De Variant doorbreekt hegemonie schakers Volmac

ROTTERDAM, 18 APRIL. Aan de vooravond van De Grote Wedstrijd was Henk Verstappen nog snel het circuit afgegaan van middenstanders en ondernemers die zijn schaakteam met een gulle gift van vijfhonderd of duizend gulden ondersteunden. Geduldig luisterden zij andermaal naar het enthousiasme van de Bredase textielhandelaar, maar alleen de eigenaar van het bowlingcentrum voelde er iets voor om in Rotterdam de spannendste ontknoping mee te maken die de schaakcompetitie in jaren beleefde.

Minder dan een etmaal later vormt de 49-jarige Verstappen het glunderende middelpunt van een rommelig tableau de la troupe. Terwijl de verslagen voorzitter van het immer onaantastbare Cap Volmac Rotterdam hem een boeket rozen overhandigtde, scandeerden zijn jongens een spontaan 'Henkie, Henkie'. Voor het eerst in tien jaar ging het Nederlands kampioenschap niet naar de Rotterdammers. Plechtig beloofde Verstappen dat De Variant ook de komende jaren de eeuwige kampioen uit Rotterdam zal blijven belagen.

Hoewel de laatste ronde het kampioenschap van De Variant te voorspellen was, kwam de doorbraak van de Rotterdamse hegemonie toch als een ontnuchtering. In de loop der jaren had het aura van de 'Volmakkers' bovenmaatse proporties aangenomen. Meestal wonnen ze op hun sloffen en wanneer ze, verzadigd door al het winnen, wat steken lieten vallen, trokken ze de zaak vervolgens recht door eens goed met hun volle gewicht op de concurrentie te leunen.

Zo leek ook de tiende titel op rij, ondanks een pijnlijke nederlaag tegen De Variant in de voorlaatste ronde, nog geenszins verkeken. Op volle oorlogssterkte traden ze op de slotdag het eveneens riant gesponsorde HSG tegemoet. De opdracht was tweeledig. Aangezien De Variant, Rotterdam en HSG met nog één wedstrijd te spelen evenveel matchpunten bezaten, moest HSG verslagen worden. Daarnaast diende deze overwinning niet kleiner uit te vallen dan de winst die De Variant eventueel zou behalen. Het toeval wilde dat De Variant in dezelfde speelruimte uitkwam tegen de nummer vier op de ranglijst, Rotterdam 2.

De uitvoering van het eerste deel van het plan verliep voorspoedig. HSG, gehandicapt door de afwezigheid van Judit Polgar en Poloegajevksy, kon weinig inbrengen tegen de zes grootmeesters die Rotterdam aan de eerste zes borden had zitten. Jeroen Piket, Kortsjnoi, Oll, Van der Wiel en Sosonko wonnen van Zsuzsa Polgar, Nijboer, Douven, Brenninkmeijer en Zagema. Alleen Speelman deelde het punt met Van der Sterren. Maar de teller bleef staan op 7,5 punt en dat bleek niet voldoende.

De Rotterdamse reserves slaagden er niet in hun club een dienst te bewijzen. Ondanks de twee grootmeesters in hun gelederen, Winants en Cifuentes, bogen zij diep voor De Variant, aangevoerd door hun enige beschikbare grootmeester, Loek van Wely. Alsof ze tot leven waren gewekt door J.B. Schuil, zorgden de Bredase vrijbuiters voor een ware jongensboekenontknoping. De 8-2 overwinning bracht hen exact op gelijke voet met Cap Volmac, waarna hun winst in de onderlinge ontmoeting de landstitel opleverde.

Voor Henk Verstappen was het de vervulling van een droom waaruit hij al menigmaal ontgoocheld wakker was geschrokken. Zeventien jaar geleden zette hij een denksportcentrum met een bar op, waaruit voldoende omzet moest worden gehaald om een schaakteam te sponsoren. Vanuit de onderbond stoomde De Variant op naar de Hoofdklasse. Een persoonlijk conflict maakte een eind aan het denksportcentrum en tot overmaat van ramp ging Verstappens bedrijf failliet. De schakers die nog geld tegoed hadden, kijken met gemengde gevoelens terug op die verwikkelingen. Sommigen bleken onverzoenlijk, anderen twijfelen geen moment aan zijn goede bedoelingen.

Verstappen zette een nieuw bedrijf op poten, betaalde zo goed en zo kwaad als het ging een deel van zijn schaakschulden en kreeg zijn team terug in de Hoofdklasse. Over de omvang van zijn budget, waarmee hij af en toe grootmeesters als Sokolov of Rogers kan laten spelen, praat hij liever niet in detail. Wel wil hij kwijt dat het minder is dan een vijfde van wat Rotterdam kan besteden.

Voorgenietend van de vreugde-explosie die ging komen, draaide Verstappen rondjes om het bord waar zijn team kampioen ging worden. Volledig aan het gezicht onttrokken door op tafels en stoelen geklommen mensen, werkte Stan van Gisbergen aan het achtste punt voor de Bredase ploeg. Nerveus informeerde de voorzitter bij herhaling naar de stelling, totdat een groot gejuich het sein gaf om zijn spelers één voor één in zijn armen te sluiten. Opkijkend van de vreugdekreten vroeg Kortsjnoi bij Piket wat er aan de hand was. Het antwoord luidde dat 'zij' kampioen waren geworden. “Ah, zij zijn kampioen”, herhaalde Kortsjnoi, bijna vertederd, alsof hij een klein meisje een cadeautje zag uitpakken. Hij draaide zich om en keel verder naar de druk analyserende Speelman en Van der Sterren.

    • Dirk Jan ten Geuzendam