Bonn wil premie voor opsporen van Schneider

BONN, 18 APRIL. Norbert Blüm (CDU), de Duitse minister van sociale zaken, en de voorzitter van de Duitse politievakbond, Lutz, hebben de banken opgeroepen een miljoenenpremie uit te loven voor het vinden van de Frankfurtse onroerend-goedmagnaat Jürgen Schneider.

Vrijdag is het failissement van de in het paasweekeinde spoorloos naar het buitenland verdwenen Schneider aangevraagd. Lutz vindt dat de banken tien miljoen mark moeten uitloven. Daarmee zouden zij ook hun verantwoordelijkheid voor het Schneider-schandaal en de ernst daarvan tot uitdrukking brengen, zegt hij vandaag in de Bildzeiting. Blüm vraagt in hetzelfde blad ook om “een miljoenenbeloning voor de vangst van deze geld-haai. Tienduizenden kleine ondernemers, vaklui en jongelui in opleiding zitten in angst om hun baan, ik eis dat de banken deze mensen bijstaan”.

Volgens berichten in de media van vandaag, onder meer in de weekbladen Der Spiegel en Focus, belopen Schneiders schulden bijna tien miljard mark, waarvan aan bankkredieten niet vijf miljard maar eerder 6,4 miljard uitstaan. De reële waarde van zijn in onderpand gegeven onroerend goed zou, mede wegens de sterk gedaalde huren en verkoopprijzen, niet 4 miljard mark maar volgens Der Spiegel slechts 1,7 miljard zijn. Sinds maart 1992 zijn bankkredieten voor Schneiders besloten dochterbedrijven opgelopen van 2,5 tot 6,4 miljard. Naar intussen is gebleken is bij kredietaanvragen op grote schaal gefraudeerd met de omvang en de waarde van in onderpand gegeven onroerend goed in vele Duitse steden. Ook is voorgekomen dat Schneider, die alle grote financiële zaken zelf deed, zijn luxe projecten met succes bij verschillende banken als onderpand aanbood. In het eerste kwartaal van 1994 haalde hij nog 1,3 miljard aan krediet binnen. Te ernstiger zijn zulke details omdat de centrale bank, de Bundesbank, geregeld een zogenoemde Evidenzliste publiceert waarop alle verleende kredieten boven 3 miljoen staan. Ergo: de banken konden op die lijst zien hoe snel de kredietsom van de Schneider-bedrijven steeg.

Waar Scheiner zich met zijn vrouw Claudia en zijn twee volwassen kinderen bevindt, is nog steeds onduidelijk. In zondagsbladen wordt verondersteld dat hij in zijn vakantieverblijf in Florida is (waarde 24 miljoen mark), in andere kranten heet het dat hij in Iran of Canada verblijft, in weer andere worden de Kaaiman-eilanden als vermoedelijk vluchtadres gemeld. Gereconstrueerd is dat Schneider sinds begin dit jaar 300 miljoen mark heeft laten overmaken naar nummerrekeningen in Zwitserland en andere landen.

Naast algemene kritiek op de goedgelovigheid van vele Duitse banken jegens Schneider is er nu ook specifieke kritiek op de rol van de Deutsche Bank. De grootste bank van het land, die Schneider circa 1,5 miljard mark krediet gaf ontving 7 april een op 4 april geschreven afscheidsbrief van Schneider. Daarin deelde hij mee op medisch advies zijn zakelijke activiteiten te beëindigen en naar het buitenland te gaan. Hij verlangde in die brief voorts extra krediet en vroeg zijn huisbankier om zijn bedrijfsvoering voort te zetten. Dat was voor de Deutsche Bank reden om in het weekeinde van 9 en 10 april de boeken in Schneiders woonhuis/ hoofdkantoor in Königstein te gaan inzien en daarna intern het sein op rood te zetten. In dat weekeinde bleken uit Schneiders papieren de malversaties die de bank 14 april, de dag van het overleg met andere bancaire schuldeisers, als grondslag koos voor haar strafklacht tegen de gevluchte onroerend-goedmagnaat. Het openbaar ministerie in Frankfurt overweegt nu een onderzoek naar de vraag waarom de Deutsche Bank tussen 7 en 11 april, de datum waarop Schneiders gigantische déconfiture in heel Duitsland bekend werd, stil gebleven is. Volgens de Frankfurter Allgemeine van vanmorgen is de justitie “verrast” door het “zeker bevreemdende” gedrag van Schneiders huisbankier.