'Albanië tracht de aandacht af te leiden van de economische misère'

MENELAOS TZELIOS, vertegenwoordiger van de Griekse minderheid in Albanië, ziet de situatie van die minderheid gestaag verslechteren. “De Grieken worden gediscrimineerd en geïntimideerd.”

De toch al weinig florissante relaties tussen Griekenland en Albanië werden vorige week onder druk gezet door een incident in het grensdorp Peshkepi. Zeven gemaskerde mannen drongen in de kazerne van de grenspolitie door, schoten twee Albanese grenswachten dood en verwondden er drie alvorens met zestien kalasjnikovs en drie pistolen te verdwijnen.

President Sali Berisha van Albanië gaf de Griekse regering de schuld: de zeven waren gekleed in Griekse legeruniformen; bovendien zouden een achtergelaten zaklamp en de gebruikte kogels van Griekse makelij zijn. Berisha sprak van een “lelijke, vijandige, buitengewoon ernstige daad van Griekenland tegen Albanië”, diende een klacht in bij de Veiligheidsraad, wees de Griekse consul uit Gjirokastër uit, riep zijn ambassadeur terug en beval de Grieken hun ambassadestaf in Tirana te halveren. Griekenland van zijn kant zag in het incident een Albanese “provocatie”. Later werd de verantwoordelijkheid voor de aanslag opgeëist door een Griekse extremistische organisatie. Deze week wordt het incident door de ministers van beide landen besproken.

Menelaos Tzelios vertegenwoordigt bij de UNPO (Unrepresented Nations and Peoples Organization) de Griekse minderheid in Albanië. Griekenland klaagt regelmatig over discriminatie en intimidatie van die minderheid, over willekeurige ontslagen en over beperkingen die haar op religieus en onderwijsgebied zouden worden opgelegd. Sinds kort eisen de Grieken territoriale autonomie voor de Grieken in Albanië.

Tzelios, die zelf in New York woont, gelooft niet zo hard in de versie van Sali Berisha over het incident van Peshkepi: “De Albanese beschuldiging tegen Griekenland is voor intern gebruik. Het is toch kinderachtig: als die aanslag door Griekse soldaten was gepleegd zouden de daders geen legeruniformen dragen. De Albanezen willen de aandacht afleiden van de slechte economische situatie, en van de etnische zuivering waaraan ze zich jegens de Griekse minderheid schuldig maken.” Wie de aanslag heeft gepleegd, weet Menelaos Tzelios niet, maar, zegt hij, er gaan “geruchten” dat die in scène is gezet door de Albanezen zelf, om “de aandacht af te leiden van de repressie”. En het kunnen natuurlijk ook best extremisten zijn, die komen overal voor.

Wat voor repressie?

“De Albanezen sluiten Griekse scholen, zeven lagere scholen hebben ze gesloten. Ze ontslaan leden van de Griekse minderheid uit leger, politie en jusitie. In Gjirokastër [waar veel leden van de Griekse minderheid wonen] werkt niet één Griekse politieman meer. Ze halen Griekse opschriften van de winkels.”

Volgens Tirana heeft de Griekse minderheid de scholen die ze nodig heeft. Die scholen zitten dankzij de Griekse hulp beter in hun leerkrachten en leermiddelen dan de scholen van de Albanese meerderheid. De Griekse docenten krijgen hogere salarissen, omdat ze door Griekenland worden betaald. De ratio leerlingen-leerkrachten is op die scholen zelfs 2:1, daar kan men op de Albaneestalige scholen alleen maar van dromen.

“Dat moet ook beter worden, ik ben voor beter onderwijs voor iedereen.”

Albanië wil graag bij Europa horen en spant zich in om de Europese regels na te leven. Max van der Stoel, CVSE-rapporteur inzake de rechten van minderheden, heeft Tirana herhaaldelijk geprezen om zijn opstelling tegenover de Griekse minderheid.

“Daar is mij niets van bekend. Het is waar: echt kritisch is hij niet, maar hij heeft wel degelijk aanbevelingen gedaan over de behandeling van de Griekse minderheid. De Albanezen hebben hem beloofd geen Griekse scholen te sluiten, maar ze hebben dat toch gedaan. Ze hebben na het incident in Peshkepi ook zeventig leiders van de Griekse minderheid gearresteerd.”

...en na ondervraging vrijgelaten.

“Op één na, die zit nog vast.”

De Albanezen beklagen zich vaak door de Grieken te worden geprovoceerd. Vorig jaar wezen ze na waarschuwingen vooraf een Griekse priester uit die separatistische pamfletten uitdeelde onder de Griekse minderheid. Athene reageerde daarop met de uitwijzing van liefst 25.000 in Griekenland werkende Albanezen...

“...dat die priester separatistische pamfletten uitdeelde is nooit bewezen. En 25.000 Albanezen hadden geen papieren.”

...en dat terwijl de Albanezen de benoeming van een Griek, Anastasios Yanoulatos, als hoofd van de Albanese orthodoxe kerk zonder protest accepteerden, hoewel die functie volgens de Albanese grondwet door een Albanees moet worden vervuld.

“Wat doet het hoofd van de orthodoxe kerk in de grondwet? Kerk en staat zijn in Albanië toch gescheiden? En bovendien, het patriarchaat in Istanbul heeft wel degelijk naar geschikte Albanese kandidaten gezocht. Het heeft ze alleen niet gevonden. Het was een moeilijke beslissing, het was gewoon onmogelijk iemand te vinden, dat was een gevolg van de onderdrukking van de godsdienst in het communistische Albanië. Daarom hebben ze een Griek benoemd.”

Dan is er ook nog het radiostation Drinopouli, dat vanuit Ioannina naar de Griekse minderheid in Albanië uitzendt en hen oproept Zuid-Albanië (“Noord-Epirus”) bij Griekenland aan te sluiten. Tegen Le Monde drong een van de verantwoordelijken van de zender vorige week aan op een Griekse militaire invasie in Zuid-Albanië om te verhinderen dat 'onze broeders in Albanië ten prooi vallen aan de islam'.

“Van dat radiostation weet ik niets. Dat is vast een privéstation. Maar als de situatie slechter wordt, krijgen extremisten aan beide kant meer kans.”

En de situatie wordt slechter?

“Zeker. Albanië misbruikt de minderheid, om de aandacht van de slechte economie af te leiden. Het kan wel op een nieuw Bosnië uitlopen. Nu nog zijn de relaties tussen gewone Grieken en Albanezen goed, maar dat was in Bosnië toch ook zo voordat de oorlog begon?”

Maar het gaat de Albanese economie juist snel beter.

“Ja, maar sommige dingen gaan slechter. Er is zestig procent werkloosheid! Het probleem is dat al deze regimes produkten van de communistische tijd zijn. Ze treden nog steeds op als de communisten, ze gebruiken dezelfde taktieken, alleen doen ze dat nu onder het mom van de democratie. Berisha was zelf lijfarts van Enver Hoxha! Er zijn in Albanië gewoon geen nieuwe mensen. De geheime dienst Sigurimi heet nu SHIK, maar wordt door dezelfde mensen geleid.”

Is het niet vreemd dat klachten over de behandeling van de Griekse minderheid in de eerste jaren na de val van het communisme steevast uit Athene kwamen, en niet van die minderheid zelf? Toen Athene klaagde, zwegen de Grieken in Albanië, jarenlang.

“Omdat de Grieken in Albanië de nieuwe Albanese regering een kans wilden geven, en omdat ze begrepen dat het land zich in een overgangsfase bevindt. Pas na de tweede vrije verkiezingen begrepen de Grieken in Albanië dat er geen democratie voor iederéén zou komen. Toen pas zijn ze gaan klagen.”

De UNPO, de organisatie die zich het lot van internationaal niet vertegenwoordigde minderheden aantrekt, heeft onlangs een missie naar Albanië gestuurd om de klachten van de minderheid te onderzoeken. Een rapport van de missie is er nog niet, maar een UNPO-medewerker wist gisteren te melden dat het met de klachten van die minderheid nogal meeviel: “Er is niets gevonden”. De jongste uitgave van het blad UNPO News bevatte een twee pagina's lang verslag van de missie - zonder enige kritiek op de Albanezen, afgezien van de constatering dat “de bezorgdheid van de Grieken zich vooral concentreert op het onderwijs”. Een van de leden van de missie was Menelaos Tzelios.

    • Peter Michielsen