Koloniale wandaden in tabaksroman

Bzzlletin 214. Bzztôh, 80 blz.ƒ12,50

Nog meer Indië: in het Haagse literaire tijdschrift Bzzlletin schrijft Joop van den Berg over zijn recente antiquarische vondst van een merkwaardige Indische roman uit 1898. Het gaat om de 'tabaksroman' Hans Tongka's carrière van plantersvrouw Lucie van Renesse, die schreef onder het pseudoniem Dé-lilah. Verwijzend naar Bremans boek uit 1987 over wandaden van de Nederlandse kolonisten in Indië, Koelies, planters en koloniale samenleving, stelt Van den Berg hier nog eens de mishandeling van koelies en het misbruik van vrouwen aan de kaak. Dé-lilahs naturalistische tabaksroman blijkt, uiterst getrouw aan de eisen van het genre, onthullend openhartig te zijn. Van den Berg heeft het zelfs over de 'nietsontziende waarheidsliefde' van deze schrijfster. In 1898 kon de Nederlandse lezer al kennis nemen van koeliemishandeling, opsluitingen, verkrachtingen en moorden. De literaire waarde van de antiquarische vondst is gering, hetgeen mede kan verklaren waarom deze schrijfster van vijf romans volkomen vergeten is geraakt. “Hans Tongka's carrière is een boek dat, ontdaan van veel overbodige intriges en geëxalteerde stijlbloempjes, een ontluisterend beeld geeft van de koloniale samenleving.”

John Kennedy Toole, Thomas Chatterton, Victor Escousse, Adriaan Venema, Alexander Ziegler, Heinrich von Kleist, Daniël Robberechts, J.S.Drooge: schrijvers en dichters die zelfmoord pleegden vanwege literaire miskenning, afwijzing, doodzwijging, onbegrepenheid, hondse kritiek'. Jeroen Brouwers publiceert opnieuw een artikel over schrijvers-zelfmoordenaars en hun verschillende motieven. Hij vond een Parool-artikel uit 1956 van Harry Mulisch over zelfmoordenaar Klaus Mann, waar hij te hooi en te gras aantekeningen bij maakt. Waar Brouwers heen wil met deze schriftelijke neerslag van zijn zelfmoord-obsessie, die met De laatste deur geenszins werd afgesloten, wordt niet duidelijk. Boeiende leesstof, dat zeker, maar stuurloos.

Verder in dit nummer: een gefingeerd interview met Nico Scheepmaker (1930-1990), door Robert-Henk Zuidinga gemaakt van citaten uit de essaybundel Maar mooi!; een artikel van Jos Radstake over klassieke muziek in recent literair proza; en een van Ron Elshout over het werk van Huub Beurskens. Heribert Korte schrijft uitvoerig over Prousts liefde voor Vermeers schilderij 'Gezicht op Delft'. “Zoals Vermeer een nieuwe wereld schilderde, een 'werkelijkheid achter de werkelijkheid' zichtbaar maakte, zo wilde Proust proberen de grenzen van de tijd te overschrijden waarvoor hij het fenomeen van de buitentijdelijkheid ontdekte - of moeten we zeggen creëerde?”