Imposant tribuut aan blues-koninginnen

Voorstelling: A musical tribute to the late great ladies of blues & jazz, door Sandra Reaves-Phillips. Muziek o.l.v. Peter Zak. Regie: Rick Khan. Gezien: 18/4 in de Kleine Komedie, Amsterdam. Verder: Anton Philipszaal Den Haag 20/4, Schouwburg Leiden 22/4, Oosterpoort Groningen 23/4 en Zuidplein Rotterdam 24/4.

Take me as I am zingt de Amerikaanse zangeres Sandra Reaves-Phillips ter introductie van haar show. Maar dat valt niet mee, want de rest van de avond vereenzelvigt ze zich met zes van haar grote voorbeelden die inclusief bijpassende pruikjes, pluimen op het hoofd en robes aan het lijf ten tonele worden gevoerd. Niet om ze klakke- en karakterloos te imiteren, maar om ze te portretteren in hun eigen stijl, hun eigenaardigheden en hun houding ten opzichte van repertoire en publiek.

Sandra Reaves-Phillips is van zichzelf een big mama met een groot geluid en voelt zich zichtbaar thuis bij de veelzijdige Ethel Waters en bij blues-koninginnen als Ma Rainey, Bessie Smith en de naoorlogse Dinah Washington. Geen moment vergeet ze dat die late great ladies niet alleen zangeres waren, maar ook show-vrouw. Ze zingt hun succesnummers, zoals het onstuimige C.C. Rider, het scabreuze I need a little sugar in my bowl en de hartekreet Nobody knows you when you're down and out, en ze praat die nummers op hun opzwepende manier aan elkaar, met hardhandige grappen en suggestieve kwinkslagen. Expressief tot in haar vervaarlijk gelakte nagels geeft ze elk van hen een eigen persoonlijkheid, tot aan de ongecompliceerd aanstekelijke geloofsbeleving (He's got the whole world in his hands) van Mahalia Jackson.

Al die zangeressen ogen, in hun goedlachse uitbundigheid, als geestverwanten van Sandra Reaves-Phillips. Het grootste wonder van de voorstelling vind ik echter de manier waarop ze de vaak geïmiteerde Billie Holiday laat verrijzen, met die bijna stukgezongen stem, dat licht geroosterde timbre en die breekbare gestalte - zó dat haar eigen forse postuur opeens niet meer bestaat en haar sterke stem verdwijnt achter het craquelé van Solitude en Good morning heartache. Ook de vijf muzikanten, die als ouverture helaas een schamele poging doen de volle klank van een big band te evenaren, zijn in die nummers op hun best; spaarzaam en effectief. Temidden van alle vrolijkheid die Sandra Reaves-Phillips met haar imposante inlevingsvermogen teweegbrengt, is dat een ontroerend gaaf intermezzo.

    • Henk van Gelder