Terugkeer van zalm en steur lijkt voorlopig nog een droom

NIJMEGEN, 16 APRIL. Kan de zalm, die in de jaren vijftig uit de Rijn verdween, ooit op eigen kracht in deze rivier terugkeren? De vraag is actueel sinds de verschijning, in 1987, van het Rijnactieprogramma: een complex maatregelen van de gezamenlijke oeverstaten om de rivier schoner te maken. Een van de doelstellingen luidt: in het jaar 2000, desnoods wat later, moet de zalm in de Rijn terug zijn. Maar deskundigen betwijfelen of het zal lukken, zoals ze afgelopen week lieten merken op een studiedag over zoetwatervis in Nijmegen.

Voor de bioloog dr. H. Nijssen, visexpert aan de Universiteit van Amsterdam, is het geen vraag meer maar een stellig weten. “De zalm”, zegt hij, “zal als natuurlijke populatie nooit meer in onze rivieren terugkomen en hetzelfde geldt voor andere trekvissen als Atlantische steur, elft en houting. Maatregelen gericht op herstel van de trekwegen, de aanleg van vistrappen en schoner water komen voor deze soorten jammer genoeg te laat.”

Hij noemt diverse omstandigheden die een 'wedergeboorte' van zalm, steur en elft in de weg staan. Waterstaatkundige werken, waaronder stuwen en sluizen, blokkeren de migratieroutes. Paaigronden, fourageergebieden en rustplaatsen zijn verdwenen door grootschalige zand- en grindwinning, het weghalen van ondiepten, meanders, en glooiende oevers. Een andere belemmering is het lage zuurstofgehalte van de Rijn, gevoegd bij een langzame temperatuurstijging door de lozing van opgewarmd koelwater bij elektriciteitscentrales en industrieën. “Wegens zuurstofgebrek”, aldus Nijssen, “zullen de meeste zalmachtigen niet ver komen, àls ze al in staat zijn hun geboorterivier op de reuk terug te vinden.” Het uitzetten van jonge zalmpjes of zalmlarven, zoals regelmatig in Duitsland en Zwitserland gebeurt, vindt hij daarom “weggegoooid geld”.

Een andere deskundige, dr. S.J. de Groot van het Rijksinstituut voor Visserij-onderzoek in IJmuiden, verwacht een succesvolle rentree van de zalm pas na een jaar of vijftig. De kwaliteit van het Rijnwater mag de laatste tijd verbeterd zijn, voor de bewuste soort is het volgens hem lang niet genoeg. “Daarvoor moeten we terug naar het kwaliteitsniveau van omstreeks 1900.”

Toch lijkt zich een herstel van de zalm af te tekenen, want er worden sporadisch weer zalmen in de Rijn, ook op de benedenstroom gevangen. De Groot kan aan die meldingen weinig optimisme ontlenen. Het betreft volgens hem voornamelijk exemplaren die uitzwermen naar nieuwe gebieden en geen zalmen die hun 'geboorterivier' optrekken. Er zijn zelfs dwaalgasten bij, ontsnapt uit viskwekerijen.

Dat laatste geldt ook voor een vijftiental steuren en steurtjes die de laatste jaren in Nederlandse wateren zijn gesignaleerd. Hierover zegt dr. Nijssen van de Universiteit van Amsterdam: “Het zijn hoofdzakelijk gekweekte, uit Oost-Europa afkomstige dieren die uit de kwekerij zijn ontsnapt of daaruit opzettelijk zijn losgelaten, omdat de kweker er geen brood meer in zag.” In enkele gevallen waren het geen onvervalste steuren, maar hybriden: kruisingen tussen de steur en een verwante soort.

In Frankrijk wordt enig succes geboekt met herintroductie van de Atlantische steur in de Gironde bij Bordeaux, maar die mogelijkheid acht Nijssen voor Nederland uitgesloten als gevolg van de Deltawerken. “Het is verstandiger en realistischer”, zegt hij, “onze aandacht te richten op behoud van vissoorten die nog van nature in Nederland voorkomen dan over terugkeer van zalmen en steuren te blijven dromen. Je kunt die zalm met veel kunst- en vliegwerk wel weer binnenhalen, maar dan maak je van de Rijn één groot aquarium. Dan ben je aan alle kanten aan het manipuleren en dat heeft niets met een natuurlijke zalmstand te maken.”

Het was vooral de vorige minister van verkeer en waterstaat, Smit-Kroes, die de zalm tot symbool van het beoogde ecologisch herstel van de Rijn uitriep. Dat gebeurde na de rampzalige brand (eind 1986) bij het Zwitserse chemieconcern Sandoz, die tot gevolg had dat een omvangrijke gifgolf de rivier afstroomde. Deze calamiteit had op termijn ook een gunstig effect: de aanvaarding, het jaar daarop, van het Rijnactieprogramma, dat inderdaad verbetering bracht. Maar de juichtonen bij Rijkswaterstaat, vervat in het plan 'Zalm 2000', zijn naderhand afgezwakt tot een voorzichtiger formulering: het terugbrengen van een waterkwaliteit die het stroomgebied geschikt maakt om zalm te ontvangen.

Recentelijk heeft Waterstaat volgens De Groot van het RIVO nog een stap teruggedaan: “Enkele jaren geleden zijn er zalmpjes in Nederlandse beken uitgezet. Nooit in het verleden hebben in Nederlandse beken of andere wateren zalmen gepaaid, maar dit terzijde. Sandoz leverde geld en de experimenten waren er. Door te veel chemicaliën, gesproeid op het land, stierven echter na zware regenbuien alle jonge zalmen in de proefbeek. Thans heeft Rijkswaterstaat dan ook verklaard: Nederlandse wateren zijn niet geschikt om zalm te laten opgroeien.”