Tandarts Van Nouhuys over tarieven: 'Alleen zelf betalende patiënten zijn mondig'

De overheid bepaalt wat en hoeveel een tandarts aan een patiënt mag verdienen. Nu de tarieven voor tandheelkundige zorg verlaagd worden komen de artsen in opstand. “Een tandarts wordt link als hij geen kant meer op kan.”

BILTHOVEN, 18 APRIL. De situatie is zorgelijk, aldus tandarts H.L. van Nouhuys uit Bilthoven. Een tandarts krijgt steeds minder tijd om ordentelijke tandheelkunde te doen en de patiënt te woord te staan. Een tandarts gaat uit van de tariefsnormen die door het systeem worden bepaald. Hij komt onder financiële druk te staan nu de tarieven worden verlaagd.

Van Nouhuys is voorzitter van de Stichting Onafhankelijke Hulpverlening. Doelstelling van deze in 1986 in de marge van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde opgerichte organisatie is onder meer het propageren van het beginsel dat de patiënt zelf mag bepalen waar, wanneer, onder welke omstandigheden en onder welke voorwaarden hij geholpen mag worden, en het herkrijgen van het recht van de tandarts om te allen tijde in overleg met de patiënt hulp te verlenen op basis van autonoom gestelde condities.

Van Nouhuys: “De vertrouwensrelatie tussen tandarts en patiënt wordt ondermijnd door het financieringssysteem. Dit systeem bepaalt wat en hoeveel een tandarts mag doen. De tandarts die met de patiënt eigen afspraken maakt, is strafbaar. Dat is verschrikkelijk. Ik vraag mij af wat de overheid het recht geeft tussen de tandarts en de patiënt in te gaan staan. Ik noem het de arrogantie van de macht. Waarom is het verplicht om halfjaarlijkse controles uit te voeren? Dat tast mijn professionele integriteit aan. Ik bepaal dat zelf, aan de hand van de gestelde diagnose. Bij sommige mensen zal die zijn: dat ziet er zo goed uit dat u er de komende vier jaar mee kunt doorkomen. Andere patiënten adviseer ik na drie maanden terug te komen. Ja, zegt de overheid dan, maar als we niet ingrijpen, mag een tandarts doen en vragen wat hij wil. Wat is daar tegen?”

Van Nouhuys pleit voor een financieringssysteem op basis van vrijwilligheid. Het is volgens hem van groot belang dat tandarts en patiënt een vrijwillige relatie hebben. “Ik vind het prima dat er een collectieve sector bestaat, maar die is veel te groot geworden. Het zou beter zijn het ziekenfonds te reserveren voor mensen die er financieel beroerd aan toe zijn. Het is van de gekke dat de overheid zich bemoeit met de wijze waarop de patiënt zijn geld met betrekking tot zijn mondverzorging besteedt, want juist in de tandheelkunde zijn er zó veel mogelijkheden. Er wordt tegenwoordig vaak gesproken over de mondigheid van de patiënt. Ik beschouw alleen zelf betalende patiënten als mondig. De zogenaamde mondigheid van de calculerende patiënt is die van een verwend kind dat zijn zakgeld opeist dat ik hem elke week moet geven.

“De overheid kan niet bepalen welke tandarts de beste en de goedkoopste is. Als u van de ene tandarts na een onderzoek dat honderd gulden kost te horen krijgt dat uw gebit goed is en van de andere tandarts na een onderzoek dat tien gulden kost te horen krijgt dat u tien kronen nodig heeft, wie moet u dan geloven? Eenduidigheid bestaat niet in de tandheelkunde. Ik heb al vaak gezegd: als u de beste tandarts zoekt, moet u niet bij mij zijn, en als u de goedkoopste zoekt moet u ook niet bij mij zijn.

“De tandarts zoekt een uitweg om zijn hoofd boven water te houden. Hij gaat in de illegaliteit of zoiets. Hij neemt maatregelen die niet aan de oppervlakte komen. Dit financieringssysteem is fraudegevoelig. Een tandarts wordt link als hij geen kant meer op kan, net als ieder ander mens dat zou worden. Vergelijk het met een schilder die voortaan per geverfde deur betaald krijgt. Wat dacht u? Dat alle schilders even integer zijn en iedere deur even zorgvuldig blijven schilderen? Natuurlijk niet. Zo ook de tandarts. Hij kijkt in de mond van de patiënt, trekt een pokerface en zegt: brugje. De tandarts is van een vrije-beroepsbeoefenaar gedegradeerd tot een stukloner. Hij kan zijn produktie verhogen om aan zijn financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Of hij intensiveert tegenover de verzekeraar zijn administratie. Vul zelf maar in wat ik daar onder versta. Een tandarts moet dus water bij de wijn doen. De verantwoordelijkheid ligt bij de overheid. De overheid kan straks niet de tandartsen een verwijt maken van slechte behandelingen. Zij kan niet wijzen naar de staart van de vis, want de vis begint aan de kop te stinken.”