'Vrije markt weet het beste wat goed is voor de mensen'

De Libertaire Partij is tegen iedere vorm van overheidsdwang. Want dat leidt maar tot overschotten en wachtlijsten. De partij is voor vrije immigratie en tegen de winkelsluitingswet. Vierde aflevering in een serie over nieuwkomers bij de komende Kamerverkiezingen.

DEN HAAG, 16 APRIL. In de voetsporen van de kapitalistische economen Adam Smith, Friedrich von Hayek en Milton Friedman wil hij treden. Toine Manders leidt nu de Libertarische Partij. “Het gaat om de vrije markt die bepaalt en betaalt.”

Met een aantal medestudenten, een 'koopman' en een organisatieadviseur richtte Manders in oktober 1993 in het Airport-hotel te Rotterdam de Libertarische Partij op. “Het is geen studentengrap, maar een serieuze zet, die voortkomt uit het Libertarisch Centrum Nederland dat al 25 jaar bestaat.” Manders hoopt dat zijn 'boodschap van de volledige vrijheid' drie tot vijf zetels zal opleveren. Hij is lid van de liberale jongerenorganisatie JOVD, maar niet van de VVD. “Die partij is conservatief, niet voldoende liberaal.”

'Vrijheid' is voor de libertariërs een radicaal begrip. “Wij zijn tegen alle vormen van overheidsdwang”, zegt Manders. “Elk mens moet alle vrijheid krijgen zolang het lichaam of het eigendom van een ander niet wordt aangetast.” In de VS bestaat de libertaire traditie al veel langer. Volgens Manders is Nederland, met zijn nauwe net van verplichtende regels, rijp voor het libertaire gedachtengoed.

Het systematisch doorvoeren van de maximale vrijheid heeft nogal wat gevolgen. “De vrije markt weet het best wat goed is voor de mensen, hoe minder overheid hoe beter”, aldus Manders. “De overheid zegt: wij vervullen belangrijke openbare diensten. Maar overal waar de staat met verplichtende regels komt, gaat het mis. In de gezondheidszorg bestaan er lange wachtlijsten, de landbouw produceert overschotten. Alle overheidsbedrijven moeten worden geprivatiseerd en er moet een drastische belastingverlaging worden doorgevoerd.”

De libertariërs zijn tegen het minimumloon omdat dit zou leiden tot “gedwongen werkloosheid”. “Het minimumloon is bedoeld om de zwakken te helpen maar heeft het omgekeerde effect: door de hoge loonkosten wordt werkgelegenheid in het gedrang gebracht en zit de zwakste zonder werk.” Een ander kwaad is volgens Manders de algemeen-verbindendverklaring van CAO's. “Ook dit is een bron van veel werkloosheid. Zulke regels leiden tot toestanden die niet conform de markt zijn.”

Sociale regelingen als de AOW, WAO of AAW moeten door de overheid openbaar worden “aanbesteed”. Want sociale zekerheid is een zaak van de markt en particuliere verzekeraars, vindt Manders. “Elke burger moet zelf uitmaken tegen welke voorwaarden en welke premie hij verzekerd wil zijn. Het is een zaak van vraag en aanbod. Gedwongen solidariteit is geen solidariteit.” Manders geeft toe dat er overgangsproblemen kunnen zijn, omdat niet alle “zwakken in de samenleving” sterke partijen zijn op de vrije markt. Ouderen of gehandicapten staan minder sterk tegenover particuliere verzekeraars dan de goed verdienende burger zonder gebreken. “Het libertaire doel, een maatschappij zonder enige vorm van dwang, moet stapsgewijs tot stand komen”.

De partij is voor liberalisering van drugs, inclusief hard drugs. Volgens Manders moet de burger zelf zijn lot bepalen, zelfs als hij er voor kiest zichzelf ten gronde te richten. “Het verbod op drugs leidt tot een enorme criminaliteit. De overheid moet niet met geweld burgers weerhouden van het gebruik van drugs.” Ook het strafrechtstelsel moet op een andere leest worden geschoeid. Alleen levensgevaarlijke criminelen moeten, zo meent hij, worden opgesloten. “In de andere gevallen moet vereffening van de misdaad plaatsvinden via een schadeloosstelling van het slachtoffer”.

Ook op de andere terreinen geeft Manders het primaat aan de vrijheid. Zo moet het vergunningenstelsel voor taxi's worden afgeschaft. “Als iedereen een taxi mag beginnen kun je misschien voor tien gulden door Amsterdam.” Ook de winkelsluitingswet moet worden afgeschaft, net als de ontwikkelingshulp. In plaats van hulp moet Europa handelsbelemmeringen voor de Derde Wereld opheffen. “Wij geven geld en zij kunnen niet handelen. Dat is voor beide slecht”.

Opmerkelijk is ook het libertaire immigratiebeleid. “Nederland moet open zijn voor immigranten”, zegt Manders. “Maar nu geeft de overheid 'cadeautjes' aan de vreemdelingen.” Hij vindt dat iedereen die zijn eigen levensonderhoud kan voorzien naar Nederland moet kunnen komen. Vreemdelingen die niet hun kost kunnen verdienen mogen niet terugvallen op collectieve voorzieningen. “Veel vreemdelingen naar Nederland betekent veel aanbod op de arbeidsmarkt en lagere lonen. Als er te veel zijn is er geen werk meer en gaan ze vanzelf weer weg of komen niet meer”. Manders is tegen een uitzettingsbeleid zoals dat nu door staatssecretaris Kosto wordt uitgevoerd. “Dat is dwang. De immigratie is ook een zaak van de vrije markt”.