Kijkoperaties

De commotie die in sommige kringen is ontstaan over het zich door de politie zonder uitdrukkelijke last of machtiging toegang verschaffen tot besloten erven, garages of schuren die bij bepaalde personen in gebruik zijn, lijkt mij niet in ieder opzicht gerechtvaardigd.

In het wetboek van strafvordering wordt op verschillende plaatsen onderscheid gemaakt tussen het tegen de wil van de bewoner betreden van woningen enerzijds en het zonder toestemming betreden van andere plaatsen anderzijds.

Voor het betreden van woningen door opsporingsambtenaren is, wanneer de toegang wordt geweigerd, steeds een machtiging nodig door het bevoegd gezag zoals omschreven in de artikelen 120 en 192 Strafvordering.

Alleen bij ontdekking op heterdaad van een misdrijf kan ieder ter aanhouding van de verdachte elke plaats betreden. Nu lijkt mij verdedigbaar dat met ontdekking op heterdaad valt gelijk te stellen de vondst van zaken als vuurwapens, gestolen goed of drugs waarvan het bezig in het algemeen een misdrijf oplevert.

Volgens de wet is hij verdachte te wiens aanzien een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit voortvloeit uit feiten of omstandigheden. Een redelijk vermoeden van de aanwezigheid van zaken waarvan het bezit een misdrijf oplevert, levert derhalve een legitimatie op tot het betreden van plaatsen waar deze goederen zich mogelijk bevinden, mits er sprake is van het bestaan van enkele aanwijzingen.

Uiteraard dient van het betreden van dergelijke plaatsen zonder toestemming van de rechthebbende proces-verbaal te worden opgemaakt. Ontstaat er schade, bijvoorbeeld als gevolg van het verbreken van sloten of deuren, en blijkt de verdenking ongegrond, dan heeft de rechthebbende aanspraak op schadevergoeding. Zou de politie zonder enig verband met een concreet opsporingsonderzoek naar een misdrijf tot het zonder machtiging betreden van besloten erven of lokalen overgaan, dan moet inderdaad van overschrijding van bevoegdheid worden gesproken.