Mitterrand wil het geval Touvier maar liever vergeten

PARIJS, 19 APRIL. De Franse president Mitterrand heeft kritiek en verbazing opgeroepen met uitspraken over de zinloosheid van het proces-Touvier. Tegen Paul Touvier, die als collaborateur met de nazi's van misdrijven tegen de menselijkheid wordt beschuldigd, is levenslang geëist. Vandaag of morgen wordt een uitspraak verwacht van het assizenhof in Versailles.

Tijdens het proces, dat een maand heeft geduurd, hebben talrijke getuigen, deskundigen en advocaten gewezen op de gewetenloze en bewuste praktijken van Touvier. Hij was tijdens de Tweede Wereldoorlog in Lyon hoofd van de inlichtingendienst van de Milice, een Franse strijdmacht die zowel aan het Franse regime in Vichy als aan de Duitsers gehoorzaam was.

Touviers activiteiten hebben onder meer geleid tot de dood van zeven Fransen van joodse origine. Zij werden op 29 juni 1944 in opdracht van Touvier gefusilleerd als vergelding voor de moord in Parijs, de dag ervoor, van de pro-Duitse minister van propaganda, Philippe Henriot. Touvier beweert dat de Duitsers dertig slachtoffers van hem eisten en dat hij er 23 het leven heeft gered.

Het Franse staatshoofd is in de kwestie verzeild geraakt nadat Le Monde uitlatingen heeft geciteerd die hij heeft gedaan in een net uitgekomen boek ('Nous entrerons dans la carrière, de la Résistance à l'excercice du pouvoir', door Olivier Wieviorka, Seuil). Mitterrand schildert Touvier daarin af als hoogstens een “eminent collaborateur, verklikker. Hij lijkt mij lid van een soort politieke onderwereld”. Maar Touvier is volgens de president niet te vergelijken met René Bousquet, de nooit berechte en vorig jaar vermoorde secretaris-generaal van de politie van de regering in Vichy.

Bousquet was in de regio Parijs in juli 1942 verantwoordelijk voor het oppakken van 13.152 joden. Over hem zegt Mitterrand: “Bousquet is een hoge functionaris die klem geraakt is in het raderwerk (...). Bousquet is het prototype van die hoge ambtenaren die gecompromitteerd zijn geraakt of zich hebben laten compromitteren. Het is de vraag in hoeverre. Daar moest na de oorlog over geoordeeld worden. Nu zijn het oude mannen over wie gaat. Er zijn niet veel getuigen over. Het heeft allemaal niet veel zin meer.”

Het zijn deze uitspraken, die makkelijk als een vergoelijking van het collaborerende Vichy-regime kunnen worden gelezen, waarover Mitterrand pittige kritiek moet verduren. Op de voorpagina van Le Monde begint vandaag een artikel met ingehouden maar vlammende kritiek, geschreven door Laurent Greilsamer, die voor de krant het proces-Touvier heeft verslagen. Hij herinnert eraan dat Mitterrand twintig jaar geleden, toen president Pompidou Touvier gedeeltelijke gratie verleende, ook al voorstander was van vergeten in het belang van nationale verzoening.

Daar voegt Mitterrand een nieuwe vorm van vergeten aan toe, schrijft Greilsamer: die van het antisemitisme. “Alsof hij weigert te zien dat de zaak-Touvier, de zaak-Bousquet (vóór hij werd vermoord) en de zaak-Papon (de nog nooit berechte, nu 83-jarige politiechef van Bordeaux tijdens de oorlog, later minister onder Giscard, red.) nog steeds actueel zijn omdat zij direct of indirect hebben meegewerkt aan het programma van volkerenmoord dat aan de overkant van de Rijn werd uitgevoerd”, aldus Le Monde.

De bekende Franse nazi-vervolger Serge Klarsfeld zegt in reactie op de uitspraken: “Laat Mitterrand Touvier na woensdag gratie verlenen, dan is hij tenminste consequent.”

    • Marc Chavannes