Tegen de roomsen

Bert Wartena: Een smeulend vuur. Antipapisme in Nederland na 1945 148 blz., Kok 1993, ƒ 31,50

“Weest allen eensgezind in meegevoel, broederliefde, barmhartigheid en ootmoed. Vergeldt geen kwaad met kwaad; als men U uitscheldt, scheldt dan niet terug. Integendeel, zegent elkander, opdat gij de zegen verwerft waartoe gij geroepen zijt.” De eerste paus, aan wie deze tekst wordt toegeschreven (I, Petrus, 3), zal nooit hebben kunnen bevroeden, dat heel wat antipapisten zijn opvolgers in de toekomst zouden uitschelden.

De uitdrukking antipapisme is typisch Nederlands; soortgelijke gevoelens en houdingen worden in andere cultuurgebieden anticlericalisme genoemd. Door de Reformatie kwam het bovenMoerdijkse katholicisme geleidelijk aan in de greep van het theologisch pessimisme van Calvijn. Aristocratische kringen, de kunstenaarswereld en de wetenschap wisten zich grotendeels aan die invloed te onttrekken. Vooral de lagere standen moesten eraan geloven: de burgers, de boeren en de vissers, meer nog het platteland dan de steden. Evenals nu in Bosnië waren er religieuze scheidslijnen en werden mensen tegen elkaar in het harnas gejaagd.

Door dat geografisch patroon wordt ons land nog steeds getekend. De bevindelijke orthodoxie in een strook van noord naar zuid, van Groningen en Friesland langs de grote rivieren naar Zeeland. Het staatse Brabant, met uitlopers naar de Achterhoek en Twente, en later ook Limburg, met een geheel eigen geschiedenis, bleven overwegend rooms. In de Randstad hield het schuilkerk-katholicisme, ondanks zware druk, stand. De officiële regenten waren inzoverre tolerant, dat je niet gedwongen werd je geloof af te zweren.

De bovenmoerdijkse katholiek toonde een lijdelijk verzet en verzoende zich met de voortdurende achterstelling. In Brabant was het stille verzet veel sterker. Doorgaans stamden predikanten uit lagere kringen en hadden zij een armelijk bestaan. Daarom zetten zij voortdurend de bestuurders onder druk en hielden zij het antipapisme levend. Toen al, in de Gouden Eeuw, was de katholieke groep verdeeld door een onzalige strijd tussen integralisten en meer libertijns gezinden, maar als geheel had het katholicisme meer invloed dan later werd beschreven. Johan Huizinga schreef dat “onze gehele zeventiende eeuw in tal van opzichten veel roomscher is geweest, dan de vroeger overheersende protestantse interpretatie van onze geschiedenis ook maar had kunnen vermoeden, laat staan toegeven”.

Irritatie

Bert Wartena komt in zijn tot boekje uitgebreide scriptie niet tot dit soort historische bespiegelingen. Na een poging tot definitie beperkt hij zich tot enkele incidenten: de reactie op het bisschoppelijk mandement, nu veertig jaar geleden en de overgang van prinses Irene naar de R.K. Kerk, nu dertig jaar geleden. Verder de VPRO-documentaire Godsdienst R.K. van 1979 en het pausbezoek aan Nederland in 1985. Bij die VPRO-uitzending is een hele bundel met dezelfde titel verschenen. De ondertitel luidde: 'Herleeft het antipapisme of zijn de katholieken niet te vertrouwen'.

Wartena maakt van deze publikatie nauwelijks gebruik en verwijst alleen maar naar een uitspraak van Peter Hofstede over Netty Rosenfeld, die het bewuste VPRO-programma maakte. Hij had haar in Groningen uitgenodigd voor een studiedag over het antipapisme. Op de vraag waarom zij het programma had gemaakt antwoordde Netty Rosenfeld onbevangen: “Ik wilde het CDA een trap geven. Als dat was gelukt, had ik het toch wel erg leuk gevonden.” Zij bevestigde daarmee mijn beoordeling van haar programma in De Tijd: “Dit programma is geboren uit een irritatie, die een veel bredere en diepere voedingsbodem heeft. Een bepaalde groep publicisten houdt een klimaat in stand dat soms trekken heeft van een soort neo-antipapisme en in andere gevallen domweg tegen de regeringsmacht van het CDA gericht is.”

Vooral voor zijn pogingen om antipapisme te omschrijven had Wartena gebruik kunnen maken van de Tien theses over antipapisme van de Nijmeegse kerkhistoricus Jan van Laarhoven. Hij had dan kunnen vernemen dat de meest klassieke vorm van antipapisme in feite anti-Romanisme is. Geen enkele paus is in het verleden aan kritiek ontsnapt. En zo hoort het ook. Het eerlijk christelijk antipapisme heeft een heilzame functie, want een paus moet geen macht uitoefenen, maar dienen als 'servus servorum'. Helaas wordt dit bedorven door ordinair antipapisme. De protesthouding van de Brabantse katholieken bij de intocht van de paus in mei 1985 in Den Bosch, die gewoon van straat weg bleven was op zichzelf heel correct. Een uitgebreid onderzoek naar dat pausbezoek door de KRO was Wartena helaas onbekend. Ruim de helft van de respondenten ontkent dat de ontvangst in Nederland hartelijk en warm was. Een groot deel (76 procent) vond dat de opkomst bij bijeenkomsten, waar iedereen in beginsel aanwezig mocht zijn, te gering was.

In een bijlage vermeldt de auteur de brieven die hij heeft ontvangen. Hij vermeldt wel het uitvoerige interview dat ik met hem heb gehad. De brieven niet. Op 18 maart 1992 schreef ik, dat ik het in grote lijnen eens kon zijn met zijn scriptie, maar dat hij de dissertatie Katholieke Minderheid en Protestantse Dominant uit 1957 zeker moest benutten, omdat daarin de sociologische verklaring van het antipapisme werd gegeven. Ik schreef ook nog een brief op 16 november van hetzelfde jaar en waarschuwde de auteur ervoor dat zijn aandacht voor reljournalistiek de wetenschappelijke aandacht in de weg zou staan. Het heeft niet geholpen.

    • Walter Goddijn