Oostenrijk bijna klaar voor Europa

Het Oostenrijkse parlement begint deze week het debat over de voorwaarden van toetreding van het land tot de Europese Unie. Op 5 mei zal het parlement naar verwachting vóór toetreding stemmen, waarna op 12 juni het Oostenrijkse volk zich er in een referendum over kan uitspreken.

WENEN, 19 APRIL. Geen dag te vroeg kwam de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken, Alois Mock, vorige week met de 680 bladzijden tellende toetredingsverdragstekst uit Brussel aangevlogen. De regering in Wenen kon hem meteen behandelen en met tevredenheid vaststellen dat, naast alle regels en lijsten van produkten, ook is vastgelegd dat typisch Oostenrijkse uitdrukkingen als 'Eierschwammerl' (roerei) in Duitse teksten in de toekomst dezelfde rechten hebben als het Duitse woord 'Pfifferlinge' (in het Nederlands cantharellen). Met de goedkeuring van de verdragstekst sloot de regering haar toetredingswerkzaamheden, die vijf jaar geleden met het verzoek aan Brussel waren begonnen, af.

Deze week begint het Oostenrijkse parlement met de behandeling van het verdrag. Op 25 april heeft een openbare hoorzitting plaats, waarop experts hun licht zullen laten schijnen over grondwettelijke aspecten, economische problemen, de neutraliteitskwestie, enz. Daarna zal het parlement het verdrag op 5 mei officieel aanvaarden. Dit staat al vast omdat de sociaal-democratische SPÖ en de conservatieve Volkspartei ÖVP, die samen de coalitie vormen, alsook het Liberale Forum zich voor de toetreding hebben uitgesproken. Zij vormen een ruime meerderheid. Op 12 juni zal in een referendum de tekst aan het volk worden voorgelegd. Nagestreefde toetredingsdatum: 1 januari 1995.

Twee adders loeren nog onder het gras. Een kleintje in Straatsburg, waar het Europese Parlement de toetreding op zijn vergadering van 4 mei zal moeten goedkeuren. De stemming is overweldigend vóór toetreding van Oostenrijk en de andere drie kandidaten, maar een punt van zorg is of het quorum van 260 wel gehaald zal worden. Verkiezingen in Nederland en Groot-Brittannië, aflopende mandaten en veel nieuwe Italiaanse gezichten doen vrezen dat heel wat Europarlementariërs verstek zullen laten gaan.

Een veel giftiger adder zou kunnen zitten in het referendum. Volgens verschillende opiniepeilingen is op dit moment, na alle publiciteit over het nachtelijke gezwoeg van Mock en zijn delegatie in Brussel, de stemming onder het Oostenrijkse volk weliswaar vrij positief tegenover de toetreding tot de EU. 51 procent der ondervraagden zegt op dit moment voor te gaan stemmen; 33 procent is tegen en 16 weet het nog niet. Deze percentages worden sterk beïnvloed door grote besluitvaardigheid bij de vrouwen. Maar 1,5 procent van deze groep heeft nog niet besloten, 58,2 procent is voor, 40,3 tegen. Een grote rol speelt daarbij dat de prijzen van levensmiddelen bij toetreding zullen dalen, maar ook verwachten vrouwen voordelen in onderwijs, bij opleidingen en op de arbeidsmarkt. Wel gelooft tweederde van de Oostenrijkse vrouwen dat de kwaliteit van de levensmiddelen in de EU slechter zal zijn.

Dit betekent alleen niet dat de race voor de regering gewonnen is. De stemming zou nog altijd kunnen omslaan, bijvoorbeeld door effectieve kritiek van de twee partijen die zich tegen toetreding hebben uitgesproken : de rechts-populistische Freiheitliche Partei (FPÖ) van Jörg Haider en de linkse Groene partij van Peter Pilz. In beide partijen zitten wel dissidenten die voor toetreding zijn, maar meerderheden binnen FPÖ en Groenen hebben zich tegen uitgesproken.

Jörg Haider, een van de weinige politici in dit land die iedereen kan thuisbrengen, heeft zijn persoonlijke standpunt aldus uiteengezet: Nu de regering geen beter onderhandelingsresultaat in Brussel heeft weten te bereiken, moet ik nee zeggen tegen deze “sprong in het koude water”. Op een speciaal FPÖ-partijcongres op 8 april stemde daarop 85,5 procent van de partijfunctionarissen tegen de EU, nadat eerder de rede van de uit Karinthië afkomstige ultra-rechtse mevrouw Trattnig met donderend applaus was beloond. Zij was tekeergegaan tegen degenen die volgens haar de EU beheersen: de grote concerns, de bankiers, de zakenlieden, de vrijmetselaars, enz. De activiste zag de EU als een systeem waarbij de rijkdom van de ijverige volkeren wordt herverdeeld in de richting van de arme. Met termen als “parasieten en luiwammesen” verlevendigde zij haar tekst.

De Groenen zijn van plan eind april een congres te houden. Daarbij verwacht de leiding dat ook daar een 'nee' tegen de EU uit de bus zal rollen. De meerderheid van de Groenen vindt het onderhandelingsresultaat van Brussel te slecht om nu al toe te treden. De transito-afspraken, de ecologie, de landbouwpolitiek zouden moeten worden bijgesteld. De visie van de woordvoerder van de Groenen, Pilz, en van fractievoorzitter Voggenhuber wordt overigens wel enigszins ontkracht door het pro-EU-standpunt van hun prominente partijgenote Monika Langthaler.

De Oostenrijkse pers is over het algemeen voor toetreding tot de EU, ook het massablad Kronenzeitung, dat nauwe banden met de FPÖ onderhoudt. Alleen het nieuwe, onvoorstelbaar flodderige boulevardblad täglich Alles voert een venijnige campagne tegen de EU. Op dit moment ziet het er dan ook naar uit dat het referendum gunstig voor de voorstanders van toetreding zal uitvallen. De regering kan zich daarvoor alleen nauwelijks op de borst slaan. Haar p.r.-offensief ten bate van de gang naar Brussel heeft de afgelopen maanden vaak een krakkemikkige indruk gemaakt. Steeds werd uitsluitend de nadruk gelegd op het transito-probleem, de prijzen van landbouwprodukten, op de noodzaak mee te kunnen praten in een club die allerlei voor Oostenrijk belangrijke beslissingen gaat nemen, op regels en Europa-brede misdaadbestrijding. De officiële aanprijzingen gingen over het Europa van de damesschoenen en de uitlaatgassen. Dat Oostenrijk historische en ideologische redenen zou kunnen hebben om bij het eenwordende Europa te willen horen was alleen te beluisteren bij de nieuwe partij Liberaal Forum van Heide Schmidt.

Op één punt bracht de regering voor elkaar wat zij beoogd had. Zij wist het thema van de neutraliteit van tafel te werken. Uit opiniepeilingen blijkt steeds weer dat een grote meerderheid van de Oostenrijkers de welvaart en status van het land toeschrijft aan de ooit in het staatsverdrag met de Grote Vier vastgelegde neutraliteit. Dat deze neutraliteit na de verdwijning van het IJzeren Gordijn geen doel meer dient en bovendien niet verenigbaar is met een lidmaatschap van de EU, die in Maastricht besloot een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid te ontwikkelen, is Oostenrijk van vele, bevriende kanten voorgehouden (het meest recent op 15 april tijdens een Anglo-Oostenrijks forum in Londen). Desondanks houdt de regering in Wenen vol dat men volledig kan meedoen met de Europese Unie en toch neutraal kan blijven. Het is een politiek hoogstandje dat hier traditie heeft. Ontwikkelde Metternich in 1812 niet de theorie van de 'bewapende neutraliteit', die inhield dat Wenen Oostenrijkse troepen aan Franse kant liet vechten, maar tegelijkertijd verklaarde dat de andere mogendheden dit niet moesten zien als een opgeven van Wenens neutraliteitspolitiek?

    • André Spoor