Een lesje in onveiligheid

Het echtpaar uit Zaandam aarzelt. Mevrouw rammelt aan de tralies, meneer aait het video-oog. Ontbreekt er nog iets aan hun huis? Na vier inbraken - twee in Zaandam, twee in hun huis in Spanje - hebben ze zo'n beetje alles gekocht: veiligheidssloten, anti-inbraakstrips, een rolluik.

Ze zijn laconiek. Ze waren goed verzekerd. Eerlijk gezegd, alle metalen beveiliging heeft ze meer gekost dan die vier inbraken bij elkaar. Wat ze dan komen doen op de beveiligingsbeurs? Ach, ze maken gewoon elke zondag uitje. “En we hebben achter wel een raampje dat misschien nog iets kan gebruiken”, bedenkt mevrouw zich.

Criminaliteit loont. Voor de boeven, maar ook voor de 'branche'. Een beurs als Veilig '94, gisteren en vandaag gehouden in de RAI, moet vol gemengde gevoelens zitten. Staatssecretaris Kosto is er, die de ondernemers uitnodigt “samen met de overheid de criminaliteit actief te lijf” te gaan. Maar de meeste ondernemers op deze beurs “eten er wel van”, zoals de standhouder met zijn hang- en sluitwerk zegt.

Onveiligheid kent zijn eigen wapenwedloop, met dezelfde dynamiek van actie en reactie. Is de inbreker binnengekomen via het keukenraam, dan komt dáár een nieuw slot op en gaan dáár tralies voor, volgens politieman J. Banen die een gratis lesje 'criminaliteitspreventie' geeft. Net zolang tot oma haar huis zo goed heeft beveiligd dat ze niemand meer binnenlaat, en er liever ook niet meer uitkomt.

In de stad heeft de wedloop zijn sporen nagelaten. Wandelen door de Kalverstraat na sluitingstijd is even opbeurend als een tocht langs verlaten havenloodsen. Hier en daar heeft een ondernemer zijn rolluiken wel laten vrolijkspuiten, maar de aanblik blijft roestvrijstaal. Het is niet voor niks dat de gemeente een subsidieregeling heeft voor ondernemers die hun etalage ook na zessen zichtbaar houden. De beveiligers verkopen inmiddels doorzichtige rolluiken.

Ook de mentaliteit is erdoor veranderd. Met speels gemak heeft de stad zich ingesteld op een hoger niveau van criminaliteit. De noodzaak tot steeds zwaardere, onbuigzamer fietssloten is in berusting aanvaard. Voor Amsterdam lijkt het tot zoiets als een ereteken geworden. Want waar kun je je fiets nog beveiligen met een ijzeren beugeltje onder het zadel? Alleen in de provincie.

Onveiligheid is grootsteeds. Een 'provinciaaltje' dat klaagt over inbraak in zijn auto, is een sufkees. Had-ie maar niet naar de grote stad moeten komen. De T-shirts in de souvenirshop op het Centraal Station schreeuwen het uit: 'I went to Amsterdam. Got robbed, mugged, ripped off, shit on, pissed on...and still had a good time'. Hetzelfde gevoel heeft 'De blije juwelier' in de Kinkerstraat. Toen hij in maart voor de honderdste keer was beroofd, gaf hij een feestje om de politie, de verzekeraar en de glaszetters te bedanken.

De politie zit er een beetje mee. Beroofden komen alleen maar op het bureau om een “papiertje voor de verzekering” te halen. Wat er met de dader gebeurt, zal ze een zorg zijn.

Daarom heeft ze een offensief ingezet tegen iedereen, behalve de daders. De coördinator van het Nationaal platform criminaliteitsbeheersing, de Amsterdamse commissaris R. Graëve, onderstreept het nog eens in het tijdschrift Ondernemersvisie dat op de beurs ligt: “U en ik halen in Amsterdam de autoradio uit de slee. U en ik zetten de fiets op slot in Amsterdam. Dat hoort er nu eenmaal bij.” Risicobewustzijn, noemt de politie dat.

Politie-projecten om de veiligheid te bevorderen betekenen niet meer agenten op straat, maar meer verlichting, meer inwoners die hun stoep vegen en bij elkaar op bezoek gaan. Of de veiligheidsbeurs er wat aan heeft, is de vraag. “Ja, er is meer sociale controle nodig”, zegt de man van het hang- en sluitwerk. “Maar dat verkoop ik niet.”