De Ierse dans van Peter Sutherland

GATT-topman Peter Sutherland zei afgelopen weekeinde dat hij een Ierse dans op tafel zou moeten uitvoeren om zijn gevoelens van blijdschap uit te drukken over de ondertekening van het wereldhandelsakkoord in Marrakesj. Iedereen deelde in de vreugde in de Marrokkaanse oase-stad. De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Mickey Kantor uitte zijn gevoelens door spontaan Sutherland te omhelzen.

Er was bij de handelsdiplomaten misschien nog wel meer sprake van opluchting. Sinds de Uruguay-ronde in 1986 in Punta del Este van start ging hebben zij acht jaar lang met elkaar in de clinch gelegen. In 1990 tijdens de GATT-conferentie in Brussel leek de finish in zicht, maar de tegenstellingen tussen Europa en Amerika over de landbouwsubsidies bleken toen onoverbrugbaar.

Dat het touwtrekken acht jaar lang kon voortduren, heeft vooral te maken met de grote veranderingen in de wereldorde. In de bipolaire wereld van 1986 wilden vooral de Verenigde Staten een grote impuls geven aan de wereldhandel door de meest ambitieuze handelsronde in de geschiedenis, die voor het eerst ook diensten, landbouw, textiel en intellectuele eigendom omvatte. Washington zag de Uruguay-ronde vooral als een middel om het Westen economisch nog sterker te maken ten opzichte van de communistische wereld. Maar door de val van de Berlijnse muur werd alles anders. Er diende zich een multipolaire wereld aan, waarin de economische belangen van de Westerse landen niet meer automatisch samenvallen. Bovendien klopten intussen ook de Oosteuropeanen aan de poort van de vrije markt, terwijl ook de Latijns-amerikaanse en Aziatische landen zich meldden.

Het is tekenend dat aan het begin van de Uruguay-ronde nauwelijks 90 landen bij de GATT (Algemene Overeenkomst over Tarieven en Handel) waren aangesloten; vorige week in Marrakesj waren dat er al 124. De redelijk ordelijke onderhandelingen aan het begin van de handelsronde verkeerden enkele jaren later welhaast in een Poolse landdag met het drama in het Brusselse Heizelcomplex in december 1990 als triest dieptepunt.

De veelheid aan onderwerpen en het gegroeide aantal landen waren misschien toch een vermomde zegening. Een ingewikkeld ruilproces werd mogelijk, waarbij er voor iedereen wat viel te halen.

De wereld als geheel ziet het inkomen vanaf het begin van de volgende eeuw jaarlijks met ruim 200 miljard dollar extra stijgen, aldus een conservatieve schatting van de OESO. Enigszins navrant, profiteert het meest protectionistische handelsblok, te weten de Europese Unie, ook het meest. Logisch, want in de EU valt relatief de meeste protectie weg, waardoor hier de buitenlandse concurrentie ook relatief het meest tot verhoging van de efficiency zal prikkelen.

De enige landen die er volgens de OESO op achteruitgaan zijn de voedselimporterende arme landen, reden voor de oproep van de GATT hen te compenseren. Door de vermindering van de Westerse exportsubsidies vallen voor deze landen de voedselimporten duurder uit. Maar dat is een simpele korte-termijnvisie, die geen rekening houdt met de economische dynamiek. De duurdere voedselimporten zullen leiden tot hogere voedselprijzen en de lokale boeren stimuleren meer te gaan produceren.

Daarom ook durfde Peter Sutherland vorige week de door sommigen bestreden stelling aan dat de ontwikkelingslanden - waarvan de armsten helemaal geen tariefconcessies hebben hoeven doen - alleen maar voordeel hebben bij het GATT-akkoord. Dat geldt zeker op het punt van de geschillenbeslechting. Met de grotere bevoegdheden voor de nieuw te vormen Wereldhandelsorganisatie (WTO), en daaraan verbonden sancties, kan zij de zwakke naties bescherming bieden tegen willekeurige acties van de grote industrielanden. In die zin kan er sprake zijn van een nieuwe economische wereldorde.

Over de agenda voor de WTO, die bij tijdige ratificatie van het GATT-akkoord door nationale parlementen op 1 januari 1995 van start gaat, zal de komende maanden nog heel wat worden gedebatteerd. Sutherland staat een WTO voor ogen die gelijkwaardig is aan de twee organisaties van Bretton Woods, het Internationale Monetaire Fonds en de Wereldbank. Zo was de GATT in 1947 ook bedoeld, maar de Amerikanen wilden toen niet aan een echte multilaterale wereldhandelsorganisatie.

Sommige vrezen dat de WTO een 'praathuis' wordt. Een voorbereidende werkgroep heeft tot taak irrelevante onderwerpen uit het mandaat van de WTO te lichten. Toch zullen heel wat landen hun thema's op de lijst willen krijgen, waaronder gevoelige onderwerpen als handel en concurrentiebeleid, handel en mensenrechten of handel en minimale arbeidsnormen. De VS en Frankrijk hebben met de laatste kwestie de deuren open gezet. Eén ding staat wel vast: de handelsagenda is nooit af.