Slakkegangetje dankzij scheurtje in knieschijf

ROTTERDAM, 18 APRIL. Hij had vijftien weken geen pilsje gedronken, geen sigaartje meer gerookt. Sinds 1989 stopt de 42-jarige Sjef van Gennip op 2 januari met drinken en traint hij tot half april voor de marathon van Rotterdam. Hij loopt om zijn bureaufunctie bij het Ministerie van Justitie te “compenseren”. Hij zweet om te voorkomen dat er te veel kilo's aan het lichaam blijven hangen. Gistermiddag - de marathon voltooid in 3 uur 27 minuten en 44 seconden - kon hij naar de kroeg waar zijn vrouw zat te wachten met een bos rode rozen.

Van Gennip was een van de tienduizend 'recreanten' die gisteren in de koude wind probeerden het persoonlijk record scherper te stellen. De 9300 mannen en 700 vrouwen uit 44 landen moesten binnen de limiet van vijf uur de finish halen. Ongeveer twee derde van de deelnemers liep de 42,195 kilometer in een tijd tussen de drie en vier uur. Tien procent had minder dan drie uur nodig, een kwart meer dan vier uur.

Een uur voor de start verzamelden de lopers zich in de fuik van dranghekken achter de start. Duizenden opeengepakte lichamen op de Coolsingel in het hart van de stad. Aan de andere kant van de hekken speurden familie en vrienden naar hun favoriet. Vrouwen namen de trainingspakken aan, vriendinnen fluisterden een laatste aanmoediging. De mannen hielden zich warm in opengeknipte vuilniszakken of papieren weggooi-overalls. Om één uur loste de burgemeester het startschot. Binnen vijf minuten was het dribbelende lint verdwenen op weg naar Zuid en de Kralingse plas. Pas na vijf kilometer, twintig minuten lopen, was de massa zo ver uitgedund dat iedere atleet zijn eigen ritme kon aanhouden.

De marathon werd in de jaren tachtig de 'ultieme uitdaging' voor mannen tussen de dertig en de vijftig jaar. Ze voetbalden, maar raakten geblesseerd of konden de vaste trainingstijden van een teamsport niet meer verenigen met hun drukke baan. Joggen werd de rage, de marathon het doel. Lopen is goedkoop en gemakkelijk. Rotterdam, waar sinds 1981 wordt gelopen, is door het wereldrecord uit 1988 en de snelle tijden van de toppers inmiddels een klassieker. Het is verreweg de grootste marathon van Nederland en wereldwijd alleen kleiner dan Londen, New York en Berlijn waar 25.000 mensen meelopen. Het budget in Rotterdam steeg tot 2,5 miljoen gulden. Anderhalf miljoen voor de toppers, bijeengebracht door sponsors, en één miljoen gulden organisatiekosten, opgebracht door de recreanten die gemiddeld zestig gulden betalen.

Tegen vieren meldden de eerste lopers zich bij hun sporttas op de tweede verdieping van het Akragon-gebouw op loopafstand van de finish, een flat met acht op elkaar gestapelde sporthallen waar duizenden deelnemers hun kleren achter lieten. In de hal herstelden ze, sabbelend op bidons met sportdrank en knabbelend op een reep energie. Met zoutkorsten van uitgedroogd zweet op hun gezicht wisselden ze hun tijden uit. Twee vijf-en-veertig of drie nul acht. Onder het natte shirt beschermden twee pleisters de tepels tegen het schuren. Sommigen namen een douche, die tot vijf uur lauw water spuwde en daarna koud werd.

De drie-tot-vier-uur-lopers zijn goed getraind, meestal lid van een club en voorzien van schema's en discipline. Ze zijn gewend aan het wasgoed van de sportende familie, de magnetron voorziet in wisselende etenstijden. Ze trainen gewoonlijk drie keer in de week en voeren dat de laatste maanden voor de marathon op tot vijf of zes keer, waarbij zo'n honderd kilometer per week geen uitzondering is. Als hij 's ochtends om half zeven aan een duurloopje begint, vraagt Van Gennip zich wel eens af: “Is dit normaal?” Maar het antwoord vindt hij even later onder de douche. Dan is hij weer fit, klaar voor een dag geestelijke arbeid.

De 47-jarige Peter Geraets uit Landsmeer (dit keer 2.47) liep al twintig marathons in Nederland. De 40-jarige Hans van den Brink (3.02) uit Borne al veertien marathons, waaronder Berlijn en New York. De een moest wegens blessures stoppen met voetbal, de ander met basketbal. Lopen is voor de niet meer zo jonge man een alternatief voor gevaarlijke 'contactsporten'. Voor een marathon in het voorjaar kunnen ze in de winter goed trainen. De marathon in Amsterdam is in september, net na de vakantie.

De vier-uur-plus-lopers zijn ouder of zwaarder. Met het overgewicht stijgen de tijden. Achterin het deelnemersveld is het een slijtageslag. Meer sjokken, dan hardlopen. Meer karakter dan looptechniek. De organisatie in Rotterdam - in New York mag je tot laat in de avond doorgaan - heeft de limiet bepaald op vijf uur lopen. Daarna wordt het parcours weer vrijgegeven voor het verkeer.

De 64-jarige VUT-ter Henk van Veen finishte in 5.01, maar mocht toch zijn zesde medaille omhangen. Hij kan het een half uur sneller, maar moest zich gisteren behelpen met een 'slakkegangetje'. “Ik heb een scheurtje in mijn knieschijf”, vertelde hij later in de leeggelopen sporthal. “Dat deed pijn, maar ja, je hebt er een heel jaar voor getraind en ik ben nogal een doordrammer.” De oud-judoka (zwarte band, derde dan), oud-powerlifter (drie keer Nederlands kampioen) kan niet stilzitten. “De meesten van mijn leeftijd zitten voor het raam achter de geraniums met een dikke buik te zuipen en te roken. Als ik voor de tv zit krijg ik de kriebels. En als ik aan een sport begin maak ik het af zoals het hoort.” Hij zou zijn loopbaan graag afsluiten met het spektakel in New York, maar dat kan hij van zijn uitkering niet betalen. “De jonge gasten waar ik mee train zeggen dat ik een keer mee moet. Maar die werken nog en zijn vrijgezel. New York kost drieduizend gulden en dan moet je nog wat zakgeld hebben ook.”

    • Remmelt Otten