Rugklacht

Het uitgebreide wijwatergebied waar rugpatiënten naar verlichting zoeken heb ik doorwaad. Voortaan bezit ik mijn ziel in lijdzaamheid.

Ik kwam terecht bij een voetreflexologe die tevens aan acupressuur en integrale gezondheidstherapie deed, bezocht op haar aanraden een haptonoom, liet mij masseren, ging vervolgens naar een magnetiseur, belandde bij een kraker, onderwierp me aan de Reicki-methode en Shiatsu-behandelingen. Alles hielp. De eerste keer. Daarna werd de pijn weer even ondraaglijk en de klacht wederom een gebed zonder eind.

Ik consulteerde een Avataristisch geaarde orthomanueel-therapeut die tien minuten aan mij besteedde tegen een honorering van negentig gulden, contant te betalen. Tijdens dat doktersbezoek verweet de therapeut mij, terwijl hij andermaal een weerbarstige wervel in het gelid manipuleerde, dat ik ooit een kraker had geconsulteerd: “Slecht, veel te ingrijpend. Het zijn trouwens geen artsen.” Had ik dus nooit moeten doen. Bij het noemen van de naam van een collega-therapeut die mij met uitvalsverschijnselen het ziekenhuis in had gemanipuleerd, verzuchtte hij zwaar van eigendunk, dat de gave waarover hij beschikte nu eenmaal niet iedereen gegeven was. Afrekenen. Na de derde behandeling wantrouwde ik niet alleen zijn kundigheid maar vooral zijn beweegredenen en winkelde voort.

Ik kwam in handen van een fysiotherapeutisch bedrijf waar de behandelaar mij uitlegde dat van de patiënt de nodige zelfwerkzaamheid werd verwacht. In een agenda van formaat moest ik bij het eerste bezoek intekenen: voor de komende drie weken iedere dag behandeling.

In de zelfhulpruimte van het statige pand in de binnenstad waarin ieder bed bezet was hielpen de veteranen onder de patiënten zichzelf en elkaar bij het aanbrengen van paraffine- of ijspakkingen, bespraken ze de werking van een elektrisch apparaat of wisselden ervaringen uit: “Hernia? nooit laten opereren dat moet je beloven. Mijn schoonzoon zit nu na z'n derde operatie in een rolstoel...” Of: “Rabiat-therapie, niet doen hoor, schijnt niet altijd goed te zijn.” Gemiddeld liep men al vier weken in de ziektewet: “Taxi-chauffeur hè, kwetsbaar beroep”. Of ik wist dat Boris Becker, Liz Taylor, wijlen Herbert von Karajan, Schockemöle, de wereldberoemde springruiter, Boris Jeltsin, kroonprins Charles van Engeland...Ik was in goed gezelschap.

Eén op de drie Nederlanders heeft rugklachten. In mijn voetsporen dolen dagelijks talloze lijders rond op zoek naar verlichting. Ze hebben er veel voor over om van hun pijn verlost te raken: geld, tijd en geloof.

Goedgelovig ben ik niet langer na al die omzwervingen. Nu roem ik de rustkuur die de neuroloog mij voorschreef en doe dagelijks oefeningen die door een deskundige zijn samengesteld. Ik dank de orthopeed die mij troostend zei dat de ruggegraat misschien nog het meest met de ziel is te vergelijken. De mijne was op de een of andere wijze gekwetst geraakt. En zo voelde dat ook.

    • Ellen Ombre