Primal Scream

Primal Scream. Give Out but don't Give Up. (Sony 475809)

Het opnemen van de nieuwe plaat van de Engelse groep Primal Scream, Give Out but don't Give Up, groeide uit tot een monsterproduktie. Achttien maanden werden doorgebracht in verschillende studio's in Memphis en Los Angeles, en het aantal mensen dat aan de opnamen bijdroeg loopt tegen de dertig.

Het resultaat is een cd die zo eclectisch is als het werk van Lenny Kravitz. De Rolling Stones klinken er in door en, dankzij bijdragen van blazerssectie de Memphis Horns, ook de soul van bijvoorbeeld Sam & Dave. Zelf noemt de band de nieuwste stijl graag 'funk', maar dat geldt uiteindelijk alleen voor de nummers waarin George Clinton, de vader van de P-funk, meezingt.

Met behulp van Tom Franklin, een producer die in de jaren zestig met Aretha Franklin heeft gewerkt, werd een mooi geïntegreerd geluid gecreëerd van orgels, blazers, gitaren en stampende drums. In de rock-achtige nummers doet zanger Bobby Gillespie werkelijk zijn best de woorden wat gearticuleerder uit zijn mond te laten komen dan op de vorige cd, Screamadelica (1991). Toen hield hij zich lui en lijzig, nu lukt het hem ook opzwepend te zijn. Vooral in combinatie met zangers Denise Johnson, de vaste achtergrondzangeres van Primal Scream, is het resultaat in bijvoorbeeld Call On Me uitbundig.

Het is uitbundiger dan Screamadelica was. Toch was dat een bijzonderder plaat. Want daar werd iets nieuws gepresenteerd binnen de dansmuziek (dance op basis van lome psychedelica), hoewel op Give Out but don't Give Up eerder geprobeerd werd te herscheppen. Ook al is de groep daarin geslaagd, het is minder verrassend.