Engelse bejaarden housen op hit nr. 1: de charlestonmuziek van het Haagse duo Doop; 'Popmuziek is niet gebonden aan leeftijd of stijl'

De charleston gaat het weer helemaal maken. Het Haagse duo Doop haalde de eerste plaats van de Engelse hitparade met het gelijknamige Doop, een plaatje waarop een opmerkelijk huwelijk tot stand werd gebracht tussen house- en charlestonmuziek.

De omvang van hun internationale succes drong pas werkelijk tot Ferry Ridderhof en Peter Garnefski door, toen de BBC World Service beelden toonde van bejaarden die leerden hoe ze de Doop konden dansen. Drie weken lang moesten sterren als Bruce Springsteen en Mariah Carey het zich laten welgevallen, dat de Britse hitparade werd aangevoerd door een Nederlandse produktie die tot stand was gekomen in een Haagse huiskamer. Ferry & Garnefski maakten al eerder platen die het goed deden in het ondergrondse house-circuit, maar met Doop boorden ze een goudmijn aan, vergelijkbaar met Nederpopsuccessen als Shocking Blue's Venus en Stars On 45 van producer Jaap Eggermont.

“We kwamen op het idee om iets met charlestonmuziek te gaan doen”, zegt Garnefski, “toen we op houseparty's zagen dat er een duidelijke overeenkomst was tussen de manier van dansen. In de jaren dertig maakten dansers precies dezelfde zwaaibewegingen met de handen. De charleston was amusementsmuziek, bedoeld voor feesten en partijen. Het tempo stemde overeen met veel housemuziek en de vrolijke sfeer van houseparty's deed ons denken aan stomme films van vroeger. Er was geen vooropgezet plan om muziek te maken die zowel bij de oude als de jonge generatie aan zou slaan. Voor ons is popmuziek niet gebonden aan een leeftijd of aan een vaste stijl.”

Ferry (29) en Garnefski (30) troffen elkaar op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar ze zich naast hun reguliere studie bezig hielden met popprojecten. “Toen we met samplers en midi-apparatuur gingen werken, werd dat zwaar ontmoedigd”, zegt Ferry. “Pop op het conservatorium was per definitie jazzrock. Het moest voldoen aan allerlei enge regels, die wij als muzikant juist wilden ontwijken.” Allebei speelden ze gitaar in pop- en rockgroepen, totdat het housevirus vat op hen kreeg. “House was de grootste revolutie op muzikaal gebied sinds de opkomst van de rock & roll”, meent Ferry. “De drempel om zelf een plaat te maken, werd plotseling veel lager. Ten eerste kun je met een minimum aan apparatuur al heel veel doen en is er gemakkelijk een klein platenlabel te vinden dat een plaat van een onbekende artiest uit wil brengen. Bovendien ben je niet gebonden aan een groep van vier of vijf muzikanten die onderling ruzie kunnen krijgen en die allemaal precies weten hoe de muziek moet gaan klinken. Als er een saxofonist bij zit, moet je die in elk nummer iets te doen geven. In je eentje, of met zijn tweeën zoals wij, hoef je nergens rekening mee te houden en kun je veel extremere muziek maken.”

Het muzikaal onderlegde tweetal benadrukt dat het geen oude plaat van Cab Calloway of een andere charlestonorkest heeft gesampled, maar dat alle muziek zelf werd bedacht en door bevriende muzikanten uitgevoerd. “Charleston is een muzieksoort met een vaststaand instrumentarium. Vooral de klarinet en de ukelele zijn kenmerkend voor de stijl. We hebben daar wat korte stukjes van opgenomen, die we in de vorm van samples hebben gebruikt voor een zelfverzonnen muziekstuk. Op die manier konden we het probleem omzeilen, dat je maandenlang bezig bent om toestemming te vragen voor het gebruik van andermans muziekopnamen. In de rapmuziek is dat trouwens een groter probleem dan in de house, waar weliswaar heel wat in af wordt gesampled, maar dan gaat het meestal om veel kortere fragmenten.”

De ironie van de groepsnaam Doop, die op zijn Nederlands uitgesproken een minder onschuldige betekenis draagt dan het Engelse 'doep', was hen niet bijzonder opgevallen. “We maken geen gedrogeerde muziek”, vindt Garnefski. In een eerdere gedaante werden ze beschouwd als grondleggers van de 'happy house', met de vrolijke dansplaatjes Yes! en Show Me Your Yeh Yeh Yeh die uit werden gebracht onder de naam Waxattack. “Happy house is een typisch Nederlandse stroming”, zegt Garnefski. “De uitbundigheid spreekt ons wel aan. Maar we willen ons er niet op vastleggen, want we vinden het ook leuk om hardcore-house te maken. Daarom kiezen we telkens verschillende groepsnamen, zodat we niet vastzitten in een bepaald stramien.”

Met danseressen Paskalle en Eline presenteert Doop zich als een frisse popgroep in jaren zeventig-kledij, met minirokken en heupbroeken. Voor de oogverblindende videoclip werden speciale verpakkingen van Doop-wasmiddel en een eigen merk hondevoer ontworpen, terwijl suikerspinkapsels en een roze poedel bijdragen aan de quasi-nostalgische sfeer. Volgens Ferry is de verbeelding van het 'Doop-gevoel' samengesteld uit wansmaak, slechte televisiereclame en 'camp' in de stijl van Kreatief Met Kurk. “Doop is een beetje lullig, met schemerlampen en strijkijzers op het podium. Bij ons moet er meer te zien zijn dan bij de gemiddelde house-act, waar je alleen maar twee mooie vrouwen wild met hun haar ziet zwaaien.”

Het succes is hen niet naar het hoofd gestegen. Garnefski: “Het is inherent aan het succes, dat je door de smaakmakers wordt uitgespuugd zodra je in de hitparade staat. Aan de andere kant is het natuurlijk erg leuk dat we bekend zijn geworden met een pure houseplaat, die in eerste instantie door allerlei undergrounddeejays werd gedraaid. Er komt niet per definitie een heel album met muziek in de stijl van Doop. We gaan op precies dezelfde voet verder en trekken ons niets aan van de gedachte dat onze volgende plaat weleens heel wat minder succes zou kunnen hebben. We maken de muziek die we leuk vinden om te maken. Voor het geld hebben we het nooit gedaan, dus daar hoeven we ons niet druk om te maken. Zelf vind ik het geen schande, dat we nu al in een adem genoemd worden met Una Paloma Blanca.”

    • Jan Vollaard