Diplomatie in 'final days' van blanke macht; Profiel van DE ZUIDAFRIKAANSE AMBASSADE

Zuid-Afrika's ambassadeur in Den Haag, Albert Nothnagel, voert al bijna vijf jaar een autoritair regime over zijn personeel. Diplomaten vertrokken of vroegen overplaatsing aan wegens zijn 'bombastiese' gedrag en onberekenbare handelswijze. In het zwaar beveiligde ambassadegebouw ligt veel 'blank leed' verscholen.

Albert Nothnagel, Zuid-Afrika's ambassadeur in Den Haag, voelt tijdig aan uit welke hoek de wind waait. Toen eind vorig jaar ANC-voorman Thabo Mbeki in het statige ambassadegebouw aan de Wassenaarseweg op bezoek kwam, paste de ambassadeur het decorum kort tevoren aan. In de lange gang voor zijn kantoor haalde hij de portretten van de Zuidafrikaanse leiders als Jan Smuts en D.F. Malan van de muur en verving ze door een kleurenfoto met ANC-leider Mandela, dat elders in het gebouw hing. Mbeki moest zich thuis voelen in de ambassade dat voor anti-apartheidsstrijders jarenlang het symbool van blank Zuid-Afrika was. Toen Mbeki was vertrokken hing Nothnagel Mandela weer op zijn oude plek, maar de portrettengalerij van vroegere blanke leiders keerde niet terug. Hij liet de witte plekken wegverven. De beige muur bij zijn kantoor is gereed voor de nieuwe voormannen van het nieuwe Zuid-Afrika.

De Zuidafrikaanse ambassade zit in de final days van de blanke macht. Eind april zijn er verkiezingen in het land op de zuidpunt van Afrika, maar de Zuidafrikaanse burgers in Nederland hoeven niet te stemmen in het koloniaal aandoende pand, vroeger het hoofdkantoor van de Nederlands-Indische Spoorwegmaatschappij. Op gezag van Nothnagel wordt de stembus in het Haagse congresgebouw gezet. Hij wil zo gevoeligheden bij anti-apartheidsstrijders ontzien. In andere landen wordt - met instemming van het ANC - gewoon in de ambassades gestemd.

Pretoria kocht het ambassadegebouw in 1973 als onderkomen dat paste bij de status van zijn diplomatie, maar voor de groepen tegen de apartheid werd het doelwit van acties. Elke week stonden demonstranten bij de poort. Het gebouw was door stalen hekwerken omgeven, video-camera's hielden een wakend oog en binnen in het pand werden deuren voorzien van gecodeerde sloten. Het gebouw leek op een vesting waarin de blanken - zoals in het eigen land aan de andere kant van de wereld - eensgezind het bewind voerden. Maar het tegendeel was het geval. Achter de hekken en sloten deden zich vaak slaande ruzies voor; het broeide van intriges en verraad. In de jaren tachtig werden diplomaten teruggehaald, zoals de toenmalige pers-attaché C. Landman.

In 1989 leek er een eind te komen aan de traditie van ruzie op de ambassade in Den Haag. De politicus Albert Nothnagel werd tot ambassadeur aangesteld en hij stond vooral positief bekend omdat hij in 1986 in het blad Inside South Africa pleitte voor directe onderhandelingen met het ANC en voor de vrijlating van N.Mandela. Medio jaren tachtig deden zich in zwarte woonoorden massale opstanden voor. Nothnagel wilde dat de regerende Nationale Partij creatiever zou zijn “om de meest fundamentele aspecten te vernietigen van het apartheidsbeleid, dat we hebben geërfd en zoveel jaren zo zorgvuldig hebben gekoesterd”.

Nothnagel, voormalig worstelaar in Zuid-Afrika, werd een politicus met een 'Damascus-ervaring'. Hij werd plotseling 'verlicht' nadat hij vele jaren als 'verkrampt' te boek had gestaan. “Nothnagel zat lang op de rechtervleugel van zijn Nationale Partij”, zo herinnert A. Ries, parlementair redacteur bij de krant Die Burger, zich. Hij leerde Nothnagel midden jaren zestig kennen als de privé-secretaris van de adjunct-minister voor 'Bantu-administrasie'. “Hij was mede verantwoordelijk voor het instellen en uitvoeren van apartheid.” In 1970 werd Nothnagel zelf parlementslid. “Hij vond dat de hervormingen te snel gingen”, zegt Ries. Nothnagel kwam in zijn periode als parlementslid in het nieuws door een 'schandaal-ruzie' met zijn partijgenoot L. Nel over wie hij - volgens het boek Broedertwis - “lasterpraatjes” verkondigde. Nel werd door de partijtop geschorst wegens een erotisch getint grapje in het openbaar, en het was Nothnagel die rondvertelde dat de veiligheidsdienst al een “dossier” over hem had. Nothnagel wilde zijn vriend generaal J. Roux, een top-ambtenaar bij het gevangniswezen en huidig ambassadeur in Wenen, op de positie van Nel in het parlement krijgen. Dat mislukte. Partijleider Botha kwam tussen beiden, confronteerde Nothnagel met de laster ('Nothnagel het emosioneel gereageer') en riep hem tot de orde.

Na zijn bekering kwam Nothnagel in zijn kiesdistrict Innesdal bij Pretoria in politieke problemen. De conservatieven deden in 1989 een gooi naar de macht en Nothnagel dreigde Innesdal voor de Nationale Partij te verliezen. Intussen was de positie in Den Haag vacant omdat Zuid-Afrika's ambassadeur F. Quint bij een tramhalte was getroffen door een hersenbloeding. De partijtop maakte een deal. Nothnagel ging naar Nederland. Zijn plaatsvervanger voor Innesdal - de latere minister R. Venter - wist het kiesdistrict met succes te verdedigen.

De diplomaten hoopten dat met het aantreden van de verlig geworden Nothnagel een eind zou komen aan de serie ruzies. Nothnagel heeft een politiek instinct, hij voelt de politieke wendingen tijdig aan en is verder innemend en hoffelijk voor de buitenwereld. In het tijdsgewricht van verandering in Zuid-Afrika wist Nothnagel het nieuwe beeld over te brengen in de Nederlandse media. Hij was in tegenstelling tot zijn voorgangers naar buiten gericht, direct, en kweekte bij de journalisten veel goodwill. Voor zijn komst was het verkrijgen van een visum een groot probleem. Nothnagel maakte dit - tegen de achtergrond van de liberalisering in eigen land - makkelijker en kreeg zo een goede pers.

Hij droeg het beeld uit van “het nieuwe Zuid-Afrika” maar in de diplomatieke bunker gold de noodtoestand als in de oude dagen van P.W. Botha. De diplomaten die op de vernieuwing hadden gehoopt kregen spreek- en uitgaansverboden van de ambassadeur opgelegd. Persattaché J. Krebs die tijdens de ziekte van Quint al weer eerste contacten met de media had gelegd kreeg te horen dat hij niet meer met de pers mocht spreken. Dit werd het 'exclusieve domein' van Nothnagel. In de zomer van 1991 verliet Krebs, intussen Zuid-Afrika's ambassaderaad in Bonn, teleurgesteld Den Haag. Hij had vaak gemerkt hoe Nothnagel in het kielzog van het nieuwe Zuid-Afrika werkte aan zijn eigen politieke carrière. Hij wilde in Den Haag niet in het 'vergeethoekje' van zijn land raken. Nothnagel beschuldigde Krebs van een 'haantjie-uitnek-houding' (een 'arrogante houding') en liet weten dat hij hem had kortgevat. Ook ambassaderaad R. Sherwood verliet Den Haag na ruzie met Nothnagel, evenals de diplomaat D. Kotze die onder de spanning emotioneel instortte. Zijn gezondheid was 'geknak' en hij verliet de diplomatieke dienst. De ambassadeur stelde geruchten over de ruzies - altijd uiterst gewild bij de anti-apartheidsbeweging - systematisch in een politiek raamwerk. Nothnagel zei dat hij de 'progressief' was; en zijn opponenten schilderde hij steeds af als conservatief. Vermeende ideologische motieven gingen aan de werkelijke oorzaak voorbij: het autoritaire optreden van de ambassadeur zelf.

Ook bezoekers uit Zuid-Afrika kregen van Nothnagel te horen dat ze niet met pers of politici mochten praten. Begin 1990 - na de vrijlating van Mandela - hield de Jan van Riebeeck Stichting een conferentie tussen journalisten van diverse pluimage uit Nederland en Zuid-Afrika over de toekomst van Zuid-Afrika. De voorzitter van de Stichting, W. Punt, wilde congresseren op een van de Wadden-eilanden maar hij moest uitwijken naar de Corsendonk-priorij in het Belgische Turnhout. “Hij was kwaad over dit congres”, zegt Punt. “Hij zei dat contact met pers en politici zijn taak was en dreigde de conferentie tegen te werken en ons bij sponsors in diskrediet te brengen. Daarom zijn we uitgeweken.”

De lange rij conflicten in de ambassade werd intussen voortgezet alsof er niets was veranderd. Het strenge regime in het gebouw was in de zomer van 1992 voor de meesten niet meer te harden. Vanuit de afluistervrije ruimte in het pand namen twee diplomaten in het geheim contact op met het departement van buitenlandse zaken in Pretoria. Ze waren - zo blijkt uit de documenten van de later ingestelde Versoeningsraad - al door hun collega's gewaarschuwd voor de sancties van Nothnagel: “He'll kill you, hy sal jou vernietig”. Het duo deed beklag bij adjunt directeur-generaal E. Riekert over het 'bombastiese' gedrag van Nothnagel, zijn woede-aanvallen en onberekenbare handelswijze.

Op een conferentie van een aantal Zuidafrikaanse ambassadeurs, eind juli 1992 in het Duitse Bad Wildkreuth, confronteerde Riekert Nothnagel met de noodkreet die hij had ontvangen. Hij toonde zich, aldus het rapport, heeltemaal verslae, en beloofde zijn superieuren beterschap. Tegenover zijn personeel in Den Haag zei hij dat hij zich 'in die rug gesteek' voelde maar liet niettemin weten dat hij een liberaal regime zou instellen. Na twee maanden riep hij de diplomaten weer bijeen en liet weten dat het vertrouwde ancien regime weer in ere moest worden hersteld. Nothnagel riep de diplomaten één voor één voor ondervraging bij zich in zijn kantoor, dat aan de buitenkant is voorzien van een rood licht. Als de lamp brandt mag hij niet worden gestoord. Ook in de dagelijkse ochtendvergaderingen viel hij zijn personeel aan met tirades.

Zes diplomaten stuurden augustus vorig jaar een 'brandbrief' naar Pretoria met een verzoek om 'bijstand'. Het ministerie stuurde een Versoeningsraad van vier prominente diplomaten die een verslag opstelde en probeerde een bestand tussen Nothnagel en het personeel - waarvan ambassaderaad S. Morkel inmiddels de spreekbuis was - te bewerken. Nothnagel moest zijn excuses aanbieden waarna de Zuidafrikaanse diplomaten weer met hem in zee wilden; tot zijn contract in juni van dit jaar afloopt. De ruzie werd september vorig jaar echter bekend in de pers. Nothnagel gaf een verklaring uit waarin hij meldde dat het personeel hém excuses had aangeboden. Hij draaide de feiten om en verklaarde: 'Ons werk weer lekker saam'.

Opmerkelijk is het verschil in interpretatie van Nothnagel in de Nederlandse en Zuidafrikaanse pers. Tegen Zuidafrikaanse media zei hij dat het slechts een storm in een glas water betrof. 'n Kantoor-onderonsjie, zo typeerde hij de hele 'diplomatenruzie' in het weekblad Rapport. “Dit gebeurt elke dag overal.” Maar in de Nederlandse pers omschreef hij het geschil met heel andere woorden. “Wat me verbaast is dat ik onder bepaalde omstandigheden van provocatie geen moord pleegde. Het ging om het ondergraven van mijn positie”, zo zei hij in Vrij Nederland eind maart.

De verzoening mislukte en het conflict lag weer als vanouds op tafel. De zes diplomaten in Den Haag voelden zich gebruskeerd door de persverklaring van Nothnagel. En opnieuw kwamen er in Zuidafrikaanse kranten smeuïge verhalen over de ruzie. Het was uiteindelijk minister van buitenlandse zaken R.F. 'Pik' Botha die ingreep; zowel Nothnagel als Morkel werden naar Pretoria geroepen. “Het was ons bekend dat er al jaren ruzie's waren op die ambassade”, zegt de woordvoerder van het ministerie van buitenlandse zaken R. Darroll. Botha sloot een deal. Nothnagel blijft tot het einde van zijn contract - juni van dit jaar - en zal daarna vertrekken; Morkel gaat naar de Zuidafrikaanse ambassade in Londen, het prestigieuze South Africa House aan het Trafalgar Square. In zijn plaats kwam de diplomaat C. Bezuidenhout naar Den Haag; een rijzende ster aan het diplomatieke firmament. Hij werkte op ambassades in Washington en Londen en heeft directe lijnen met de top van het ministerie.

Volgens Nothnagel was het conflict “afgelopen” maar Darroll verklaart dat de “moeilijkheden bleven”. Drie diplomaten vroegen overplaatsing aan omdat ze niet met hun ambassadeur konden verderwerken. Botha belde hun persoonlijk op met de boodschap: hou vol tot hij weg is, jullie hebben een open lijn met mij. Darroll: “Bezuidenhout moet de werksfeer nog enigszins aangenaam houden. The problem is under control”.

Na de verkiezingen breken in het altijd zo streng bewaakte ambassadegebouw in Den Haag andere tijden aan. Nothnagel heeft inmiddels plannen voor zijn nieuwe carrière in het nieuwe Zuid-Afrika. Hij wil een instituut helpen opzetten om, zoals hij in het blad Beeld onlangs zei, “te helpen bij het uitwissen van de gevolgen van de apartheid”. In de zomer komt er een nieuwe ambassadeur, die wordt aangesteld door een nieuwe regering. En waarschijnlijk zal er voor het eerst een prominent ANC-lid aan de Wassenaarseweg komen, in wat de afgelopen jaren een blanke bunker leek maar in werkelijkheid veel blank leed herbergde.

    • Derk-Jan Eppink