Professor Smalhout met anekdotes over medische fouten

Medische Missers, RTL 5, 20.30-21.25 uur.

In de zesdelige documentairereeks Medische Missers komen uiteenlopende medische fouten aan de orde. In de eerste aflevering van de leerzame serie, die wordt gepresenteerd door de anesthesioloog prof. dr. B. Smalhout, vertellen twee slachtoffers hun verhaal.

De eerste hoofdpersoon is Henk Bout. De vroeger aan voetbal en judo verslingerde Amsterdammer raakte gedeeltelijk verlamd aan zijn linkervoet doordat na een operatie in 1976, waarbij een krom been werd gecorrigeerd, zijn been te strak was verbonden; een spier werd afgekneld en stierf af. Bout gaat nu enigszins waggelend door het leven, hoewel hij zijn handicap goed weet te camoufleren. Pas na vijftien jaar procederen kreeg Bout geld te zien van het ziekenhuis dat volgens Smalhout in meerdere opzichten tekort is geschoten: het had meer inlichtingen over de operatie moeten geven zodat de patiënt bij het ontwaken uit de narcose niet had hoeven schrikken van de “rollade met een paar satéstokken” aan zijn onderlichaam, en ook had het ziekenhuis de fout niet zo lang moeten verdoezelen en de patiënt niet met valse hoop gerust moeten stellen door te suggereren dat het weer goed zou komen.

De tweede zaak is het relaas van een man, Robert Pans, die op Paaszondag 1987 zijn vrouw en kind verloor tijdens de mislukte bevalling in een Bredaas ziekenhuis, veroorzaakt door een foutieve ruggeprik bij een keizersnede. Maar er was meer, aldus Smalhout: “Het is bekend dat er minstens vier tekortkomingen op hetzelfde moment moeten samengaan voordat er een ernstige fout wordt gemaakt.” De tekortkomingen waren in dit geval dat de anesthesist net was afgestudeerd en zich na het maken van zijn fout liet opjagen; dat binnen het ziekenhuis de vreemde regel bestond dat er 's nachts geen epidurale anesthesie mocht worden verricht en de vrouw daardoor tot de ochtend op de operatie had moeten wachten; dat een oudere chirurg die ochtend bovendien besloot een jongetje met een accute blindedarmontsteking voorrang te verlenen; dat de gynaecoloog verzuimde prioriteit toe te kennen aan zijn patiënte; en dat er op de operatiekamer die ochtend niet voldoende assistentie was.

Ook hier wordt duidelijk dat het ziekenhuis, en ook de officier van justitie, niet stond te popelen om op de aanklacht in te gaan. Pas na een extern onderzoek van de anesthesioloog Spierdijk kreeg Pans te horen dat er sprake was geweest van verwijtbaar handelen. De getroffen man vertelt dat pas na dit onderzoek bij hem de rouwverwerking kon beginnen, en dat hij na het juridische touwtrekken de onbedwingbare drang had om de cirkel rond te maken en een gesprek te hebben met de anesthesist die de fatale misser beging. Het was een prettig gesprek, zegt hij, omdat de anesthesist niet de grote boosdoener bleek te zijn waarvoor hij hem tijdens de juridische procedures was gaan houden.

    • Arjen Schreuder