SEMIPROF: Cricketer Erik Dulfer

Tijdens m'n stage had ik al ordeproblemen op de Mavo. Als ik op een Havo had kunnen beginnen, had ik het misschien gedaan, maar ik kwam via een advertentie toevallig terecht op een school voor slechthorenden en kinderen met spraakproblemen. Dat is nu al weer toen jaar geleden. Toen bestond het Rudolf Mees-instituut nog niet eens.

“In 1990 kon ik hier beginnen met vier uur scheikunde. Ik heb wis- en natuurkunde gestudeerd, maar dan ben je ook bevoegd voor een paar uur scheikunde. Tegenwoordig geef ik 30 lesuren van 45 minuten en vijf uur ambulante begeleiding. Leerlingen die naar een andere school gaan proberen wij nog een beetje te coachen. Je werkt hier in eerste instantie met kleinere groepen. Gemiddeld bestaat een klas uit zes of zeven leerlingen.

“Je geeft veel individuele begeleiding, want de niveau-differentiatie is groot. Sommigen zijn vanaf de geboorte doof. Anderen pas een paar jaar. Dat destilleer je er niet gemakkelijk uit. Als ze hier komen zijn ze toch al een paar jaar doof. Die gefrustreerdheid is dan al geweest. Er zitten altijd wel eens probleemgevallen bij, maar over het algemeen is de sfeer goed. Het is hier toch intiemer.

“Vroeger was de tendens om dove leerlingen vooral oraal op te voeden. Nu valt gebarentaal niet meer weg te denken. Logisch eigenlijk. Een kind van twee jaar kun je geen woorden aanleren, wel gebaren. Maar de gebarentaal in Groningen is weer heel anders dan in Schiedam. Een ander dialect. Doven 'praten' heel veel in de ruimte. Zij willen in hetzelfde tempo communiceren als wij normaal ook doen.

“Ze komen nooit kijken bij het cricket. De spelregels zijn veel te moeilijk. Toch trekken wij bij een beetje wedstrijd op een zonnige dag soms wel 1000 toeschouwers. Schiedam is van oudsher cricketstad nummer één in Nederland. Op straat groeten sommige mensen je, zonder dat ik ze dan ken. Voor hen ben ik die slow-bowler van Excelsior.

“Ik kom zelf helemaal niet uit een cricketfamilie. Mijn vader voetbalde bij Excelsior '20. In ons elftal zitten nog steeds veel voetballers. Ik cricket al vanaf m'n achtste jaar. Met het eerste trainen we nu een keer per week, dat is prima te combineren. Als straks het seizoen begint, wordt het drie keer in de week. Ik heb 42 interlands gespeeld, maar de laatste tijd ben ik niet meer opgeroepen voor het Nederlands team. Nee, te oud ben ik niet. Ik ben pas 33 en kan nog wel tot m'n veertigste mee.

    • Jaap Bloembergen