Officier eist half miljard in hasjzaak

AMSTERDAM, 19 APRIL. Het openbaar ministerie in Amsterdam vordert een half miljard gulden van een 40-jarige man die ervan wordt verdacht een leidinggevende rol te hebben gespeeld in een omvangrijke hasjhandel.

Deze vordering is de hoogste die een verdachte in Nederland ooit kreeg gepresenteerd, aldus de Amsterdamse officier van justitie mr. J. Wortel.

De man staat deze week voor de Amsterdamse rechtbank, samen met drie mannen en een vrouw. De vijf zouden deel hebben uitgemaakt van een grote organisatie dat vanaf 1988 circa 270.000 kilo hasj heeft getransporteerd, in hoofdzaak van Pakistan naar Nederland en Canada. Volgens de berekeningen van het zogeheten Kolibri-team van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) en de douanerecherche heeft de hasjhandel de bende ongeveer 800 miljoen gulden opgeleverd.

Vorige maand werden in verband met het Kolibri-onderzoek onder andere, twee advocaten en een belastingadviseur gearresteerd. Ook zij worden ervan verdacht banden te onderhouden met de organisatie.

Op verzoek van Canada begon de FIOD in 1991 onder de codenaam 'kolibri' een onderzoek naar de handel in hasj uit Pakistan. Dit onderzoek leidde onder meer naar de Femis-bank. In de administratie van deze failliet gegane bank te Baarle-Nassau werden bescheiden aangetroffen die betrekking hadden op het met tussenkomst van de NMB overmaken van contant gestorte gelden naar rekeningen in Zwitserland en vestigingen van de BCCI-bank in Dubai.

De hasj werd in Pakistan vanuit de bergen met tonnen tegelijk naar de kust vervoerd door karavanen van paarden en kamelen en daar in houten schepen geladen. Op volle zee, tussen India en Oman, werd de hasj aan boord genomen van zeeschepen van de organisatie, zoals de Pacific Tide 3, de Aquarius, de Coral Sea 2 en de Lukas.