Jonge Democraten: radicaal en gezellig; Niet aan de bar blijven staan

De Nederlandse parlementariër wordt door jonge mensen weinig status toegedicht. Liever wordt men account-manager of advocaat. Politieke jongerenorganisaties proberen interesse te wekken voor de politiek. In de aanloop naar 3 mei een serie over vijf van deze organisaties. Deel drie: de Jonge Democraten (JD).

Bij halte Veenendaal Centrum staat Marc Davidson te wachten op de bus naar Elst. Naast de abri liggen weekendtassen opgestapeld. Om de tijd te doden overlegt hij met een Utrechtse student hoe hij vanmiddag, tijdens het lustrumcongres van de Jonge Democraten, Motie 9 moet verdedigen. Marcs werkgroep 'milieu' vindt dat het milieubudget moet worden verhoogd tot vijf procent, te betalen uit eco-tax. Een half uur later klimt de bus omhoog, tegen de Utrechtse heuvelrug. Aan de poort van jeugdherberg De Eikelkamp hangen de lichtblauw-witte vlaggen van de vrijzinnig-democratische JD. Ga aan de mensen in deze bus maar eens uitleggen dat 250 jongeren een weekend lang over politiek gaan debatteren.

Op de zanderige paden van het tot congrescentrum omgebouwde jeugdherbergcomplex begroeten sommigen elkaar als vrienden uit een ver verleden. “Meid, dat is lang geleden, wat zie je er goed uit!” Twee jongens vallen elkaar om de hals. “Kameraad. Nieuw colbertje?” Een gemêleerd gezelschap, van leren jacks tot parelkettinkjes, jasjes-dasjes en vlotte sweaters, verzamelt zich voor de grote zaal. De spanning is voelbaar, want over enkele minuten zal D66-leider Hans van Mierlo de jongeren toespreken. Als iedereen zijn matras in een van de barakken heeft veiliggesteld, begint een gehaaste Van Mierlo met zijn verhaal. Het is de eerste dag van zijn verkiezingscampagne, maar hij zit er nu al vermoeid bij. Hij wordt door de vice-voorzitter van de JD, Remko van Oijen meteen aan de tand gevoeld over de uitkeringen en AOW. De JD keert zich fel tegen de positie van D66. Volgens Remko moet je zowel studenten als AOW-ers garanderen wat ze in de toekomst kunnen verwachten. Van Mierlo reageert geïrriteerd. “CDA wil bevriezen, de PvdA doet alsof je van alles kunt garanderen. Wij zitten daar, zoals wel vaker, een beetje tussenin.” Hij gniffelt even en de zaal gniffelt mee. Maar hartelijk is het niet, de verhouding tussen de JD en moederpartij D66. Van Mierlo: “Op een onverwacht moment, toen wij even niet keken, zijn jullie tegen onze zin ontstaan.”

In het Amsterdamse café Eik en Linde komt het op 3 maart 1984 tot de oprichting van jongerenorganisatie Jonge Democraten. Het aanvankelijke verzet van D66-prominenten tegen een jongerentak heeft alles te maken met de angst voor ouderdom. Jacob Kohnstamm blikt in het lustrumboek terug: “Ik voelde er niet voor mijzelf als oude democraat te moeten gaan beschouwen.”

Nadat D66 de JD dan toch als 'dochter' erkent, volgt subsidie (jaarlijks ruim een ton) van WVC en de JD groeit in tien jaar uit tot een politieke club met 1700 leden verspreid over 23 afdelingen in het land. “Tien jaar pragmatisch, en heel radicaal,” luidt een zinsnede uit het lustrumlied. Pragmatisch, en toch radicaal. Of dat kan? “Een voorbeeld: het vliegverkeer in Europa afschaffen! Het is misschien een radicaal standpunt, maar dat vind ik juist wel leuk.” Henriëtte de Vos (24) is landelijk voorzitter van de JD. Haar politicologiestudie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam was een regelrechte domper. Henriëtte: “Mijn medestudenten hadden geen enkele politieke interesse. Ik ben na duizend en een baantjes overgestapt naar een hbo-studie Personeel en Arbeid.”

De behoefte om afwijkende meningen te verkondigen, ergernis over de 'overkill' aan mannen in politiek Den Haag, maar vooral woede waren haar drijfveren om zich bij een politieke organisatie aan te sluiten. Na een politiek-inhoudelijk weekend werd ze lid van de JD. “De open en ontspannen sfeer spraken me aan. Tijdens zo'n weekend spelen we bijvoorbeeld het Bokki Wokki-corruptiespel. Het speelt in Bokki Wokki-land, waar parlementsverkiezingen op komst zijn. De spelers moeten de anderen trachten te overtuigen van hun gelijk, maar daar waar argumenten te kort schieten kun je je tegenstanders omkopen met monopoly-geld.” Henriëtte is allerminst cynisch over de politiek. Ze kan zich juist verschrikkelijk kwaad maken, zoals over de AOW. “Toen het CDA merkte dat zijn harde opstelling veel kiezers zou gaan kosten, was de uitleg: we hebben het niet goed gepresenteerd. De arrogantie. Mensen zijn niet achterlijk.”

Maar moederpartij D66 komt er ook niet genadig vanaf. “D66 houdt zich al maanden koest. Bang om stemmen te verliezen. Maar dat is geheel tegen de principes van D66 in. Je kiest voor de man, en die man laat het afweten.”

De meeste congresgangers staan buiten van de zon te genieten, als er in de congreszaal voor de politieke moties wordt gestemd. Links van de tafel van de stemcommissie staat een katheder, waar de indieners van de motie een 'praatje vóór' mogen houden. De woordvoerder van JD-afdeling 't Gooi spreekt zich uit voor een verbod op gokautomaten in cafés en snackbars. De motie wordt aangenomen. Ook Marc Davidsons motie 9 krijgt de meerderheid van stemmen. “Natuurlijk is het een beetje raar, dat we hier in the middle of nowhere een beetje voor moties zitten te stemmen,” zegt een JD-er uit Twente. “Het gaat om het politieke spel. Dat is fantastisch. Maar een professional hoef ik nooit te worden. Daar ben ik niet altruïstisch genoeg voor.” Volgens zijn gesprekspartner Marco van Lierop is de jongerenpolitiek bedoeld als scholing: “Om een geëngageerd persoon te worden. Er is een afgrijselijk politiek onbenul onder jongeren. Vraag een willekeurige scholier de namen van vijf ministers. Ze komen niet verder dan twee!” Ondertussen wordt Motie 13, de opheffing van het verbod op openbare dronkenschap, behandeld.

's Avonds, na het Italiaanse buffet, is het tijd voor cabaret. Achter in de zaal staat JD-oprichter en oud-voorzitter Hein Jaarsma te glunderen als zijn naam valt. Volgens de cabaretière heeft hij de meeste JD-meisjes versierd. In een volgende act krijgt een jongen een spoedcursus politiek-inhoudelijke speech. “Waar moet het dan over gaan?”, vraagt hij quasi-onbeholpen. De cursusleider: “Het commissariaat als hoeksteen van de samenleving.” Het cabaret wordt afgesloten met een cover van Ruth Jacotts Eurosongfestival-lied: “Maar het wil alleen nog niet zo lukken, met het bewaren van de zetels, dus Hafmo in de AOW, om Henriëtte te lanceren.”

JD-ers typeren hun club het liefst als een politieke speeltuin. “Het is een beetje een alternatief voor een gezellige studentenvereniging. Alleen kun je bij ons niet aan de bar blijven staan,” aldus voorzitter Henriëtte de Vos. “Natuurlijk heb ik ambities en neem ik politiek heel erg serieus. Maar er moet een radicale democratisering plaatsvinden. Bekijk het op deelraadniveau: of een boom ziek is of niet, die beslissing kun je gerust aan ambtenaren overlaten. Maar waar onvoldoende lantaarnpalen staan en vrouwen 's nachts meer gevaar lopen, dat weten de bewoners zelf het beste. Het tijdperk van carrièrepolitici is voorbij, de toekomst is aan de part-time politicus.'

    • Tijn Sadée