Veel herdenkingen op komst

WOERDEN, 18 april. “Wat was de bevrijding toch mooi, toen het nog oorlog was”. Met die verzuchting uit de mond van een onbekende Nederlander van na de bevrijding, illustreerde dr. P. Romijn van het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie zaterdag dat het voor veel Nederlanders in 1945 erg moeilijk is geweest om de weg terug naar de normaliteit te vinden.

Romijn sprak op een studiedag voor regionale geschiedbeoefening in Woerden, de eerste in een lange serie bijeenkomsten die komende anderhalf jaar over het eind van de Tweede Wereldoorlog wordt gehouden. In Woerden ging het om de vraag hoe de vele regionale en lokale historische verenigingen die Nederland rijk is, aandacht kunnen besteden aan de bevrijding in 1945. Moeten er boekjes over worden geschreven of tentoonstellingen worden georganiseerd? En hoe was het met de bevrijding? Hoe werd die beleefd, welke verwachtingen bestonden erover. Was de bevrijding van Soest anders dan die van Nijkerk? En wat was het: een militaire gebeurtenis of ging het voornamelijk om herstel van orde en rust, of om een afrekening met 'foute' Nederlanders?

Volgens de Amsterdamse historicus prof.dr. J.C.H. Blom waren de Tweede Wereldoorlog en het eind daarvan, voor Nederland van heel wat minder diepingrijpende betekenis dan meestal wordt verondersteld. Hij vindt dat er in of door de jaren 1940-1945 in Nederland in maatschappelijke zin vrijwel niets fundamenteel is veranderd. Ontwikkelingen die al lang voor 1940 waren ingezet, vervolgden hun weg en afgezien van het verlies van Nederlands-Indië en het feit dat Nederland brak met zijn neutraliteits-traditie, was er er weinig nieuws onder de zon. Pas in de jaren '60 was er volgens Blom, sprake van “echte veranderingen”.

Niet alleen op de studiedag in Woerden, maar ook uit de lange lijst van herdenkingen, vieringen, bevrijdingsfestivals, reünies en tentoonstellingen van het Nationaal Comité 4 en 5 mei blijkt wat een druk herdenkingsjaar voor de boeg staat. De lijst telt circa driehonderd evenementen. Sommige worden ieder jaar en misschien al voor bijna de 50ste keer gehouden. Andere zijn min of meer uniek of grootser van opzet dan in eerdere herdenkingsjaren.

De totale hoeveelheid evenementen, nationaal en internationaal, is groter dan ooit. Hier en daar, o.a. door de Nederlandse ambassadeur in Bonn is de vraag gesteld of de vijftigste herdenking van het eind van de oorlog, niet samen met Duitsers gevierd moet worden, maar het antwoord daarop is nog meestal negatief.

Bij de reeks van internationale herdenkingen wordt min of meer het West-Europese oorlogsverloop in 1944 en 1945 gevolgd. Op 6 juni brak de eindfase van de oorlog aan met de invasie in Normandië (operatie Overlord), het evenement dat binnenkort zo uitbundig wordt herdacht en gevierd en nog veel veteranen op de been brengt.

Na de opbouw van het bruggehoofd in en de uitbraak uit Normandië en de vereniging met de troepen die in augustus 1944 in Zuid-Frankrijk waren geland, ging de opmars richting Duitsland heel snel. Al op 15 augustus werd Parijs bevrijd, op 3 september Brussel, een dag later Antwerpen en in Nederland wist men op 'dolle dinsdag' (5 september) zeker dat ook daar de bevrijding spoedig een feit zou zijn. Maar in de herfst van '44 kwam de klad in de geallieerde opmars.

De frontlijn kwam enkele maanden lang dwars door Nederland te liggen. Voorafgaande en in de maanden na het drama van operatie Market Garden (17-26 september) tussen Valkenswaard en Oosterbeek, in de volksmond 'de slag om Arnhem' werden Limburg, Noord-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen en na de Slag om de Schelde, tenslotte ook Zeeland bevrijd. In vrijwel iedere gemeente in deze drie provincies wordt dat het komend najaar afzonderlijk, al dan niet in aanwezigheid van Amerikaanse, Britse, Canadese of Poolse veteranen gevierd. Voor de rest van het land zou het echter nog een klein half jaar duren voordat ook daar de Duitse troepen verslagen of verdreven waren of zich, zoals in het westen van het land uiteindelijk zonder dat daar strijd werd geleverd, hadden overgegeven.

In tegenstelling tot de strijd in West-Europa werd en wordt hier vrijwel geen aandacht besteed aan de oorlog aan het Oostfront. Van Duitse kant is in officiële studies nog niets gepubliceerd over het geallieerde front in West-Europa of over het Duitse krijgsverloop na D-day. Aan Amerikaanse, Canadese en Britse kant was de officiële krijgsgeschiedschrijving al in 1951, resp. 1960 en 1968 voltooid. Hetzelfde was het geval met Sovjet-beschrijving van het oorlogsverloop.

Dr. H. Amersfoort en drs. C. Klep van de Sectie militaire geschiedenis van de Koninklijke Landmacht in Den Haag wijzen er echter op dat militaire geschiedschrijving vrijwel altijd een nationaal-partijdig karakter draagt. Daardoor kleeft aan officiële werken het euvel van grote eenzijdigheid. Wordt er van Britse kant over het fiasco van de Slag om Arnhem als over een morele overwinning gesproken, zo is Sovjet-versie van de Duitse nederlaag voornamelijk in marxistisch-nationalistische termen verpakt en wordt daar de indruk gewekt dat de eindoverwinning uitsluitend aan de Sovjet-Unie is te danken.

Gaat het de Nederlandse militaire geschiedenis in de wereldoorlog, dan staat volgens Amersfoort en Klep allereerst vast dat er in Nederland tussen mei 1940 en september 1944 in militaire zin niets is gebeurd. Het geallieerde opperbevel dat in 1944 zo snel mogelijk naar Duitsland wilde doorstoten, had voor Nederland slechts belangstelling als doorgangsgebied naar Berlijn. Strategisch was Nederland van geen betekenis. Het Duitse oppercommando dacht er precies zo over. Met gevolg dat in Nederland slechts relatief zwakke Duitse troepen waren gelegerd.

Er is een verschil tussen herdenking en de werkelijkheid. Als voorbeeld daarvan geldt de aanwezigheid van veteranen van de Nederlandse Prinses Irene-brigade bij de aanstaande herdenking van D-day op Omaha-beach in Normandië. Daarvan mag niet de suggestie uitgaan dat deze kleine brigade aan de invasie heeft meegedaan. Eerst in augustus ging deze brigade die nooit haar volle sterkte van 3.500 man bereikte, deelnemen aan de geallieerde strijd. Meestal als 'klusjesopknapper'.

Herdenken en vieren van de bevrijding horen volgens het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie in Amsterdam in een internationaal vergelijkend perspectief worden geplaatst. Daartoe organiseert het RIOD samen met andere instellingen in april 1995 een groot congres over de vraag hoe men vanuit sociaal-maatschappelijke perspectief als bijvoorbeeld ook vrouwen-oogpunt, terugkijkt op de tweede wereldoorlog. Dat congres gaat dus niet over Nederland in oorlogstijd, zegt dr. Madelon de Keizer van Oorlogsdocumentatie die met de congresorganisatie is belast, maar over de vijftig jaar die erop volgden. Oorlogsdocumentatie bestaat in 1995 ook een halve eeuw. “Dat gaan we vieren”, zegt de huidige directeur, dr. C. Schulten. “Niet met weer een congres, maar met een mooi diner voor nette mensen”.

    • Frits Groeneveld