Een vredige dood in een 'bijna-thuis-huis'

DEVENTER, 19 APRIL. De Nederlandse Hospice Beweging gaat in Den Haag een derde 'bijna-thuis-huis' openen. Binnen een jaar zullen in dit huis mensen verzorgd gaan worden van wie vaststaat dat zij binnen korte tijd doodgaan, maar die niet thuis kunnen sterven.

Volgens wijkverpleegkundige Han Cuperus, bestuurslid van de Haagse hospesgroep in oprichting, gaat het in de hospices een vorm van thuiszorg die wordt aangeboden aan mensen die beslist niet in een ziekenhuis, maar in gezelschap van familieleden of vrienden willen sterven. De kern van deze vorm van vrijwilligerswerk is dat aan de patiënten twee dingen wordt beloofd. Ten eerste dat zij geen pijn zullen lijden en ten tweede dat ze niet alleen zullen sterven.

Mevrouw B. Thöne-Siemens (71) vindt dat voorkomen moet worden dat mensen achter “die vreselijke, geelachtige gordijnen van ziekenhuizen moeten sterven”. Zij vindt dat onmenselijk en heeft daarom vijf jaar geleden na het overlijden van haar man, die arts was, in Haarlem het initiatief genomen voor de oprichting van een huis waar mensen “veilig kunnen sterven”. Dit huis voor terminale thuiszorg werd in 1989 door minister Brinkman (WVC) geopend en staat onder supervisie staat van de Hospice-beweging. Men werkt zonder betaalde beroepskrachten. Thöne: “Iedereen die zijn calvinistische gène overboord zet, mensen durft aan te raken en een warm hart en een paar wapperende handen heeft, kan stervenden bijstaan.”

Haar huis voor stervenden, meestal “kankerpatiënten die uitbehandeld zijn”, heeft in Haarlem niet alleen grote bekendheid en goodwill, maar ook veel medewerking van het gemeentebestuur gekregen. “Vorig jaar hebben we circa tachtig mensen 'in zorg' gehad”, vertelt de oprichtster. “Voor de meesten werd thuis gezorgd zodat de familieleden weer eens op adem konden komen en ongeveer vijftien werden in ons bijna-thuis-huis opgenomen en vonden daar een vredige dood”, aldus Thöne. “We stellen geen voorwaarden aan stervenden. Iedereen die bij ons terecht wil, kan komen. Of men nu aids- of wat voor patïent ook is”.

Verpleegkundige Han Cuperus en mevrouw Thöne wijzen erop dat het idee van de bijna-thuis-huizen voortkomt uit het gedachtengoed van Elisabeth Kübler-Ross, een nu 68-jarige Amerikaans-Zwitserse arts-psychiater. In de jaren tachtig was Kübler-Ross in Nederland en veel andere landen even beroemd als omstreden door haar ideeën over sterven en stervensbegeleiding. Van haar eerste boek 'Leven tot we afscheid nemen' (To live until we say goodbye; 1979) met zeer aangrijpende foto's van Mal Warshaw werden alleen al in Nederland meer dan honderdduizend exemplaren verkocht. In Californië leidde Kübler-Ross een eigen 'huis van vrede' waar mensen leerden hun sterven te ondergaan als een laatste stadium van innerlijke groei.

Dr. Kübler-Ross heeft heel wat 'workshops' in Nederland gegeven en het afgelopen weekeinde was ze terug in verband met de viering van het tienjarig bestaan van een naar haar genoemde stichting. Waarschijnlijk was zij hier voor het laatst. Volgens het bestuur van de stichting voornamelijk omdat haar leeftijd en haar vele werk meer bezoeken niet toelaten. Als andere reden werd haar grote afkeer van het euthanasiebeleid van de Nederlandse overheid gehoord.

Op een bijeenkomst in de Grote Kerk van Deventer die door meer dan duizend mensen werd bezocht, sprak zij zondagavond nog één keer heel gedreven en langdurig over haar visie op leven en dood en over wat daarna zou kunnen volgen. Wat zij weet over leven-na-dit-leven zegt mevrouw Kübler-Ross te weten te zijn gekomen uit een groot aantal door haar onderzochte gevallen van bijna-dood-ervaringen. Behalve daarover, over haar praktijkervaring van spreken met en vooral luisteren naar stervenden, onder wie ook veel jonge kinderen en over veilige plekken om dood te gaan, sprak zij ook over euthanasie. Van deze vorm van levensbeëindiging heeft zij een intense afkeer, vooral omdat daarbij wordt ingegrepen in de fasering van het levenseinde en de geleidelijke overgang naar de dood.

Mevrouw Thöne zegt desgevraagd dat in de bijna-thuis-huizen op de dood geen taboe meer rust. Wél op het onderwerp euthanasie. “Die komt bij ons niet voor”, zegt ze. “Niet omdat wij er principieel tegen zijn - daar heb ik geen standpunt over, maar eenvoudigweg omdat wij zo'n goede verzorging proberen te geven dat er naar dat middel geen vraag meer is”.