Teamgenoten wijzen Berzin de weg

LUIK, 18 APRIL. Terwijl de opvallend fris ogende winnaar Jevgeni Berzin zich al een weg naar het podium baande, passeerde Toni Rominger de eindstreep van Luik-Bastenaken-Luik. Als zesde. Het hoofd gebogen, binnensmonds vloekend. De wielertocht door de Ardennen begint voor de routinier op een schot tegen de paal te lijken, telkens gaat het net mis. Verleden jaar moest de 'smaakmaker' van la Doyenne de zege na onhandig sprintwerk aan Rolf S⊘rensen laten, gisteren werd hij door domme pech geveld. Zeven kilometer voor de eindstreep ontregelde een geknakte spaak in zijn achterwiel het versnellingsapparaat van de Zwitser. Weg kansen.

Zo'n voorval is pijnlijk, zeker als je op dat moment de sterkste van de zes man tellende kopgroep bent. En als je juist bezig bent je voor te bereiden op die ene spetterende demarrage, omdat je weet dat je met de snelle wereldkampioen Lance Armstrong in je nabijheid tekort zult schieten wanneer het finishdoek in zicht komt. Na afloop lag één vraag op ieders lippen: waarom wachtte Rominger bij zijn defect op de materiaalwagen? Hij had toch ook de fiets van zijn vlak vóór hem rijdende helper Stefano Della Santa kunnen opeisen. “Die wissel zou óók te veel tijd hebben gekost”, zo luidde de niet overtuigende verdediging van Rominger, die een dag eerder nog verkondigde dat dit seizoen voor hem zo aangenaam verliep. Ziekten en valpartijen waren hem eindelijk eens bespaard gebleven.

Het strijdplan van Rominger voorzag in een vroege aanval. Op La Redoute, de Sprimont of desnoods de Côte de Forges, de laatste drie van de twaalf lastige hellingen, had hij alléén willen weggaan. De kopman van Mapei voelde zich op die bulten ook in optima forma. Met venijnige pedaalslagen probeerde hij zijn tegenstrevers te slopen, maar Berzin, Armstrong, Della Santa, Giorgio Furlan en Claudio Chiappucci weigerden te capituleren.

Armstrong was voor het eerst sterk in de regenboogtrui, 'super' was de overtrainde Amerikaan echter niet. Dat bleek kort na het incident-Rominger, toen Berzin op de trappers ging staan voor de beslissende ontsnapping. Armstrong was niet bij machte te reageren, de anderen trouwens evenmin.

De zichtbaar uitgeputte Furlan, Berzins ploeggenoot bij het Italiaanse Gewiss, volgde de ontknoping van dichtbij. Grijnzend. Hij, de zo overtuigende nummer één in Milaan-Sanremo, begreep in de finale dat hij niet 'de goede benen' had om zelf te kunnen triomferen. Furlan had zich daarom ten dienste gesteld van Berzin. De oude Moreno Argentin, mee voorin, had daar al eerder toe besloten. Dolgraag had hij het record van Eddy Merckx (vijf zeges in La Doyenne) gisteren geëvenaard, maar zijn lichaam was daar niet krachtig genoeg voor. Dus reed de 'koopman van Venetië' zich in het zweet voor Berzin, tot hij op vijftig kilometer van het einde compleet instortte.

Op de persconferentie na afloop sprak debutant Berzin van 'het succes van de samenwerking'. Zijn ervaren maatjes Furlan en Argentin hadden onderweg veel voor hem betekend, vond hij. Ze hadden hem niet alleen uit de harde wind gezet, ze hadden hem ook van nuttige adviezen voorzien. “Ik kende Luik-Bastenaken-Luik alleen op papier”, zei Berzin, “mijn ploeggenoten hebben me telkens uitgelegd wat de moeilijkheden van de eerstvolgende heuvel waren.”

De 23-jarige Berzin cijferde zichzelf ten dele weg. Toch is de kleine Rus bepaald geen eendagsvlieg. Deze competitie schitterde hij al in de Ronde van de Middellandse Zee (tweede), waar hij iedereen met name verbaasde op de lastige Mont Faron. Hij werd eveneens tweede in de Tirreno-Adriatico en de Ronde van Baskenland. En eerste in de zware tijdrit van het Criterium International, op geaccidenteerd terrein. In Milaan-Sanremo was hij ongetwijfeld de grote man totdat zijn kopman Furlan op de Poggio aan zijn opmerkelijke act begon.

“Berzin is als een vliegtuig”, riep Pietro Algeri, de ploegleider van Lampre toen hij de Rus in de zwaarste etappe van de Tirreno-Adriatico aan het werk zag. De winnaar van Luik-Bastenaken-Luik is een grote belofte. Met name voor het rondewerk, omdat hij in de cols zijn mannetje staat en beresterk is in de ritten tegen de klok. Als zeventienjarige reed hij al eens temidden van de profs in de open Ronde van Aragon. Beroepsrenner worden, dat wilde hij altijd al. Daar droomde hij al van toen hij in 1990 in Japan wereldkampioen werd op de achtervolging bij de amateurs en als lid van de succesrijke, gouden baanploeg. Tevoren was hij al een uitblinker op de beroemde wielerschool van Alexander Koesnetsov in Leningrad, veertig kilometer van zijn toenmalige woonplaats Vyborg.

Uit Vyborg en uit de opleiding van Koesnetsov, waar de onberekenbare fietsende 'cowboysprinter' Abdoesjaparov eveneens het wielervak leerde, is ook Vjatsjeslav Ekimov afkomstig. Die topper behoorde eerst tot de ploeg van Peter Post en staat nu bij Jan Raas onder contract. Toen Post Ekimov binnen haalde had hij al grote belangstelling voor het talent Berzin. Hij vroeg de negentienjarige in 1990 of hij naar (toen nog) Panasonic wilde overstappen. Berzin deed dat graag, maar de wielerautoriteiren van de toenmalige Sovjet-Unie vonden dat de renner amateur moest blijven. Spijtig voor Post - zijn eerste renner (Guy Nulens) had gisteren elf minuten achterstand op Berzin. De tweede, Nico Verhoeven, verspeelde precies even veel tijd. Hij was 'uitgewoond' om met Gerrie Knetemann te spreken. Aan de in het Italiaanse Broni woonachtige winnaar was in het geheel niet te zien dat hij al bijna 270 kilometer in de benen had. Hij was fris en ontspannen. Hij had geen ster-allures, was doodnuchter, net de sympathieke Rominger. Jevgeni Berzin, het is een naam om te onthouden.

    • Guido de Vries