) vernietigd.

De dieren waren eerder geëxporteerd naar de Verenigde Staten. Tijdens de quarantaine bleek echter dat zij waren geïnfecteerd met klassieke vogelpest, ofwel aviaire influenza. De ziekte wordt veroorzaakt door virulente, vogelspecifieke influenza-virussen. Van de virusstam bestaan dertien subtypes. Twee daarvan kunnen klassieke vogel- of hoenderpest veroorzaken.

De vogels van het Noordbrabantse bedrijf werden vanuit de Verenigde Staten teruggestuurd naar Nederland. Op Schiphol heeft de Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees geen maatregelen genomen en de dieren door laten gaan naar het bedrijf van herkomst. Vijf pluimveebedrijven in de buurt van de besmette locaties worden nog onderzocht op aanwezigheid van het virus. De lokaties waar de loopvogels zich bevonden staan overigens op geen enkele wijze in contact met pluimveebedrijven.

De afdeling Aviaire Virologie van het Instituut Diergezondheid en Veehouderij in Lelystad stelde vorige week al vast dat de loopvogels van het bedrijf één van de twee gevaarlijke subtypen onder de leden hadden.

Het houden van struisvogels is de laatste maanden zeer populair geworden onder boeren, vooral akkerbouwers. Naar schatting worden de dieren inmiddels al op circa tweehonderd Nederlandse bedrijven gehouden. Voorlopig gaat het nog vooral om de broed. Later worden de struisvogelpopulaties gehouden voor de produktie van vlees.

Op dit ogenblik gelden nog geen regels voor het houden van deze loopvogels. Vooralsnog wordt het houden van de beesten beschouwd als 'hobby' en gelden er geen bepalingen, zoals voor andere landbouwdieren. Het Produktschap voor Pluimvee en Eieren heeft slechts een registratie-plicht opgelegd voor boeren die de vogels houden. In de loop van deze en volgende maand wil het ministerie van landbouw, natuurbeheer en visserij echter een Europese richtlijn invoeren, die voorziet in bepalingen ten aanzien van bijvoorbeeld vervoer en doorvoer. Voor de struisvogelhouderij geldt ook nog geen heffingstoeslag of mestquotering.

Een groot aantal boeren ziet in de struisvogels een nieuwe markt. Vorige maand liep het storm tijdens een veiling van de Ostrich Farm in Lievelde (Gelderland). Hoewel zich tijdens de veiling nauwelijk kopers aandienden bleek nadien grote belangstelling voor de 450 struisvogels die het bedrijf vanuit Zimbabwe en naburige landen had geïmporteerd. De meeste dieren worden per drie - een mannetje en twee vrouwtjes - verkocht. Voor zo'n drietal wordt rond 25.000 gulden betaald. Op de veiling werden slechts zestig vogels gekocht, maar direct daarna werden telefonisch op alle dieren opties genomen.

De groeimogelijkheden voor de traditionele Nederlandse pluimveesector worden tot nu toe gedrukt door mest- en milieuregels. Voor zover de sector kan uitbreiden liggen de beste kansen in akkerbouwgebieden. Akkerbouwers met pluimvee - zoals struisvogels - als tweede tak kunnen profiteren van goedkoop eigen graan, een geringe kans op besmetting met ziekten omdat er weinig pluimveebedrijven in de omgeving zijn, goede mogelijkheden voor mestafzet en geringe milieu-problemen. Vooral ook de dalende graanprijzen maken het voor akkerbouwers aantrekkelijk om met struisvogels te beginnen.