'Nieuwe wet leidt tot gezagsvacuüm'; Peper wijst op tekortkomingen van Politiewet

ROTTERDAM, 19 APRIL. Burgemeester Peper van Rotterdam vindt de nieuwe Politiewet, die het politiebestel doorzichtiger moest maken, “ingewikkeld en log”.

Verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid zijn volgens Peper onduidelijk geregeld, waardoor een gezagsvacuüm onstaat. De IRT-affaire toont aan wat voor gevolgen dat kan hebben, aldus Peper.

Hij zei dat gisteren bij de opening van het bureau van de Rotterdamse Rivierpolitie. Volgens de burgemeester vertoont de nieuwe Politiewet belangrijke “weeffouten” en hebben de opstellers “te veel kolen en geiten gespaard”. Een aanpassing van de wet hoeft volgens Peper niet veel tijd te kosten.

De Politiewet is per 1 april dit jaar in werking getreden. Omdat de 25 nieuwe politieregio's niet samenvallen met gemeentegrenzen, voert een regionaal college van burgemeester (RBC) het beheer over de politieregio's. Het praktisch beheer zou in handen komen van de burgemeester van de regionale 'hoofdplaats'. “En ook de hoofdofficier van justitie spreekt nog een woordje mee”, aldus Peper, die meent dat daardoor het gevaar dreigt dat de eindverantwoordelijkheid bij calamiteiten of bij politie-inzet over meer gemeenten tegelijk bij “een orgaan komt te liggen en niet bij een persoon.” Peper: “Wie moet dan ter verantwoording worden geroepen als het misgaat?”

De IRT-affaire zou een voorproefje zijn van het gezagsvacuüm dat de nieuwe Politiewet schept. Peper: “In het debat over de affaire heeft Nederland kunnen zien hoeveel functionarissen deel uitmaken van het proces. Ministers, burgemeesters, hoofdofficieren van justitie, procureurs-generaal, korpschefs, gemeenteraden, noem maar op. Het is een grote bestuurlijke lappendeken. Dat leidt tot ongelukken en als we niet oppassen, volgen er in de naaste toekomst meer.”

Een concreet antwoord op de vraag hoe de Politiewet veranderd moet worden, wilde Peper niet geven. Hij wees wel op een mogelijke constructie met de nieuwe regioraad in Rotterdam/Rijnmond. De gemeenten in de Rijnmond vallen vermoedelijk over drie jaar al onder een regionaal bestuur, de stadsprovincie Rotterdam. Die nieuwe provincie zal worden bestuurd door een regioraad en mogelijk een gekozen burgemeester. Volgens Peper zou de korpsbeheerder straks verantwoordelijkheid kunnen afleggen aan deze gekozen regionale volksvertegenwoordiging.

Peper schaart zich met zijn toespraak onder de critici van het nieuwe politiebestel, die beklemtonen dat de Politiewet in plaats van helderheid onduidelijkheid over de gezagsverhoudingen heeft geschapen. In de praktijk zou dit de korpschefs een te grote vrijheid laten. Twee jaar geleden wees de Raad van State in een advies al op het risico van een te grote verzelfstandiging van de politiechefs in het nieuwe politiebestel.

De ontwerper van de nieuwe Politiewet, de Leidse hoogleraar C. Faseur, zocht onlangs in het Nederlands Juristenblad de schuld van het gezagsvacuüm bij de burgemeesters, die onvoldoende weerwerk zouden bieden tegen hun “machtige, publiciteit zoekende korpschefs.” De formele gezagsverhoudingen zijn volgens Faseur in de nieuwe Politiewet “zeker werkbaar”.

Faseur: “Peper zit in een rare positie. Hij pleit eigenlijk voor een machtige korpsbeheerder en maakt daarmee het overleg in het regionale college van burgemeesters tot een aanfluiting. Maar intussen laat hij zijn eigen korpschef zijn gang gaan, want de heer Hessing heeft de afgelopen tijd publicitair nauwelijks ondergedaan voor de heer Nordholt. Volgens mij heeft hij als korpsbeheerder nog heel wat werk in eigen huis te doen.”

Hoogleraar J. Naeyé van de Vrije Universiteit Amsterdam zegt dat de verdeling van de zeggenschap over de politie tussen de burgemeesters in de regio's noodzakelijkerwijs een complex compromis is. “Om die structuur even snel te vereenvoudigen, zou je de democratische inbedding opzij moeten schuiven.” De Politiewet is volgens Naeyé zo complex, omdat de reorganisatie van de politie in 25 regio's vooruitloopt op een bestuurlijke herindeling van Nederland, waarover nog altijd weinig duidelijkheid bestaat.