Speldeprikken van VS in weredlwanorde

WASHINGTON, 16 APRIL. Drie incidenten met Amerikaanse straaljagers in één week. Twee bombardementen van Servische stellingen, en één voorbeeld van friendly fire, het per abuis op eigen mensen schieten. Het zijn staaltjes van de nieuwe wereldwanorde, waar Washington een terughoudende militaire rol in speelt. Toen de eerste berichten over de neergeschoten Amerikaanse helikopters boven Noord-Irak afgelopen donderdag in het Witte Huis doordrongen, was Clinton net aan het luisteren naar Congresleden, die protesteerden tegen zijn geringe engagement in buitenlands beleid.

Over de hele wereld is Amerika betrokken bij multilaterale operaties waarin verscheidene landen binnen of buiten VN-verband samenwerken: in Macedonië, Noord-Irak, Zuid-Irak, Bosnië, Somalië. Steeds vaker zijn de viziers van Amerikaanse straaljagers op de televisie te zien, begeleid door de enthousiaste kreten van de piloten. Ze zijn ergens op de wereld om als de ultieme wrekers in multilateraal verband een vuurhaard te bestrijden. Ze schieten Iraakse of Servische vliegtuigen neer of vallen artillerieposities aan. “Bomb Flash!, Bomb Flash!”, riepen de Amerikaanse piloten, toen hun bommen nabij Gorazde ontploften. In Noord-Irak faalde donderdag het supersone video-richtwerk van bovenaf. Zelfs het schijnbaar veilige bombarderen heeft risico's. En soms is het irrelevant, zo bleek, toen de Serviërs na twee kleine bombardementen gijzelaars namen en rustig verder naar Gorazde oprukten.

Tot het zenden van legereenheden is Amerika slechts bij grote uitzondering bereid. Verder wil Amerika alle mogelijke militaire service verlenen. Juist omdat het vaak een zijdelingse betrokkenheid betreft, is Washington niet zozeer het zenuwcentrum als wel de grootste politieke commandopost. Bij de crisis in Bosnië bij voorbeeld is de verdeling van verantwoordelijkheden onder de internationale beslissers ondoorzichtig. Elke ingreep loopt over vele schijven. Bij de luchtaanval rondom Gorazde vorige zondag en maandag verwijst Clinton graag naar een internationale functionaris, zoals generaal Rose. Buitenlands beleid heeft nu eenmaal weinig belangstelling onder de kiezers maar Clinton zou niet de eerste president zijn die merkt dat onoplettendheid zich later kan wreken in grote politieke schade.

Vorig jaar waren de grote multilaterale ambities van Clinton gesmoord in de debâcles in Bosnië, Somalië en Haïti. Uit die mislukkingen kwam een nieuwe richtlijn, PDD 13, voort. Met een krimpende defensiebegroting heeft Amerika hard bondgenoten nodig voor internationale operaties. Maar de Amerikaanse deelname moet worden ingeperkt. Zo moet een militaire operatie een duidelijk doel hebben, moet de situatie een bedreiging van de internationale vrede vormen en moet de missie een duidelijk eindpunt hebben. Bij inzet van Amerikaanse troepen moet de opperbevelhebber van de VN-operatie een Amerikaan zijn. PDD13 strookt niet met de opvatting van de voormalige voorzitter van de verenigde chefs van staven, generaal Colin Powell, die alleen massale inzet van soldaten en wapens bepleitte. In de nieuwe richtlijn zijn beperkte speldeprikken, zoals de luchtaanval rond Gorazde, goed mogelijk.

De speldeprikken rond Gorazde waren ook uitgevoerd omdat Amerika door verslapping van de aandacht sinds de succesvolle wapenstilstand rond Sarajevo haar geloofwaardigheid had verloren. De voorzitter van de verenigde chefs van staven, generaal Shalikashvili, en de minister van defensie, William Perry, hadden de Bosnische Serviërs aangemoedigd door voor de televisie te zeggen dat de VS niet aan de oorlog zouden meedoen om de val van Gorazde te voorkomen. Nationaal veiligheidsadviseur Anthony Lake probeerde aan deze schijnbare Amerikaanse machteloosheid een einde te maken door de Serviërs te waarschuwen voor verdere agressie. De bombardementjes lieten zien dat Amerika nog bereid was dreigementen uit te voeren. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, had zijn Russische collega Andrej Kozyrev vorige week door de telefoon gewaarschuwd dat ingrijpen rond Gorazde geboden was. In de Amerikaanse visie is de woede van president Jeltsin over de luchtaanvallen dan ook grotendeels gespeeld voor binnenlandse consumptie. De Amerikanen overleggen nu in de Verenigde Naties over eventuele verdere aanvallen als de Serviërs hun belegering van Gorazde niet willen opgeven. Het Sarajevo-scenario van een ultimatum aan de Serviërs is moeilijk te bereiken, want daar is weer steun van de Grieken voor nodig. Dat is een typisch nadeel van multilateralisme. De Amerikanen rest niet anders dan wachten op de Russen die de Serviërs moeten intomen. Ondertussen kunnen de Serviërs rustig verder gaan met hun veldtocht, waar luchtaanvallen niet tegen werken. Niemand heeft de puf om de terreinwinst van de Serviërs ongedaan maken. Vandaar dat Clinton gisteren de Serviërs nog eens voorhield dat onderhandelingen in hun eigen belang zijn, want zo kan hun winst worden geconsolideerd.

Juist omdat er zondag en maandag alleen Amerikaanse straaljagers en geen infanterie is ingezet, hadden veel Congresleden de Amerikaanse aanpak aanbevolen. “Het is geen hopeloze situatie”, zei de Republikeinse buitenlandspecialist, senator Richard Lugar, vlak na het bombardement. “Er zijn daar geen Amerikanen op de grond aanwezig.” Maar hij erkent wel dat de bombardementen in zekere zin een gok zijn. “Er is niets om op terug te vallen”, zei hij laconiek. Bij een mislukking staan de critici klaar in het Congres.

    • Maarten Huygen