Rousseau loopt ondanks wind verbluffende tijd

ROTTERDAM, 18 APRIL. De Belg Vincent Rousseau, gisteren winnaar van de Rotterdamse marathon, streed in de slotfase ook voor een zo hoog mogelijke bonus. In zijn contract kwamen clausules voor, waardoor hij met een tijd onder de 2.08,00 uur vijftienduizend dollar zou verdienen. De aanmoedigingen, die atletenorganisator Jos Hermens hem vanaf de begeleidende motor toeschreeuwde, waren in de slotfase gebaseerd op beider belang. Hermens kan een snelle tijd in Rotterdam gebruiken voor de status van zijn marathon, al zwol zijn atletenhart toch ook al bij de uitzonderlijke verrichting van de Belg. Rousseau hoorde het zinnetje uit Hermens mond - “onder de 2.08” - ook als verwijzing naar de kleine lettertjes uit het contract.

De laatste kilometer liep Rousseau volgens Hermens in 2.45 minuut, een gouden slot van een indrukwekkende race. Het eerste gedeelte (met forse tegenwind) verliep duidelijk voorzichtig; in het tweede deel toonde Rousseau de moed van een solist. De Belg liet uiteindelijk de achtste tijd op de wereldranglijst aller tijden liet noteren met 2.07.51 uur. Opmerkelijk was dat op de halve marathonafstand een tussentijd van 1.04.56 werd gemeten en dat het tweede deel dus sneller werd afgelegd dan het eerste stuk.

“De hazen waren mischien niet snel genoeg, maar ze hielden me wel uit de wind en dat was op de stukken met tegenwind heel belangrijk”, zei Rousseau, die tot vorig jaar zelf als tempomaker fungeerde. De Nederlander Marti ten Kate etaleerde na de wedstrijd pure verbazing over de verrichting van Rousseau: “Maar welke haas kan hem dan helpen aan snellere tijden. Zijn die er op dit moment dan.” Ten Kate zat naast Aart Stigter, de man aan wie hij het Nederlands kampioenschap moest laten. De titelstrijd was onderdeel van Rotterdam. Stigter, een 37-jarige politiefunctionaris, eindigde als veertiende in 2.15.38, twee plaatsen en 1.15 minuut voor Ten Kate. Hij verbaasde zich over zijn kampioenschap, omdat hij lang achter Ten Kate had gelopen. “Ik was hem wel nooit uit het oog verloren. Het verschil bleef lang zo'n twintig seconden, maar Marti werd langzamer.” Ten Kate raakte na 37 kilometer vermoeid.

Vanzelfsprekend overtrof de verrichting van Rousseau alle andere prestaties. Hij was in Rotterdam een minuut sneller dan de winnaar in Londen, de Mexicaan Ceron. Hij verblufte met een ijzersterk slot. Op tien kilometer scoorde de groep waarin hij zich bevond 30.28, op twintig kilometer 1.01.30. Verwarring ontstond toen de organisatie als tussentijd op 25 kilometer 1.17.46 doorgaf en 1.31.20 verstrekte voor 25 kilometer. Het werd later gecorrigeerd tot 1.16.46, wat de werkelijkheid beter verklaarde. Rousseau liet zich op 35 kilometer door Hermens toeroepen dat 2.08 mogelijk was gezien de tussentijd van 1.46.16. Vijf kilometer legde hij vervolgens af in 15.05, waarna de laatste twee kilometer en 195 meter op het klassieke nummer op de asfaltwegen van Rotterdam nog 6.30 vergden.

De Belg werd lang geleid door hazen, die hij zelf had aanbevolen, maar kreeg ook steun van de helpers, die zich oorspronkelijk slechts voor een tweede groep hadden gemeld, de Nederlander Dirks en vooral de Belg Goegeburen. Zij brachten Rousseau naar de tweede passage over de Willemsbrug. Vervolgens schudde Rousseau in een solo iedereen van zich af op een wijze, die ook Jos Hermens onder de indruk bracht. “Als je toch zag hoe hij wegliep van jongens, die bepaald niet uitgeblust waren, dat was geweldig.” De Mexicaan Marquez probeerde het nog, maar moest al afhaken na een versnelling. Rousseau bleef weg en genoot met volle teugen van de wind die de laatste tien kilometer in de rug blies met een kracht van 7 meter per seconde. De temperatuur was naar wens: zeven, acht graden celcius.

Rousseau noemde zich na zijn vierde marathon “nog altijd tamelijk nieuw op dit onderdeel. Ik weet beslist nog niet hoe zo'n marathon in elkaar zit. De muur, waartegen ik de andere keren toch eigenlijk steeds ben opgelopen ben ik deze maal niet tegengekomen. In de aanloop naar deze wedstrijd heb ik wat wedstrijden over kortere afstanden gelopen en daarbij geaccepteerd dat ik nederlagen leed. Ik ben van plan dat meer te doen. Trainen is aardig, maar het is net zo prettig om in wedstrijden de snelheid te testen.” In het najaar zal hij zich wagen aan de marathon in het Japanse Fukuoka of in New York.

Op 2.26 minuut achter de winnaar eindigde de Zuidafrikaan Mtolo als tweede. De Japanse landgenote Miyoko Asahina was de beste vrouw in Rotterdam. Ook haar 2.25.52 deed de organisatoren van Rotterdam veel genoegen. Die tijd was eveneens sneller dan in Londen, het was een parcoursrecord, en het kwam goed uit in verband met de Japanse televisie-relaties die Rotterdam koestert. Carla Beurskens was op 42-jarige leeftijd de snelste Nederlandse vrouw met 2.29.44. Marjan Freriks verwierf met 2.34 goeie vooruitzichten op een startbewijs voor het Europees kampioenschap in Helsinki in augustus. Beurskens is daar, evenmin trouwens als Rousseau, in geïnteresseerd.