Ernstige onlusten in Indonesische stad Medan

JAKARTA, 18 APRIL. Een golf van arbeidsonrust overspoelde dit weekeinde drie steden in de Indonesische provincie Noord-Sumatra. Een demonstratie van enkele tienduizenden stakende arbeiders in de provinciehoofdstad Medan ontaardde in geweldpleging tegen ethnische Chinezen, waarbij één Chinese winkelier de dood vond. Relbestrijdingseenheden van leger en politie traden hard op. Zo'n zeventig personen zijn voor ondervraging opgepakt tijdens de ernstigste onlusten die Indonesië in zeven jaar heeft gekend.

Aanleiding voor de onrust was de gewelddadige dood van een arbeider in Medan, de op twee na grootste stad van Indonesië. Op 11 maart werd daar in een rivier het toegetakelde lichaam gevonden van Rusli, de 22-jarige werknemer van een rubberonderneming, die kort tevoren een demonstratieve werkonderbreking had geleid. Volgens Hasbi Ansori, een advocaat van het Instituut voor Rechtshulp (LBH), weigerde de politie een onderzoek in te stellen naar Rusli's raadselachtige dood.

Dit incident ontketende een kettingreactie van arbeidersprotesten in Medan. Donderdag trok een demonstratieve optocht van enkele duizenden arbeiders op naar het kantoor van de provinciale gouverneur. Zij eisten een onderzoek naar de dood van Rusli, verbetering van de arbeidsomstandigheden, het recht om te onderhandelen over lonen en vrijheid van vakvereniging. De Indonesische regering erkent slechts één vakcentrale, het Indonesische Verbond van Werknemers (SPSI), een federatie van beroepsorganisaties die nauwe banden onderhoudt met regeringspartij Golkar en onder zijn bestuurders nogal wat gepensioneerde militairen telt.

Toen de gouverneur een onderhoud weigerde, greep het stakingsvuur om zich heen. Werknemers van 25 fabrieken in en om Medan sloten zich aan bij de protestacties en tien fabrieken moesten de produktie noodgedwongen staken. Zo'n 40.000 demonstranten uit de industriegebieden aan de rand van de stad rukten op naar het centrum en gooiden stenen naar fabrieken en passerende auto's. Het was in dit stadium dat de acties in anti-Chinese rellen ontaardden. Ethnische Chinezen vormen ongeveer een derde van Medans bevolking van anderhalf miljoen zielen en zijn niet geliefd vanwege hun economische succes. Chinese winkels werden aangevallen en een Chinese zakenman van 53 jaar zou zijn gedood.

In de buitenwijken van Medan raakten de ontketende demonstranten slaags met relbestrijdingseenheden van leger en politie, die sinds vrijdagmorgen in staat van opperste paraatheid verkeerden. In de loop van de dag werden de betogers met harde hand verspreid, waarbij zeker zeventig stakers voor ondervraging werden afgevoerd.

Zaterdag sloeg de stakingsgolf over naar de Noordsumatraanse steden Pematang Siantar en Belawan, de haven van Medan, waar volgens een legerwoordvoerder enkele honderden arbeiders niet op hun werk verschenen. Ze demonstreerden voor betere arbeidsvoorwaarden en hogere lonen. De militaire commandant van Medan, luitenant-kolonel Agus Ramadan, verwacht dat de acties vandaag en morgen hun hoogtepunt bereiken.

Mochtar Pakpahan, voorzitter van de twee jaar geleden opgerichte Bond voor Arbeiderswelzijn (SBSI), die door de regering niet wordt erkend, verklaarde dit weekeinde dat zijn organisatie de demonstratie van donderdag had georganiseerd, maar dat “partijen misbruik hadden gemaakt van de situatie en de volgende dagen chaos en geweld hadden aangericht”.

De arbeidsverhoudingen in Indonesië zijn al enige tijd inzet van een geschil met de Verenigde Staten. Washington dreigde eerder dit jaar om Indonesië zijn handelsvoordelen op de Amerikaanse markt, ter waarde van 600 miljoen dollar per jaar, te ontnemen als het land vóór 15 februari zijn arbeidsverhoudingen niet zou democratiseren. Washington heeft dit ultimatum intussen verlengd tot augustus. Dat gebeurde nadat de wettelijke minimumlonen enigszins waren verhoogd en nadat de eenheidsvakcentrale SPSI zichzelf, onder druk van het departement van arbeid, had omgevormd tot een federatie, wat de schijn van vakbondspluriformiteit wekte.