Extra loon voor behoud van Vut in grootmetaal

ZOETERMEER, 19 APRIL. De werknemers in de metaal- en elektrotechnische industrie (grootmetaal) krijgen tot juni 1996 in totaal 1,5 procent loonsverhoging. Ze moeten deze loonsverhoging grotendeels steken in het behoud van de regeling voor vervroegd uittreden (VUT).

Dit is de uitkomst van het gisteravond afgeronde overleg tussen vakbonden en werkgevers (FME) over een nieuwe CAO voor de 170.000 werknemers in de metalektro. Het bereikte akkoord geldt voor de periode tot juni 1996 en voorziet in loonsverhogingen op 1 maart 1995 en 1 januari 1996, beide keren van 0,75 procent.

Afgesproken is verder dat de bestaande VUT (vanaf 60 jaar) intact blijft tot 1997. Alleen de VUT voor werknemers met 40 dienstjaren wordt in de loop van komend jaar afgeschaft. De premie voor de VUT wordt verhoogd, van 6,4 procent nu tot maximaal 8 procent. Het aandeel van de werkgevers mag niet meer mag worden dan 4,6 (nu 4,1) procent. De rest is voor rekening van de werknemers, die nu 2,3 procent VUT-premie betalen. In het akkoord is verder afgesproken dat de mogelijkheden voor flexibeler werken worden verruimd. Voorwaarde is dat afzonderlijke ondernemers daarover met de vakbonden overeenstemming bereiken.

In de CAO zijn geen nieuwe afspraken gemaakt over werkgelegenheid, zoals de bonden aanvankelijk wilden. Evenmin hoeven werknemers die veelvuldig wegens ziekte verzuimen, vrije dagen in te leveren, zoals de FME in eerste instantie had geëist.

Zowel FME-voorzitter J.L. van den Akker als bestuurder N. Broers van de Industriebond FNV toonde zich na afloop “tevreden” over het bereikte akkoord. “Het biedt voor een lange periode rust aan het arbeidsvoorwaarden-front. De bedrijven kunnen hun energie nu aanwenden voor het binnenhalen van orders en werk”, aldus Van den Akker. Hij raamde de kostenstijging in de nieuwe CAO voor dit jaar op “nog geen 2 procent”. Samen met de vakbonden gaat de FME de komende tijd studeren op een regeling ter vervanging van de bestaande collectieve VUT, die te duur dreigt te worden.

Het overleg over een nieuwe CAO voor de 110.000 werknemers bij de banken is gisteren vastgelopen. De bonden vonden het eindbod van de werkgevers te mager en de werkgevers wezen de door de bonden verlangde vierdaagse werkweek van de hand. Om deze 'vierdaagse' (via verkorting van de gemiddelde werkweek van 38 naar 34 uur) te bereiken, stelden de bonden verregaande flexibilisering van de arbeidstijden en bevriezing van de lonen gedurende vier jaar voor. De werkgevers wezen dat af. De bonden gaan nu hun leden raadplegen over eventuele acties.