Nostalgie uit de jaren zeventig: de Fred Haché-shows

De toevallige kijker zonder eigen herinneringen aan de Fred Haché-shows uit het begin van de jaren zeventig, die gisteren in de vooravond stuitte op een fragmentje ter herinnering aan de vorige week overleden humorist Harry Touw - wat zou die daarvan gedacht hebben? Weinig, waarschijnlijk. Er was een ietwat pompeus heerschap in te zien die regelend rondliep in een studio waar een weg doorheen werd aangelegd, waarna op een affreuze canapé een onduidelijk gesprek werd gevoerd met een zekere ir F.G. Kalkhoven, hoofd van het Rijksinstituut voor Algemene Verkeersmotivatie. En net toen het een beetje op gang kwam, stierf het beeld weg om plaats te maken voor een herdenkingstekstje over Touw.

De scène was afkomstig uit de derde show van Wim T. Schippers, Wim van der Linden, Ruud van Hemert en Gied Jaspars, uitgezonden op 24 februari 1972. Het 'serieuze interview' op de canapé, met een heus herkenningsmelodietje, vormde een vast onderdeel van de shows. De makers waren begonnen daarvoor echte gezagsdragers uit te nodigen, maar de spoeling werd dun zodra die in de gaten kregen welke mallemolen er om hen heen werd opgetrokken. Ir F.G. Kalkhoven was in werkelijkheid dan ook de acteur Louis Borel. Hij sloeg, op tekst van Schippers, de quasi-genuanceerde wartaal van de overheidsfunctionaris uit. Het begon net op het moment dat het beeld gisteravond werd weggedraaid: “Hitler, begrijpt u mij goed, ik wil de man niet goedpraten, híj was het die de wegenbouw in Duitschland een enorme duw heeft gegeven, ik bedoel maar, als je die Autobahnen daar ziet, die harmoniëren danig met de omliggende natuur, dat is van een geheel eigen schoonheid. Wij in Holland hadden onze Mussert, eigenlijk een hele knappe vent, voor wie vanzelfsprekend de bezwaren gelden die ik zojuist ten aanzien van Hitler, nietwaar, naar voren bracht, maar die toch in ons land gelijksoortige plannen had, die het echter zoals u weet niet gehaald hebben. En nu hebben wij een enorme achterstand in te halen.”

Een rare tekst in een rare show, met zang en dans en het hoogstandje van de bulldozer die het studiodecor weghapte, waarna er dwars door de zogenaamde huiskamer van Fred Haché een snelweg werd aangelegd. Even later barstte de presentator dan ook los in een kenmerkende tirade tegen een agent die hen kwam verbaliseren wegens het plaatsen van een canapé op de openbare weg: “Scheert u weg, maffe dienstklopper! Bal gehakt! Bullepees! Vlerk! Geüniformeerde zak patat! Schande! Donder op!” Maar wat zou er, zonder deze context van verbale en visuele gekte, van dat ene scènetje zijn overgebleven?

Twintig jaar geleden, toen er nog maar twee tv-netten waren, vormden de shows een sensatie. Die tijden zijn voorbij. Het mag veelzeggend heten dat Telegraaf-reporter Henk van der Meyden, die destijds fulmineerde tegen “de huiskamervervuiling” door “de vuilnisbak van de VPRO”, dezer dagen met lichte weemoed aan het optreden van Fred Haché refereerde. En het volk laat zich zelden meer uit de tent lokken; het kijkt gewoon naar het gladgestreken amusement op een ander net.

Toch is de anarchie van toen gelukkig nog niet geheel verdwenen. De moedwillige stijlbreuken die op dit moment worden vertoond in de serie Seth & Fiona van Paul de Leeuw, waren zonder de Haché-shows ondenkbaar geweest. Het zou aardig zijn als de VPRO, de omroep met het meeste historisch besef, nog eens in zijn geheel de shows zou laten zien waar het allemaal mee is begonnen.

    • Henk van Gelder